NRC Handelsblad

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In gesprek over Urenco Schmidt wil niet toegeven aan Van Agt

KOPENHAGEN, 8 april - Premier Van Agt krijgt waarschijnlijk bij de Westduitse bondskanselier, Schmidt, geen voet aan de grond «oor het bedingen van strengere voorwaarden bij leverantie van verrijkt uranium aan Brazilië. Dat kan afgeleid worden uit het pessimisme van Van Agt en uit mededelingen van een Westduitse woordvoerder.

Premier Van Agt had gehoopt in de marge van de Europese topconferentie, die momenteel in Kopenhagen plaatsvindt, met bondskanselier Schmidt tot een akkoord te komen over het eisen van strengere garanties van Brazilië voor het gebruik van het verrijkte uranium dat het Urenco-consortium - waarin Nederland, West-Duitsland en Engeland samenwerken - aan dat land zal leveren. De Tweede Kamer had de regering daarom gevraagd. Van Agt sprak gisteren korte tijd met Schmidt over dezekwestie en daarna ongeveer drie kwartier met de Westduitse en Britse ministers van buitenlandse zaken, Genscher en Owen. De Nederlandse premier zei "nieuwe suggesties" gedaan te hebben met betrekking tot de voorwaarden voor uraniumleveranties, die volgens hem "heel wel overeenstemmen" met de inhoud van de motie van de christen-democraat Van Houwelingen, die eerder door de Tweede Kamer is aanvaard. Van Agt karakteriseerde zijn gesprekken met Schmidt, Genscher en Owen als „een verre van gemakkelijke zaak". Het overtuigen van de bondskanselier van de juistheid van het Nederlandse standpunt „is niet in een handomdraai gebeurd en ik weet niet of het wel in vijftig handomdraaien gelukt", aldus Van Agt. Een Duitse woordvoerder verzekerde gisteravond dat het Duitse standpunt ongetwijfeld zal blijven dat de verplichtingen die Urenco ten aanzien van Brazilië is aangegaan, nagekomen moeten worden. Ook de Nedferlandse minister

van buitenlandse zaken, Van der Klaauw, toonde zich pessimistisch over de mogelijkheid nog een oplossing te vinden voor de door het Nederlandse parlement gewenste waarborgen. West-Duitsland en Engeland trekken één lijn, aldus zei Van der Klaauw gisteravond in Kopenhagen. We proberen een uitweg te vinden maar de zaken liggen erg moeilijk, zo voegde hij eraan toe. Intussen hebben de negen leiders van EG-landen gisteren besloten dat de directe verkiezingen voor het Europese parlement volgend jaar in de periode van 7 tot en met 10 juni in de negen landen van de Europese Gemeenschap gehouden zullen worden. Dit akkoord werd gisteren bereikt tijdens de eerste zitting van de topconferentie. De regeringsleiders konden kiezen uit twee periodes, een in de periode van 17 tot en met 20 mei en de andere die nu uit de bus is gerold. Nederland had een lichte voorkeur voor de periode in mei omdat gevreesd wordt dat in juni een aantal Nederlanders met vakantie zal zijn en dus niet naar de stembus zal gaan. Ook werden de Eurbjyse leiders het eens over eer. verklaring over de democratie. Deze verklaring - een idee dat oorspronkelijk van de vroegere Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Van der Stoel, afkomstig is - noemt de rechten van de mens, de fundamentele vrijheden en de democratie als basis voor Europese samenwerking. (ANP, Reuter) *