Onze tuinen; geïllustreerd weekblad voor amateur tuiniers, jrg 7, 1913, no. 44, 03-05-1913

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 44

ZATERDAG 3 MEI 1913.

7e JAARGANG.

ONZE TUINEN

GEÏLLUSTREERD WEEKBLAD VOOR LIEFHEBBERS EN VAKLIEDEN, GEWIJD AAN TUIN- EN BUITENLEVEN

. redactie: B. boon. A J VAN LAREN EN J. K. VASTE P«f. ■ X s'^SrA." iLijMINISTRATIEy N° 234-240. AMSTERDAM □ ABONNEMENTSPRIJS: PER JAAR f 3.-. PER KWARTAAL f 0.75

EEN VULKACHEL IN EEN ORCHIDEEËNKASJE.

(Vervolg.)

De inrichting.

Het kasje heeft een lengte van ongeveer Tk M., is breed 4 M., terwijl de grootste hoogte bedraagt M.

Het is verdeeld in twee afdeelingen, een warme en een koudere, gescheiden door een muur waarin twee deuropeningen, waarover straks iets naders. Over de geheels lengte van de warme afdeeling, op 1 M. afstand van den achterkant, hangt een katoenen gordijn, van niet al te dunne stof. Hierachter Btaat de kachel, een gewone „Godin” No. 20. Boven deze kachel is een groot luik aangebracht, waardoor schadelijke gassen kun-r nen afgeleid worden.

Het gordijn reikt tot den grond, wat noodig is als de kachel eens een groote beurt moet hebben; gewoonlijk is het ;door middel van vier haken aan ringen tot op een meter van den grond opgehaald. De meeste warmte die van de kachel komt, moet nu zijn weg vinden onder het gordijn door, zoodat ze zich geleidelijk in het kasje kan verspreiden, wat aldaar een gelijkmatige warmte veroorzaakt.

Vóór dit gordijn is I een stellage op engeveer 60 cM. van het glas; deze bestaat uit z.g.n. enkele latten, met een kleine fusschenruimte; hieronder staan op een plank eenige zinken plaatjes met opstaanden rand en gevuld met water, om de omgeving daar ter plaatse vochtig te houden. Op deze stellage staan de Cattleya s die in den groei of tegen het bloeien aan zijn, en de andere Orchideeën die veel warmte en licht noodig hebben.

Verder is er nog een voorkisting, bestaande uit 10 cM. breede deelen met een kleine tusschenruimte, waardoor de versche lucht uit een luchtraam aan de voorzijde zich gelijkmatig kan verspreiden; dit raam is ongeveer 70 cM. lang en 20 breed en kan door een schuif veel of weinig geopend worden. Bij sterken wind wordt er buitenaf nog een blind voorgezet. Hierop staan rechts de Cypripedimns, in het midden een paar en links de Cattleya’s in rust.

Deze planten staan allen op omgekeerde bloempotten, welke weder geplaatst zijn in zinken bakjes met water; een en ander niet alleen voor bet vocht, maar ook om slakken, pissebedden enz. op een afstand te houden, daar deze ook groote liefhebbers van Orchideeën zijn.

De temperatuur wordt niet hoog gehouden, des winters donker weer hoogstens 60° op den dag en ’s nachts ongeveer . 56° F. De bedoeling hiermede is te zorgen dat onze planten | dan zoo min mogelijk groeien, daar ze dan toch slechts zwakke | icheuten voortbrengen. Wanneer echter in ’t voorjaar bij helder i jlfeer de temperatuur tot 80° F. stijgt, dan hindert dit voor, een poosje niet, mits men voor goede ventilatie en een vochtige:

Gescherm i wordt er zoo min mogelijk; niet vóór Maart en in het najaar tot uiterlijk half October; ’s zomers gaan om half negen de achei mmatten er op en om ongeveer half vijf er weder af. De Odontoglossums- en Phalaeno]>sis-aoorten verlangen echter wel wat meer schaduw.

Cattleya Schröderae. (Orig. foto voor „Onze Tuinen” van den Srhr.)

Verder moet men Öoor veel sproeien de omgeving vochtig trachten te houden ; men zij echter voorzichtig met het sproeien op de planten zelf, opdat er geen water in de scheuten kan blüven staan.

Nu de koudere afdeeling. Zooals hierboven vermeld, zijn er twee deuropeningen, die van de koude tot de warme afdeeling toegang geven.

Deze zijn ook afgesloten door gordijnen; de eene komt mt in het achterste gedeelte van de warme afdeeling, waar dus de kachel staat en wordt in het najaar en in den winter, alk het in de koude afdeeling te vochtig wordt, gedeeltelijk open gehouden. De droge warmte van de kachel komt nu direct in deze afdeeling en kan daar veel goed maken; in het voorjaar als het er te droog zou worden, gaat dit gordijn neer, maar wordt het voorste geopend, waardoor dan de warme lucht, die met vocht is verzadigd, zich in die afdeeling kan verspreiden.

Hier staan aan den voorkant eenige (Jdontoglossums, boven