De ingenieur; V. Verkeerswezen, 1929, no 2, 12-01-1929

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. 12

Verkeerswezen 1.

No. 2 — 1929

Rangeer-f.mpi.acement Tandjong Priok.

Fig. 23.

. VI. Kramat Salemba Pegangsaan.

Het station Salemba bleef, in plaats van met Kramat, met Pegangsaan verbonden, terwijl de verbinding met Kramat werd opgebroken, teneinde het drukke verkeer op den grooten weg naar Meester Cornelis niet te hinderen.

Het station Salemba werd tot los- en laadstation, met een zijspoor naar de opiumfabriek, ingericht.

VII. Salemba—Tanahabang.

Dit lijngedeelte werd, na ingebruikname van de lijn Manggarai—Tanahabang, opgebroken.

Goederenbeweging.

Ten Oosten van het emplacement Meester Cornelis werd een rangeerstation met rangeerheuvel voor het splitseri der goederentreinen aangelegd. Dit werd nog vóór 1921 gebouwd, zoodat het, als in de eerste plannen aangegeven, is afgewerkt.

Bij Tanahabang is een goederenemplacement gebouwd met een drietal sporen voor militair vervoer.

In Batavia op het Heemradenplein is een groote goederenloods gebouwd met een uitgebreid goederenemplacement, dat eveneens grootendeels gereed was voor de bezuinigingsperiode .

Voor Pasar Senen waren eveneens groote goederenemplacementen ontworpen. Deze bleken echter door de veranderde tijdsomstandigheden totaal overbodig geworden en men kon volstaan met een kleine wijziging aan te brengen aan het oude goederenemplacement, met toevoeging van enkele sporen en uitbreiding der gebouwen en met het personenstation en daarbij behoorende sporen voor goederenbeweging in te richten.

Ook het ontworpen goederenemplacement ten Noordwesten van de sporen naar het personenstation Priok, werd vervangen door een rangeeremplacement van veel geringer afmeting. Het blijkt met het oude emplacement meer dan voldoende te zijn voor de goederenbeweging aldaar (fig. 19.)

KORTE TECHNISCHE BERICHTEN.

Lichte motorrijtuigen bij de Tschechoslowaaksche Staatsspoorwegen.

Voor de bediening van het niet zeer drukke reizigersverkeer op korte afstanden is men in Tschechoslowakye

overgegaan tot den aanmaak van lichte, twee-assige. slechts 7,6 t wegende, normaalsporige motorrijtuigen, aangedreven door automobielmotoren van 65 PS, afkomstig van de Tatra-werken. Deze zijn in staat een aanhangwagen van 5 t te trekken. Het motorrijtuig biedt 32, de bijwagen 28 zitplaatsen aan; deze kan bovendien nog 500 kg bagage medevoeren. De rijtuigen hebben een langsgang met dwarsbanken, met drie zitplaatsen aan de eene en één aan de andere zijde. De vloer ligt slechts 80—85 cm boven kop rail tegen 110 a 115 cm voor de gewone rijtuigen. In den motor, welke onder twee aan elkander aanstootende en door een middenleuning gescheiden banken met drie plaatsen aangebracht is, wordt Dynakol, een mengsel van benzine en spiritus gebruikt; 200 1 kan hiervan medegevoerd worden. Een Kunze-Knorr-rem werkt op alle vier wielen en kan van beide rijtuigen uit als noodrem in werking worden gesteld. De druklucht wordt tevens voor geluidsignalen en de zandstrooier gebezigd.

De maximum snelheid, waarmede gereden kan worden bedraagt 55 km. De assen zijn van S.F.K. kogellagers voorzien, waardoor de weerstand zoo gering is, dat bij motordefect twee man de rijtuigen gemakkelijk over de baan kunnen voortduwen.

Met inbegrip van de kosten voor personeel, brandstof, amortisatie, onderhoud en herstel, bedragen de exploitatieuitgaven per km slechts 11,4 cent voor het motorrijtuigen 14,4 cent, wanneer de aanhangwagen mede geteld wordt.

Aldus vermeldt de Verkehrtechnische Woche van 5 December 1928.

Ss.

Tijdbom te schrikken.

Een auto reed met matige snelheid, zoo dat de bestuurder zijn wagen binnen 3 a 4 m tot stilstand had kunnen brengen. Plotseling stapt een voetganger op den rijweg en wil ongeveer 7 m voor de auto de straat nog oversteken, doch wordt aangereden.

De bestuurder wordt, nadat gebleken was, dat de remmen in orde waren, veroordeeld. In hoogste instantie werd het vonnis echter vernietigd, omdat erkend moest worden, dat het niet aangaat te eischen dat de bestuurder onmiddellijk begint te remmen, zoodra hij bemerkt dat een voetganger vermoedelijk het voornemen heeft den weg, welke zijn auto doorloopen zal, te kruisen. De voetganger had in dit geval voor het afleggen van den afstand tot dat kruispunt noodig 1 secunde men meende dat die secunde niet ten volle voor het remmen benut had kunnen worden, maar dat den chauffeur tijd gegeven moet worden om te schrikken en te realiseeren wat hij te doen heeft, om een aanrijding te voorkomen. Zelfs voor normale, geheel voor hun taak berekende, bestuurders zoude daartoe gemiddeld 0,2 secunde berekend moeten worden. De omstandigheden in aanmerking genomen, werd in dit bijzondere geval y2 secunde schriktijd toegestaan, en dan was de aanrijding niet te voorkomen geweest.

De over deze uitspraak gegeven vrij uitvoerige beschouwing van de hand van den Officier van Justitie Gb.au is te vinden in Verkehrstechnik van 14 December 1928.

Ss.