Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1887, 01-01-1887

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van vogels wordt het sneeuwhoen (Lagopus rupestris) in den zomer overal gezien op hoogten van 300 tot 600 meter, terwijl zij in den winter somtijds in zwermen dicht bij de woningen bemerkt worden. Dejaarlijksche opbrengst is ongeveer 12000 stuks.

Zeevogels zijn in den zomer over de geheele kust verspreid. De broedplaatsen van den eidergans (Somateria mollissima) zijn beperkt tot zekere groepen van eilandjes, die door de inboorlingen in Juni en Juli regelmatig bezocht worden om eieren en dons te verzamelen. Van het laatste worden jaarlijks 1000 KG. uitgevoerd; in vroegere jaren 2800 KG. Het aantal vogels die gevangen worden bedraagt ongeveer 20000 ganzen en andere grootere soorten en meer dan 50000 kleinere; het aantal eieren, hoofdzakelijk van de eiderganzen, die jaarlijks verzameld worden kan op 300,000 geschat worden.

Van visschen worden de haaien overal aan de kust gezien; hunne lengte bedraagt 2 tot 5 meter; het aantal dat jaarlijks gevangen wordt varieert van 10 tot 20 duizend. Van de verschillende wijzen waarop de vangst wordt uitgeoefend, heeft er geen meer gevolg dan het visschen door gaten in het ijs; de haaien worden naar de gaten gelokt door toortslicht, en dan met groote haken op het ijs getrokken.

De kabeljauw van Davisstraat (Gadus morchua), teelt niet aan de kusten van Groenland, somtijds verschijnen er echter vele jonge vischjes in de fjorden tusschen 6o<> en 61- N.B., doch gewoonlijk verschijnen zij eerst na den 20sten Juni tusschen 64° en 68' N,B. Het aantal jaarlijks gevangen kabeljauwen kan op ongeveer 200,000 geraamd worden.

De Natarnak of groote heilbot (.Hippoglossis vulgaris), komt voor op de zandbanken zoowel als op verschillende plaatsen buiten de eilanden tot op 703 N.B. In den laatsten tijd is de vangst van deze visch een onderwerp van handelsspeculatie geworden, en hielden zich vreemde schepen (meest Amerikaansche) daarmede bezig.

De Angmagsat (Mallotus villosus) is altijd de voornaamste visch van de Groenlanders geweest, en is in den winter in gedroogden staat het dagelijksch brood der inboorlingen. De vangst is nu sterk verminderd, doch levert toch nog 750,000 KG. versche visch per jaar.

Ten slotte moeten wij nog eenige soorten van visch noemen, die ofschoon van mindere qualiteit, toch zeer verspreid en algemeen te verkrijgen zijn wanneer andere levensmiddelen schaars worden: de kleine kabeljauw (Godus ovak), de Kanajok (Cottus scorpioides), en de Misarkornak of kleinste kabeljauw (Gadus agilis). Indien men nog de gewone mossel hierbij rekent, die algemeen bij laag water te vinden is, waar