Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1930, 01-01-1930

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cultureelen vooruitgang. Het hooge diluviale land laat zijn water maar stroomen; de bewoners der lage landen, voor zoover niet verlamd door het veelvuldig voorkomend idee, dat het altijd zoo geweest is en de toestand toch met veranderd kan worden of zelfs moet worden, zoeken afwatenngspunten aan zee. De daar liggende landen hebben aan hun eigen water genoeg en staan zoo iets slechts noode toe. Niettemin komen de lage landen in cultuur.

Merkwaardig is op te merken, dat de hooge diluviale landen, die hun water maar heten stroomen naar minder bevoorrechte gebieden zelf nog grootendeels in oertoestand verkeeren, veel waterlast hebben en nog niet het peil van die lage landen bereikt hebben. Pas in den allerlaatsten tijd is hierin verandering gekomen.

In 1285 dan hadden de inwoners van Osterwald (ten n. o. van den ouden loop der Hunze) en Gha (Goo, het zuidelijk deel van Goorecht) een dam gelegd bij de Groeve. Die dam werd de Slachte genoemd, volgens het Midd. Ned. Woordenboek, een algemeene benaming voor een dam. De bewoners van de genoemde lage landen wilden blijkbaar trachten het Drentsche water van hun gronden te keeren, indachtig den ouden regel„Wien 't water deert, die 't water keert". Aduard, het machtige klooster dat bezittingen had bij Zuidlaren, in den vorm van veenderijen, kwam daar tegen op.

Wat er ook op Groningens bodem veranderd is sinds 1285 — en dat

is heel wat — niet de kern van het hier geschetste geschil. Het water,

dat volgens onze oostelijke buren, ,,'nen spitzen kop" heeft, omdat het

overal doordringt, lag van ouds koud en klam als Grendel's moeder in

het nest der lage moerlanden en liet zich niet dan met veel vernuft en strijd verdrijven.

Toenemende waterlast. Door voortgaande bodemdaling en dichtslibbinder uitmondingen kreeg het lage land steeds meer waterlast. Tot nog toe had het eemgszins kunnen loozen op de natuurlijke rivieren, doch dit ging nu niet langer.

De oude grensdijk ten noordoosten van de lage landen van Westerbroek Engelbert en Middelbert, was de Burgwal. Hij bestaat nog steeds. Er naast loopt de Borgsloot. Het land beoosten deze dijk behoorde tot het Scharmerzijlvest (identiek met „de Acht Zijlvesten" volgens Acker Strating) en loosde door een der drie Delfzijlen. Het land ten westen er van ging vroeger direkt naar de Hunze, doch naderhand deels naar den benedenloop dier rivier en deels ook naar den Eemsmond.

W6ud m de Hunze een sluis gelegd, ter plaatse waar thans de Noorderhoogebrug ligt, ten noorden van de stad. Men zal dit gedaan hebben om de zeevloeden te kunnen keeren.

De Hunze moet intusschen bedijkt geworden zijn, de dijksporen ziet men nog gedeeltelijk intact langs den ouden verlaten loop bij de Noorderhoogebrug.

K. N. A. G., XLVII.

' a r