Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1887, 01-01-1887

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Er is helaas een probleem met het ophalen van de afbeelding.

Dit kan twee oorzaken hebben:

  • De publicatie is nog niet beschikbaar in Delpher, maar zal dat binnenkort wel zijn.

  • Er is een tijdelijke storing met het laden van de afbeelding.

  • Probeer het later opnieuw.

    Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

    Zooals wij boven gezegd hebben worden de verschillende soorten van berken, wilgen en andere boomen als brandstof gebruikt, doch voor het bouwen van huizen, het vervaardigen van gereedschappen, enz. is het drijfhout dat jaarlijks aan de kust gevonden wordt beter geschikt. Dit hout wordt in de eerste plaats door de poolstrooming naar de zuidelijke kusten gevoerd en, nadat het Kaap Farvel is omgedreven, aan de westkust tot Upernivik waargenomen, doch verder noordelijk is het nog nimmer gezien. Het hout is gewoonlijk van naaldboomen afkomstig, doch somtijds worden ook stammen van andere soorten daaronder gevonden. Dikwijls worden er ook sporen aan bemerkt van bewerking door menschenhanden. In de herfst van 1855 werd er bij Godhavn een stuk hout gevonden waarop aan het eene einde het afbeeldsel van een menschenhoofd met een bijl daarin uitgehouwen, te zien was. Zooals bekend is, is de algemeene opinie dat deze houtmassa's van de Siberische bosschen afkomstig zijn en dus door de groote rivieren van dat land naar de IJszee gevoerd worden; van hier uit worden zij door eene poolstrooming, die Spitsbergen ten noorden passeert, naar de oostkust van Groenland gedreven; aangezien nu de Greely-expeditie noordelijk van den 83sten breedtegraad nog geen einde zag van Groenlands noord-westkust, moeten de tioordelijke gedeelten van dit land den poolstroom de richting geven -die wij juist beschreven hebben n.l. langs de oostkust 1).

    In het algemeen is de Groenlandsche Flora zeer arm aan soorten vergeleken met andere poollanden; zoo bezitten bijv. Nova Zembla en het •eiland Waigat tezamen 290 soorten (Phanerogamae en Cryptogamae) en Spitsbergen 117, niettegenstaande hunne betrekkelijk kleine oppervlakte. De oorzaak daarvan is dat de plantengroei in Groenland zich slechts tot de kusten beperkt, daar het grootste gedeelte van het land door binnenijs bedekt is, en zelfs de buitenste gedeelten der kust moeten nog uitgezonderd worden, aangezien zij onder den directen invloed der zeewinden en nevels staan.

    Wij zien dus dat in de luchtstreek gelegen tusschen de arktische en gematigde aardgordel een kustklimaat zeer nadeelig is voor plantengroei, wanneer het niet door de nabiiheid van een vasteland wordt ge-

    - O

    Avijzigd, doch het ware karakter vertoont, d. w. z. voortdurende verandering van weder en ook dat de invloed van dit klimaat zich ver benoor-

    1) De eerst voor korten tijd gedane ontdekking der overblijfselen van de „Jeannette"«xpeditie, bij Julianehaab op het drijfijs uit het zuiden komende, is een bewijs te meer voor het bestaan dezer uit het N. O. komende strooming.

    32