GINO SEVERINI.
had mede te werken. Dan zat je ons menigmaal, in antwoord op onze desbetreffende vragen, de bedoelingen van het futurisme uit te leggen. En dan deed ik hartelijk mijn best om op je leuk en onbehaard gezicht, dat niet zelden aan een ondeugenden, spijbelenden schooljongen deed denken, een trek van .... voor-dengek-houderij te onderkennen. Tevergeefs, dat moet ik erkennen, o leeperd!
Je was toen nog niet getrouwd, doch allen zagen we wel, dat jij en de lieftallige jonge dochter van Paul Fort, bijkans nog een kind, een goed oog op elkander hadden. ..Voila les
enfants!" zeiden wij dan van jullie beiden. Want al ben je in 1883 te Cortone geboren en was je dus de dertig reeds gepasseerd, allen vonden we, dat je nog een echt jongensgezicht had.
Daarna ben je getrouwd. Te dien opzichte ben je ontrouw geworden aan het volgende beginsel van Marinetti: „Dépréciation de 1'amour". Jij schatte de liefde klaarblijkelijk nog hoog — wat ik verstandig, sympathiek en passeïs-
tisch van je vond. Trouwens, wat vermocht een leerstelling van Marinetti tegenover de bekoorlijkheid van Jeanne Paul Fort?
En nu ben je in de looneraven en vecht
je. Evviva 1'Italia! En ik spreek den oprechten wensch uit, dat je eenmaal ongedeerd uit den strijd moogt terugkomen.
De huidige oorlog heeft ons de uitingen van het futurisme beter doen begrijpen. Veel is er in de wereldorde, dat ons heden mysterieus en onbegrijpelijk of ondoorgrondelijk lijkt, en morgen klaar als een klontje blijkt te zijn. En in veel werk van groote artiesten ligt de aanduiding van een toekomstig gebeuren, een omzoo-te-zeggen „futuristische" daad. „Alles is in alles," zei Multatuli of een ander terecht.
N". 2.
In den rusttijd kan Gino Severini den lust niet weêrstaan om zijn observaties, visies en impressies op doek te brengen. Uit den aard der zaak kan maar weinig tijd aan de afwerking van de schilderijen besteed worden, daar een geweer niet op een penseel, doch op een bajonet uitloopt, maar een vorm- en kleurgevoelig schilder, die tevens over een groote technische vaardigheid beschikt, vermag bereids met een paar rake toetsen een snelle gebeurtenis — alle oorlogstafereelen verloopen snel — „pakkend" af te beelden.
Ziehier, in N°. 1, de afbeelding van een granaatontploffing vlak bij
een loopgraaf. Men ziet de stukken uiteenspatten en in een wilde warreling uitmiddelpuntig heenijlen. Wij zien er ook vliedende brokstukken van een halssnoer in, dat waarschijnlijk heeft toebehoord aan een getroffen kameraad, die bij wijze van amulet dat aandenken van zijn geliefde steeds in zijn zak of om zijn hals had. Blijkbaar is de oorlog wreed en stoort een granaat zich aan niets, zelfs niet aan de teederste souvenirs. De afbeelding maakt dan ook een afgrijselijken indruk, doch kan juist daarom bijdragen tot het tot stand komen van een eeuwigen vrede na
afloop van den oorlog.
In N°. 2 zien wij een soldatentent met bijbehooren aan flarden gaan door den fatalen, funesten invloed van de uit het vijandelijk kamp met een reusachtige snelheid weggeschoten stikstinkgassen. Maar, gelukkig, schijnt niemand gestikt te zijn, want sedert een paar maanden wapenen de Geallieerden zich met anti-stikkende mond- en neusdoeken tegen de Kultur-uitspattingen. Dat is dank voor stank, zou men kunnen zeggen. Wat moet Severini dat razend snelle tafereel scherp waargenomen en nauwlettend weêrgegeven hebben!
N°. 3 stelt een oorlogscorrespondent in een door bommen versplinterde schuur voor. Een echten, heuschen
428