REVUE DER TIJDSCHRIFTEN.
341
H. N. De Fremery behandelt dan de vraag: „Heeft Eusapia Paladino bedrogen of heeft Prof. Muensterberg zich bedrogen?" Onze lezers weten, dat een handlanger van dezen Amerikaanschen professor bij een der séances van het beroemde medium op den grond rondkroop.
„Ik stak mijn hand uit om rond te tasten — zoo verhaalde prof. Muensterberg — en mijn vingers omklemden krachtig een menschelijken voet, die in snelle beweging was en dien ik met "lijn band tegenhield. Mijn vingers hadden de hiel aangevat, die mijn hand stevig drukte. Toen slaakte Eusapia eeu doordringende kreet; ik trok mij stilletjes terug in de duisternis naar het andere uiteinde van de tafel, waar ik weer overeind ging staan".
Deze mededeeling was voor den professor genoeg om te schrijven: „Hij zag met verbazing, dat zij heel eenvoudig een voet uit den schoen had getrokken en met athletische bewegingen van het been rondtastte naar de guitaar en het tafeltje in het kabinet".
De Fremery verklaart het feit, dat de handlanger een voet greep, door te wijzen op de tïuïdieke ledematen van het medium en haalt ten slotte de woorden aan van De Vesne in de „AnHales", nml. de volgende:
Nog nooit, voor zoover wij weten, is het opgekomen in het hoofd van iemand, die met Eusapia geëxperimenteerd heeft, dat deze kleine vrouw van 56 jaren, met de beenen opgesloten tusschen twee pooten van een tafel van een halven meter breedte, en geflankeerd door twee waarnemers, wier beenen de hare lichtelijk aanraken, daar haar voeten gecontroleerd worden, dat deze vrouw, zonder zich door de minste beweging te verraden, met haar teenen de armen der mede-aanzittenden zou kunnen aanraken. Dat is dwaasheid, dat is grotesk, dat is physiek onmogelijk onder deze omstandigheden.
J. K. Bouman—Rutél schrijft vervolgens over „Als Jezus weder op aarde kwam?" Naar aanleiding vau de veroordeeliug van deu heer Schooleman zegt zij:
Dr. Huet zal de geneeswijze van Jezus ook zeker rangschikken onder suggestie, als hij de Bijbelsche verhalen tenminste nog gelooft. En nu, vrienden, vraag ik U nogmaals: „Wat was er met Jezus gebeurd als hij wederkwam op aarde? Wat hadden de Christenen gedaan met Jezus, als Hij genas, zooals Hij volgens de Bijbelsche verhalen deed? Geeft het vonnis van den heer Schooleman LT hierop geen antwoord? Veroordeeld? niet tot 8 maal ƒ50, maar tot duizenden malen, want vele, vele kranken werden door Jezus genezen. Veroordeeld niet tot 8 dagen hechtenis, maar tot jaren. Dat was het lot geweest van Jezus, wiens volgelingen we allen heeten te zijn, wiens naam moet dienen om allerlei te dekken, wiens bloed zoo gaarne door de geloovigen volgelingen wordt aanvaard als zoen¬
bloed voor hun zonden. O, groote parodie! Multatuli heeft het wèl gezegd, toen hij schreef: „Jezus wordt nog dagelijks gekruisigd door zijn volgelingen".
Voorts bevat dit nummer nog een ongeteekend artikel over : „De wereld van 't Geheimzinnige" en „Magnetische Sprokkelingen", waarvan we deze uitspraak van het Kamerlid De Savornin Lobman aanhalen:
„Het verbod van uitoefening der geneeskundige praktijk steunt enkel op ongezonde bescherming van het docters-monopolie, en de bestrijding van den invloed van het magnetisme enz., een nieuw bewijs van onwetenschappelijke aanmatiging van wetenschappelijk gevormde menschen".
DE TIJDSPIEGEL.
De handhaving van onze neutraliteit blijft altijd een onderwerp, dat op algemeene belangstelling kan rekenen. In de Mei-aflevering van „De Tijdspiegel" heeft H. G. S. het over „ De handhaving der onzijdigheid en de verdediging van Nederland aan de zeezijde". Naar aanleiding van de beginselen, neergelegd in het Verdrag, tijdens de Tweede Vredeskonferentie tot stand gebracht „nopens de rechten en verplichtingen der onzijdige mogendheden in geval van een zeeoorlog" wijst hij op de houding, die een kleine mogendheid als Nederland zal hebben aan te nemen voor de handhaving harer neutraliteit. „Voor de eenvoudige handhaving der onzijdigheid, d. w. z. voor het in observatie houden van het onzijdige watergebied, zijn noodig — aldus H. G. S. — een zoo groot mogelijk aantal vaartuigen, waarvan de kracht meer ligt in de kennis van het neutralateitsrecht van den bevelvoerenden officier dan in de strijdkracht der schepen. Het verzet tegen een doorgezette schending der onzijdigheid eischt daarentegen koncentratie van macht op het geschonden punt. Wij hebben de waarheid van deze stelling ondervonden bij de handhaving der onzijdigheid in den N.-I. Archipel tijdens den jongsten zeeoorlog. Toen aanvankelijk de onzijdigheid gehandhaafd werd, schoten de aanwezige maritieme middelen in aantal te kort, zoodra echter het verloop der krijgsoperatiën tei zee een bepaalde schending lot de mogelijkheden maakte, werd onmiddellijk tot koncentratie overgegaan, om de macht te kunnen aanwenden op de plaats, waar de schending gekonstateerd zou worden, gepaard gaande met de opoffering van de belangen, die een verspreide observatie moet dienen".
Dr. B. van Rijswijk herdenkt Leopold II als stichter van den ouafhankelijken Kongostaat.
H. van Kol heeft het over „De Mijnbouw in Ned.-Indië en het particulier Initiatief". Zijn betoog komt hierop neer, dat de partikuliere mijnbouw in Nederlandsch Oost-Indië een jammerlijk fiasco heeft gemaakt. Bij het zoeken naar petro-