HET uur en de straat zijn druk. De heer loopt op dit drukke uur: in de drukke straat als een fraai circuspaard, met draaiingen en wendingen van de croupe als bij den Spaanschen gang. Nu en dan buigt hij zich met uitgelezen bevalligheid een weinig naar de schoone vrouw toe. die zijn zijde siert. Te zeggen, dat de heer netjes gekleed is, zou te kort doen aan zijn welverzorgde en dure kleederen. Men begrijpt alleen maar niet, • waar hij ze vandaan haalt en is jaloersch. Ook omtrent voorkeur en smaak van tien wandelaar nopens de gemeenlijk onzichtbaar blijvende kleedij zijn wij die hem volgen in zekere mate ingelicht. Want een van zijn sokophouders is losgegaan en sleept achter hem aan. Hij is van teer paarse tint en doet Zich wijders voor als een fragmentarische lintwurm, uitgedost met blinkende stukjes blik. Het gelaat van den heer is blijmoedig, geestdriftig en verliefd, en dat van de schoone vrouw doet weinig voor het zijne onder. Maar intusschen kruipt die paarse wurm tiaar toch maar traag en weerzinwekkend achter dien niets vermoedenden heer aan. Zegt niemand onzer dan iets? Neen, dit doet niemand. Daarentegen grinnikt hij. Maar erger staat te gebeuren. De dame staat stil voor een winkeluitstalling, waarin snuisterijen. Da heer staat ook stil. Ja. hij gaat zelfs zoo ver, belangstelling te veinzen. Nochtans bevinden zich daar. achter het blinkend glas, tusschen ons, louter prullen. Maar zoo is de man, in staat van verliefdheid. De heer staat dus stil en vlak naast hem komt een argelooze vrouw van gewicht op den losbandigen sokophouder te staan. Het paar gaat verden het elastiek rekt zich. de heer gaat iets vermoeden. Juist dan scheurt de elastieken band zich van de sok los. met een geluid als een kinderpistooltje. De heer uit felle klankjes, duwt de sissrende vrouw op zij. die *n gil geeft, en ijlt de naastbljzijnde steeg binnen, met het sokbindend werktuig. De schoone vrouw loopt natuurlijk door. Zoo zijn zij. Zij verlar.gen den heelen man. LEO. (Nadruk verboden).
Collectie
Permanente URL
- Gebruiksvoorwaarden
-
Auteursrecht onbekend. Het zou kunnen dat nog auteursrecht rust op (delen van) dit object.
- Kop
- DE OVERTREK.
- Soort bericht
- Artikel
- Krantentitel
- De Telegraaf
- Datum
- 16-11-1941
- Editie
- Dag
- Uitgever
- Dagblad De Telegraaf
- Plaats van uitgave
- Amsterdam
- PPN
- 832675288
- Verschijningsperiode
- 1893
- Periode gedigitaliseerd
- 1893-1994
- Verspreidingsgebied
- Landelijk
- Herkomst
- KB C 98
- Nummer
- 18420
- Jaargang
- 49
- Toegevoegd in Delpher
- 20-11-2013
Langs de Straat Figuur.
Drie groepen meeuwen.
DE meeuwen onderscheiden wrj weer in drie groepen, nl. de echte meeuwen, de sterns en de jagers of roof meeuwen. De sterns kunnen wij op het oogenblik laten rusten, want dat zijn bij ons zomervogels en in het winterhalf jaar hebben wij dus op een ontmoeting met een stern geen kans. De jagers ver toonen alle een snavel met een wa« huid: bovendien zijn het zeer donker gekleurde vogels en dus nie: te verwarren met de meeuwen, die toch in hoofdzaak wit of althans zeer licht gekleurd zijn.
De meest algemeene meeuwensoort van onze stranden is zonder eenigen twijfel de zilvermeeuw. Daarop volgt de kapmeeuw. de kleine zeemeeuw of stormmeeuw en de mantelmeeuw. Ook komt er nog een kleine mantelmeeuw voor. maar deze is vrij zeldzaam. Deze soort is op korten afstand echter gemakkelijk te herkennen aan de gele pooten. Geen enkele andere meeuwensoort heeft gele pooten. De zilvermeeuw in volwassen toestand heeft den mantel en de vleugeldekveeren zilvergrijs. rie groote slagpennen zijn grootendeels zwart met witte punt, dc rest van het lichaam is zuiver wit. De forsche snavel is geel met een mooie roode vlek op de nok van den ondersnavel, de pooten zijn flets vleeschkleurig. In 't winterkleed veitoonen de schedel en de achterhals een strcepteekening van smalle bruingrijze lengtestreepjes. De jonge zilvermeeuwen zien er echter weer geheel anders uit. want deze zijn geheel bruin met zwart-bruine en witte vlekken, de groote slagpennen zijn bruinzwart, de staart heeft een dwarsbandteekening met afgebroken bruine banden en bruinzwarten eindzoom. De snavel is bruinzwart terwijl de pooten bruinachtig zijn. Deze zilvermeeuwen zijn wel de meest algemeene vogels langs onze stranden en dan zoowel in den zomer als in den winter. Ook ontbreken zij nergens in de plaatsen en steden langs de kustzone en meer dan eens zien wij ze zelfs diep in het binnenland. Toch is deze soort veel meer gebonden aan de kust dan de veel kleinere kapmeeuwen, die thans weer bij duizenden de steden bevolken en zich daar gedragen als echte stadsvogels. Van de kapmeeuw zijn de mantel en de vleugels lichtgrijs, de slagpennen zwart met wit. de rest van het lichaam wit. In het zomerkleed zijn de kop en de keel dokker koffiekleurig, maar thans zijn zij allemaal weer in het winterpakje gestoken en is de donkere schedelkap verdwenen. Op de oorstreek dragen zij thans een klein donkergrijs plekje en ook vóór het oog ontdekken wij een klein donker vlekje. Bij de volwassen dieren zün de pooten lakrood. evenals de snavel. Bij de jonge kapmeeuwen zien wij een bruinachtigen band om den hals, de vleugels zijn dan bruin gevlekt, de pooten zijn geel vleeschkleurig. de snavel grauwig met donkere snavelpunt Maar het gemakkelijkste herkennen wij toch wel die jonge kapmeeuwen aan den zwarten zoom van den staart en de bruine vlekken op de v'eugels. Deze kenmerken zijn ook heel goed in dc vlucht te zien. JAN P. STRIJBOS. (Nadruk verboden).
Een Brabantsche „overtrek in oude glorie. DE BUURT HAALDE EEN NIEUWEN BOER IN.
(Van onzen Bosschen correspondent). DEN HEMEL", Xov. — Dit verhaal is in den hemel geschreven. „Den Hemel" is een herberg aan den weg van Tilburg naar Hilvarenbeek en we stellen er-prijs op de herkomst dezer regelen zoo nauwkeurig te vermelden, omdat ..Den Hemel" een herbergnaam met Brabantsche traditie is en dit verhaal met niets anders dan met Brabantsche traditie en folklore van doen neeft. Hoe wij zoo op den elfden November, den dag van „Sientere Mèèrten" in „Den Hemel" terecht kwamen? Wei, we hebben een Brabantschen „overtrek" meegemaakt. tt*tt ln de oude heerlijkheid „Tuldel en Breukeling" onder Esbeek kocht ~De Utrecht" enkele jaren terug een groot landgoed met honderden hectaren moe rassen, bosch en heide. Men is deze gronden gaan ontginnen en dezer dager, is de eerste boerderij gereed gekomen. De bewoner van deze boerderij, de landbouwer H. Oerlemans is nu deze week van de eeuwenoude boerderij Sint Jacob onder Goirie naar de Poorthoeve op den Tuldel verhuisd. Als u en ik gaan verhuizen dan bellen we een of anderen verhuisbaas op, die komt, ziet en laadt op en dan volgt de rest vanzelf. Hij de Brabantsche boeren gaat dat anders. Het is in het Zuiden een oud boerengebruik, dat de buurt, waar de nieuwe boer komt te wonen, hem en heel zijn „hebben en houwen" gaat halen. Al wat in de buurt een wagen en een paard heeft, spant in, gezamenlijk rijder, ze naar de hofstede van den boer, laadden daar alles op wat los en vast is en dan begint de „overtrek". Dit oude gebruik is nog steeds in eere, al geschiedt de verhuizing niet altijd met zooveel omslag en feestelijkheid als vandaag het geval was. De heeren van „De L'trecht" hadden er prijs op gesteld dezen verhuis een min of meer feestelijk karakter te geven; en de heer J. ST. Lauwers, ourlhoofd der school te Esbeck, die op gebied der boerenfolkiore een deskundige is, had er voor gezorgd, dat de oude vormen zoo strikt moge'ijk in acht werden genomen.
In een grooten stoet verlaten de boeren het dorp. Voorop gaan de boerinnen uit de buurt met het vee, daarachter volgt de „schóón kéCr" (schoone kar) waarin de boerin zit met de kinderen. Dan volgen de verdere wagens met huisraad, gereedschappen, oogstvoorraad.
nieuwe boerderij in dc woonkamer onder de schouw ophangen. De kroon blijft daar hangen, tot er weer een nieuwe boer in de buurt komt
VROEG OP PAD.
IN den schemer van den zeer vroegen morgen trok een groot aantal wagens op weg van Esbeek naar Goirle, een afstand van drie uur rijden. Wagens, paarden en bemanning waren feestelijk versierd. De bemanning, die voor het grootste deel uit vrouwen bestond, droeg de oude Brabantsche kleederdracht, de jongens in blauwe kiel en met een papieren roos op de rijden pet, de boerendochters in schort en omslagdoek en getooid met de oude Brabantsche muts. De paarden droegen rozen in de manen en vlaggen op het haam. Ook de wagens waren opgesmukt. Het pronkstuk van den stoet was de z.g. „schóón kèèr", een zeer feestelijk versierde wagen met een huif vol rozetten, waarin de boerin met de kinderen en de bedden straks een plaats zouden vinden. De grauwe Novemberdag was een uur of tien oud. toen de stoet op het erf van „Sint Jacob" arriveerde. Direct werd met opladen begonnen. Tootige boerenkerels en strulsche boerendochters klommen op de stroo- en houtmijten, sjouwden met huisraad en landbouwgereedschap en in vlot tempo werd de heele bóerenbedoening op de wagens geladen. Een deel der meisjes hield ondertusschen de wacht bij de kroon. Deze feestelijke kroon, een sierlijk product van nijvere vrouwenhanden en bestemd om bij het vertrek in de „schóón kèèr" te worden opgehangen, moet door de vrouwen angstvallig worden bewaakt. De mannen zijn er nl. op uit deze kroon te rooven en slagen zij daarin, dan hebben ze een halven liter jenever verdiend. Een prijs, die, vooral tegenwoordig, een nauwgezette bewaking; rechtvaardigt. In een leeggeruimd vertrek stond de wacht opgesteld. Zij werd trouwens van tijd tot tijd afgelost.
DE OVERTREK.
'TTOKN' het werk gedaan en alles opge* laden was, schonk de hoer een borrel ln en de boerin had op de laatste tafel, die nog in huis stond, een dampenden schotel staan. Na een stevig maa! ging toen de overtrek beginnen. Voorop het vee onder toezicht van de boerendochters en daarachter de „schóón kèèr", welke kar geieid wordt door den allernaasten buurman. Dan komen de verdere karren met huisraad, stroo en andere voorraden en alles wat er bij een boerenverhuizing behoort. De naaste buurman op één na, rijdt de tweede kar en zoo verder. De zon heeft ondertus schen de herfstr.evelen verdreven en de stemming in de Brabantsxthe karavaan is opperbest. Er wordt gezongen van ..Wie zal da', betalen, zoete lieve Gerritje" en het antwoord blijft niet lang uit: ..De boer, dien wij gaan halen, zoete lieve Gerritje". Hot toeval wilde, dat er langs den weg, die gekozen werd, weinig herbergen stonden, dus kwam de gehaalde hoer er nogal schappelijk af. Dij „Den Hemel" echter, „werd er even de dam onder gezet". Onder de wagens werd de steun uitgezet, zoodat de paarden rust kregen. Zij kregen ook eten en drinken. En. a' zagen ze er nog lang niet vermoeid, hongerig of dorstig uit. de boeren en boerinnen gunden zichzelf ook wat. Het was er goed toeven in . Den Hemel". Dat men in „Den Hemel" zat, wilde in dit geval echter niet zeggen, dat het einddoel bereikt was en na een kort oponthoud ging het weer verder. Zooals te voren door Goirle. werd nu door Hilvarenbeek gereden. Een waterige herfstzon bescheen den fleurigen stoet en deed de initialen van den verhuizentlen boer en zijn vrouw die in goud op de ..schóón kèèr" waren aangebracht, schitteren. Het was een fraai gezicht, dat veel bekijks trok. Het oponthoud in „Den Hemel" had de kelen blijkbaar goed gedaan, want nog; vroolijker en nog luider klonken de oude liedjes. Of was dat. omdat men de nieuwe buurt naderde? Aan de grens van de buurt vond de ..zoete inkomste" plaats. De boer. en boerin werden hartelijk welkom geheeten en bevestigd in de rechten en plichten van de buurtschap. Dit werd bezegeld door den zoeten inkomstdronk, toegediend door de twee dichtstbljwonende buurvrouwen. Uit een antieke anijskom werd met een lepel de zoete drank geschept. Dij de Poorthoeve was groote belangstelling. Ka een rondedans werden de bewoners in hun nieuwe huis ingeleid en werd de Vroon binnenskamers opgehangen. Daar blijft zij hangen tot den volgenden intocht, die in dit geval niet zoo lang op zich zal laten wachten, want de tweede boerderij van de ontginning Tuldel zal binnenkort worden betrokken. Ook dan zullen folklore en traditie weer hoogtij vieren, want de dag waarop de Brabantsche boer zijn intrede doet ln een nieuwe buurt. Is een dag van belang, een dag die lang heugen moet... .
Duitsche scholen in Roemenië.
BOEKAREST, 15 Nov. — Krachtens een nieuw decreet betreffende het Duit sche schoolwezen in Roemenië, wordt de Duitsche volksgroep aldus berechtigd volksscholen en inrichtingen voor middelbaar onderwijs alsook opvoedingsinstituten van verschillenden aard op te richten en te leiden. Het decreet geeft aan. welke bijdragen de Roemeen sche staat voor de stichting dezer scholen dient te verstrekken en bepaalt, dat diploma's in Duitschland verworven, volle geldigheid in Roemenië zullen bezitten. —
FINANCIËN EN ECONOMIE. Rotterdamsche Tram Beschermingscomité tegen voorstellen aan houders van obligaties.
DE Rotterdamsche Tramweg Maatschappij heeft — naar wij in ons Avondblad van 11 dezer meldden, een aanbod aan obligatiehouders gedaan, neerkomende op: a) . Hervatting van de couponbetaling met 25 % der waarde; b) . jaar!ijk«che aflossing van f SO.OOO obligaties a, 30 % — eventuee'. inkoop — plus 25 % der opgeloopen rente sinds 1 .November 1934. Wij vernemen thans, dat het in 1933 opgerichte ~Beschermingscomité" deze voorstellen onaanvaardbaar acht, zich in den loop dezer week met een circulaire tot obligatiehouders zal wenden en in de op 27 dezer te houden vergadering van obligatiehouders tégen de bestuursvoorstellen zal stemmen. Uiteraard zijn er vele en langdurige besprekingen geweest tusschen het beschermingscomité en het bestuur der Rotterdamsche Tramweg Maatschappij. De obligatiehouders zijn nl. niet de eenige crediteuren der R. T. M.: zij heeft, behalve de in totaal f 2.800.000 schuld aan obügatiehouders een bedrag van f 4.200.000 schuld aan Rijk en provincies uit hoofde van ontvangen rente- Sooze voorschotten. Het beschermingscomité is, naar ons werd medegedeeld, van het standpunt uitgegaan, dat, indien obligatiehouders een offer zouden moeten brengen, Rijk en provincies (en ook: aandeelhouders), dit eveneens moeten doen. Men zou dan immers kunnen komen tot een volledige saneering van het bedrijf, dat dan tevens in staat zou zijn tot een dringend noodzakelijke afschrijving van de veel te hoog te bock staande activa over te gaan. Ten aanzien van de tentc!ooze voorschotten en het aandelenkapitaal zijn echter geen mededeelingen gedaan, die op verlaging van de hoofdsom wijzen. Overigens meent het comité, dat het thans geen tijd is om tot een definitieve regeling voor obligatiehouders te komen. Het js thans niet wc! doenlijk, zich een duidelijk beeld te vormen van de toekomstige waarde van den gulden en het zou denkbaar kunnen zijn, dat men na den oor!og zou betreuren, zich tijdens den oorlog tot een regeling, als de R. T, M. thans voorstelt, te hebben laten overhalen. Het bescherminsrseomité voelt meer voor een voorloopige regeling, waarbij men — zoo werd ons verzekerd — aan den term „voorloopjg" een zeer ruime beteekenis zou willen toekennen. Zou deze termijn gesteld worden op bijv. zes jaar. dan zou de R. T. M.. indien zij de gelden, die zij thans wil bestemmen voor amortisatie, gebruikt voor betaling van de achterstallige coupons, de houders hiervan volledig schadeloos kunnen stellen en dan zou na dezen termijn nog altijd over de hoofdsom een beslissing genomen kunnen worden. Kesnmi-erende. komen de bezwaren van hef bescherming-comité dus hierop neer: 1). Het is. niet jui»t. een offer te vragen van ohligatiehouder*. indien andere behingheltbenden niet eveneens een offer brengen. -). De huidige omstandigheden leenen er zich niet toe. om ten aanzien van deze materie thans een definitieve beslissing uit te lokken. Op grond o.a. van deze overwegingen zal het boscheriningscnmité stelling nemen tegen de bestuursvoorstellen.
CONTINENTAL CAN.
Het betrokken administratiekantoor deelt mede, dat de Continental Can, Co. een dividend van $ 0.50 (onv.) heeft gedeclareerd, betaalbaar te New Vork op 15 December aan houders van aandeelen. de op den 25sten November 1941 in de boeken oer maatschappij zijn ingeschreven. Het gedeclareerde, in Nederland nog niet betaalbaar gestelde dividend stijgt hiermede tot $ 3.50.
NATIONAAL GRONDBEZIT.
Op 26 November 1941 zuilen f 1.400 000 obligaties van het Nationaal Grondbezit te 's-Gravenhage — zijnde het restant der leening 1919 — worden uitgeloot.
NED. MIJ. TOT ONTGINNING VAN STEENKOLENVELDEN.
Het Nederlandcch Administratie- en Trustkantoor, als Trustee van de 6 % eerste hypothecaire obligatieleening ten laste der Nederlandsche Maatschappij tot ontginning van Steenkolenvelden, oorspronkelijk groot f 10.000.000. bericht, dat de vennootschap haar heeft medegedeeld, dat zij. gebruik makende van het recht, haar toegekend bij art. 4 der trustovereenkomst, alle niet reeds vroeger aflosbaar gestelde obligatiën dezer leening ner 15 Februari 1942 a pari wenscht af te lossen. '.' ;j (Op 31 Maart 1940 stond f 3.704000 uit. terwijl op 1 November 1941 nog f 700.000 werd afgelost. — Red ).
NIEUWE BEHEERDERS.
Ingevolge de verordening d.d. 21 Juni 1040 fbetr. vijandelijk vermogen) Is, volgens het . Finantltel Weekblad v. ri. Fondsenhandel, is een beheerder benoemd: bit rie N.V. Beleggingen MpU Ir.gela, Amsterdam: The Northern Assurane? Co. I.td., Rotterdam. Ingevolge art. 7 van de verordening van 12 Maart 1941 betreffende de behandeling van ondernemingen, welke aangegeven dienen te worden, is een bewindvoerder benoemd bij de fa. nugo * Haar Amsterdam: Coiumbia Schoenfabrieken N.V.. Amsterdam: N.V. Confectiefabriek v.h. De Groot A- Co. en bl.l Japonnenfahriek De Groot Ie Co., beide te Amsterdam; fa H. 1.. Granaat, Amsterdam: Internationale Couranten en Tilrtsehriftenhandcl M. van Gelderen en Zoon. Amsterdam: ..De Banaan" in H 0... s-Gravenhage: Goedkoope Kantoorboekhandel en bij rie Nederlandsche Groothandel in Schooibehoeften. beide te Groningen; N.V. Gebr. Katz' Handelsvereeniging. Rotterdam; De Eerste Feijenoordsehe Electrlsche Confectiefabriek v.h. A. van Dommelen N.V., Rotterdam; Zuid Nederlandsche Handelmlj. v.h. A. van Dam. Eindhoven. Naast den reeds benoemden bewindvoerder Is aangewezen als ..Verausserur.gstreuhiinder" de Nlederlandlsche Aktiengesellschaft für Abwicklung von Unternehmungen bi.l rie fa. H. L, Granaat. Amsterdam; Internationale Couranten en Tlidschrlftcnhandcl M, van Gelderen en Zoon, Amsterdam. Ingevolge art. 12 van deze verordening zijn in liquidatie getredent Benlta Kleeding en Stoffen, Amsterdam: Boekhandel en Antiquariaat S. Israël, Amsterdam: Confectiefabriek fi:charri Welss, Amsterdam; Exportslagerij en Vleesrhwarenhandel v.h. fa. S. Gossehalk N V.. Deventer: fa. wed. I. Gosschalk. Deventer; fa. J. de Lange. Deventer; fa. 11. Itrbarh. Deventer; fa.'Emil Golstein, Heerlen; fa. Max Wolff. Sittard.
Vereeniging v. d. Effectenhandel. Bij het afscheid van mr. A. F. van Hall.
VRIJDAGMIDDAG is het Bestuur van de Vereeniging voor den Effectenhandel voor het laatst in vergadering bijeengekomen. Straks zal het Bestuur opnieuw bijeenkomen als Raad van Bijstand, maar één der prominentste figuren van het Beursbestuur, de 71-jarige president mr. A. F. van Hall, zal daarin niet terugkeeren. omdat hij. zooals wij reeds meldden, zijn functie heeft neergelegd. Met mr. Van Hall verdwijnt een persoonlijkheid uit het bestuur, die meer dan 40 jaar het lief en leed der Vereeniging voor den Effectenhandel van zeer nabij volgde. Van 1898—1902 was hij secretaris van de ..Vereeniging". Daarna werd hij lid van de firma Jan Kalff & Co. en in 1910 lid der firma H. Oyens & Zonen. In 1932, toen de firma H. Oyens & Zonen werd omgezet in een naamlooze vennootschap, werd de scheidende president commissaris van de nieuwe N.V., welke functie hij thans nag b-kleedt. Van de 39 jaren, die hem thans scheiden van het jaar. waarin hij firmant van de firma Kalff & Co. werd. hééft mr. Van Ha!! rond 3a jaar deel uitgemaakt van het bestuur der Vereeniging voor den Effectenhandel. Hij heeft in die 35 jaar veel zien veranderen, veel zien Broeien. Oudere beursbezoekers zullen zich herinneren, welk een groote rol hij speelde in het tot stand komen van het contract tusschen de „Vereeniging" eenerzijds en „Rotterdam" en de „Provincie" anderzijds. Zij zullen zich herinneren de stichting van de Beurs, die de Vereeniging voor den Effectenhandel in 1913 aan het Damrak bouwde en bij welke stichting mr. Van Hall eveneens een groote rol speelde. Want mr. Van Hall was — en is nog! — een strijdbaar man. Een man, die voor zijn meening durft uit te komen, maar die meening wist te gieten in een vorm. die tegenstanders soms tot voorstanders bracht en minstens tot nadenken stemde. Wat zijn strijdbaarheid aangaat: de persoonlijke herinneringen van mr. Van Hall zullen ongetwijfeld vaak verwijlen bij dien tijd. toen de „Vereeniging" het besluit durfde te nemen, haar eigen Beurs te bouwen. De gemeente had hooge eischen gesteld, toen de „Vereeniging" vroeg om een eigen gebouw bij of in de Koopmansbeurs. Te hooge eischen volgens het bestuur van de Effectenbeurs. Onderhandelingen volgden, maar de Gemeente wist niet. dat de Beurs een optie had op het „Bible-Hotel" en aangrenzende huizen en de onderhandelingen sprongen af. Toen kwam mr. Van Hall met zijn beroemd geworden slagwoord: ..Eigen baas in eigen huis", een slagwoord, dat pakte en het enthousiasme bracht, dat noodig was om het grootsche ondernemen van een eigen Effectenbeurs te doen slagen. Zoo mr. Van Hall in die totaal 43 jaren pal stond voor de Beurs, zijn strijdlustige natuur maakte hem ook tot voorvechter van hen, wier belangen geschaad werden en ontelbaar zijn de beschermingscomité's. waarvan mr. Van Hall voorzitter was. En wat de wijze betreft, waarop hij zijn meening ingang wist te doen vinden: Talrijk zijn de vergaderingen geweest, waar men na afloop kon hooren, dat deze of gene tegenstander van een of ander voorstel bij het uitbrengen van zijn stem voorstander geworden was door de voortreffelijke wijze, waarop mr. Van Hall het voorstel verdedigd had. DE effectenbeurs en het effecten bezittend publiek kunnen mr. Van Hall dankbaar zijn voor hetgeen hij tot stand bracht: hiervan hebben Vrijdagmiddag in de laatste bestuursvergadering mr. Lutterveld, de heer Overhoff en mr. Cnoop Koopmans getuigd. Zoo het zijn afscheid als president was. een afscheid als beursbezoeker, als voorzitter van beschermingscomité's en als commissaris van verschillende vennootschappen was het geenszins. Rustig thuis blijven en tuinieren zou dezen vitalen man toch niet liggen; hopelijk zal mr. Van Hall nog geruimen tijd met het enthousiasme en de toewijding, die hem steeds kenmerkten, zijn verschillende functie? blijven vervullen.
Faillissementen.
Opgegeven door afd. lUndeUiiformat.es v. d. Graaf en Co. N.V.. Aonsterda-m.
Aanvulling:
.2 Nov. In het op 2t April ](*33 u:'«e
Uitgesproken:
A. HESLINGA, voorheen slager. Huizum. Paul Krugerstraat 29. R.-c. mr. H. W A. Sclupperijn. Cur. mr. B. Dorhout te Leeuwarden. 12 Nov. L. HOGERS, kantoorbedter''» wonende te Maartensditk, Prof. Sprensreriaan 18. R.-e. Jhr. mr. D. Rurgers van P.o-zenouig. Cur. mej. jr.r. M. & Haime te Utrecht — A. VAK DKR BLUTS, commlssionnaïr ;n effecten. Rotterdam. Xo>nsstr. Cöc zaak doer.rl» Zwart Janstr. 122 b. H.-c. mr. L. van Looxeren Campagne Cur. mr. H. J. SJoL'ema. Rotterdam. 13 Xov. A ZWOLLE. Nijmegen Voorsta-dslaan 1. P..-c. jhr. mr. F. J. M. van Nispen tot Sever.aer. Cur. mr. H. P. Beet-, Nijmegen, Fratischestiaat 6. — li, HOZEE. schilder, te Den Haa*, Rejrentesselaan 253. R.-c. mr. M. A. van Rijn van Alkerr.ade. Cur. mr. A. Koning, Der, Haag. — G. VAN KOOY, boekhouder, te Dea Haag. Scesterbergstraat 203. R.-e. mr A. W. j. van Vrifberche de Cor.ing-h. Cur. mr. G. P. Kortenhorst. Den Haag. 14 Nov. TH. VERMEULEN, 0.-Pekela, Waetburgstraat 37. R-c. Jar. mr. W. W. Fel'h. Groningen. Ossenmarkt. Cur. mr. E. J. Buider, Veendam.
Gedeponeerde uitdeelingslijsten.
A. VAN EI.ST te Den Haag Geëindljd .".-.o- het verb. worden der slotuïtd.l. Uitk. 25 %. G. J. NIESSEN. Den Haag. Geëirdigd door tlltd.l. Uitk. nihil. D. VAN GRONINGEN SCHINKEL te Den Haag. Geëind door uttd.l. Uitk 15.97 %; S. VAN BVAP.LE, te Del/U Geëind. d:or aIM 1. Uitk. 1.63
Advertentie
Restaurant DORRIUS M.Z. Voorburgwal b.h. Spul. Amitsrdcni Ruime keuze van m'hotels. (Ingezonden Mededee'.ing) 7671
Advertentie
IfSlpf
Johann Caspar Lavater de grondlegger van de gelaatkunde Het aangezicht de spiegel der ziel.
TT ET gelaat is de spiegel der ziel." Deze woorden hadden de lijfspreuk kunnen zijn van Lavater, die vandaag voor twee eeuwen te Zürich werd geboren, waar hij predikant werd. Voor ieder, die het wat verder wil brengen dan de meesten zijner mede burgers, is menschenkennis een noodza keiijke eigenschap. Men spreekt ook wel van „kyk op menschen". Het eerste nu, waar men op kijkt bij een kennismaking of ontmoeting, is het gelaat. En zoo heef: men van oudsher in de gelaatsuit drukking een afspiegeling van het ka takter willen zien. Bij Lavater nu was dit gevoel tot eer. zeer sterke overtuiging geworden. Deze berustte inderdaad op zijn groote menschenkennis en op zijn vermogen, he: karakter van hen, met wie hij in aanraking kwam. zeer spoedig te doorgron den. Op grond nu van die ervaring zocht en vond hij verband tusschen vorm en trekken van het aangezicht en zijn onderdeelen cenerzijds en het innerlijk leven anderzijds. Hij tracht'e toen orde en systeem in zijn waarnemingen te bren gen en beschreef deze, opdat ook ar.deren daarmede hun voordeel konden doen In 17T2 verscheen het eerste ge schrift „Von der Physiognomik", later gevolgd door de ..Physiognomischc Fragmente'. terwijl de „Physiognomische Regelr.". da: manuscript gebleven was. eerst na zijn dood verscheen. Op grond van deze werken wordt Lavater beschouwd als de grondlegger der gelaatkunde of physiognomiek. Dit laatste is eigenlijk niet geheel juist. Wel legde Lavater den nadruk op de beteekenis van het gelaat als uiterlijke verschijning van het innerlijk, maar hij miskende daarnaast niet de waarde ook der andere lichaamsdeelen voor de beoordee-ing van den mensch als geheel. Reeds in zijn eerste boek schrijft hij: ..Physiognomiek omvat dus alles aan het lichaam van den mensch en de bewegmgen er van, voor zoover daaruit iets omtrent het karakter kan worden begrepen"! tTot de bewegingen behooren o.a. de gang. het spreken, schrijven en lachen). Ook uit andere plaatsen van zijn werk blijkt, dat Lavatcr een sterk gevoel had voor de samenwerking van alle deelen van het lichaam, in zooverre daarbij de innerlijke persoonlijkheid naar buiten wordt geprojecteerd. Bij een bepaald lichaam — zoo schreef hij — behoort een bepaalde hand. Is de schedel lang. dan is alles aan het lichaam lang. Er is harmonie, hetzij dan ten goede of ten kwade. Deze harmonie in de uiterlijke verschijning komt tot stand, doordat de ontwikkeling van. het geheel van binnen-uit wordt geregeld. Schiller zegt het in een van zyn drama's: ..Es ïst der 'Geist, der sich den Körper baut". In dezen versregel ligt de theorie van Lavater besloten. • * WAT nu voor het lichaam als geheel geldt, is vooral van toepassing op het belangrijkste deel er van: het gelaat. Ook hier gaat het niet om één onderdeel of één trek, maar om de combinatie, die een harmonisch en homogeen geheel vormt en als zoodanig den geest weerspiegelt. Lavater geeft daarvan dan een voorbeeld. Teekent men nauwkeurig de profielen van vier intelligente menschen. en ontwerpt men dan een nieuw profiel, samengesteld uit het voorhoofd van den eersten, den neus van den tweeden, den mond van den derden en de kin van den vierden, dan komt er een gelaat voor den dag. dat niemand voor intelligent zou verklaren. Er is over de leer van Lavater reeds tijdens zyn leven en nog lang daarna veel strijd geweest. In die dagen ging er heel wat om in de geleerde wereld van Europa. Door Mesmer en zijn dierlijk magnetisme werd ook de openbare meenir.g fel bewogen. Gall bracht de gemoederen in actie door zijn schedelleer, waarin hij voor 26 geestelijke eigenschappen van den mensch evenzoovele velden op den schedel aangaf, waaronder de hersendeelen zouden liggen, welke van die eigenschappen de centra zijn. Over al deze problemen was er een levendige discussie Wat nu Lavater betreft, niemand minder den Goethe heeft zich gedurende eenigen tijd levendig voor zijn opvatting geïnteresseerd en bezocht hem o.a. bij gelegenheid van zijn Itaüaansche reis. Hun wegen gingen echter later weer uiteen. Het oordeel van Goethe luidde, dat Lavatar een braaf mensch was, wien het bij de beoordeeling der uiterlijke verschijning van den mensch slechts om de innerlijke zedelijke persoonlijkheid te doen was. Hii liet zich meer door het gevoel dan door de wetenschappelijke objectiviteit leiden. Zoo werd hij eenzijdig en bemerkte niet, dat hij zichzelf en anderen misleidde. Lavater's karakterkunde had de stoffelijke, uiterlijke verschijning noodig om tot het innerlijk te komen. De latere psychologie trachtte rechtstreeks tot het innerlijk do-~r te dringen, zonder zich veel om het stoffelijke uiterlijk te bekommeren. Totdat in den jongsten tijd — men denke aan „Kórperbau und Charakter" van Kretschmer — ook hier de synthese de twee-eenheid van den mensch in zijn lichamelijke en geestelijke eigenschappen heeft geproclameerd. PROF. DR J. G. SLEESWIJK.
De meeuwen zijn weer in de stad. HOE ZE TE ONDERKENNEN.
NOG altijd blijken er menschen te zijn. die niet het verschil tusschen een merel en een zanglijster of zelfs een spreeuw kunnen zien of niet in staat zijn een kapmeeuw van een zilvermeeuw te onderscheiden. En.toch is dat eenvoudig genoeg, als je maar weet, waar je precies op letten moet. Bij de verschillende soorten meeuwen, welke in ons land voorkomen, word' het echter iets moeilijker, omdat wij bij de meeuwen ook met de verschillende jeugd vormen te maken krijgen en ook nog Meeuwen in de haven. Toto Polygoon. met een zomerkleed en een winterkleed. Hoe kunnen wij nu zien. dat wij met een meeuwachtige te doen hebben? Zy behooren met de eenden, de ganzen, de zwanen, de alba:rosachtigen. de alken, de pelikaanachtigen en de duikers tot de groote klasse van zwemvogels. Vogels met vry korte, tot aan of een eindje boven het hielgewricht bevederde pooten, waarvan de teenen van zwemlobben voorzien zijn of verbonden worden door complete zwemvliezen. Verder dienen wij te letten op den vorm van den snavel. Is deze aan de binnenzijde met tandjes of hoornplaatjes bezet, dan hebben wij te maken met een eend. een gans of een zwaan: bij de duikers en de alkachtigen zijn de pooten geheel achter aan het lichaam geplaatst, terwijl de betrekkelijk korte vleugels sikkelvormig zü'n. Bij de pelikaanachtigcn rijn de vier teenen alle naar voren gericht en door zwemvliezen met elkaar verbonden en dan spreekt men van ..roeivoeten". In ons land komen slechts twee soor. ter. pelikaanachtige vogels voor. t.w. dc aalscholver en de Jan van Gent. Ontdekken wij op den boyensnavel merkwaardige neusbuisjes. dan 'is onze vogel een vertegenwoordiger van de albatrosachtigen, ook wel gerekend tot de groep van de stormvogels. Vinden wij al deze kenmerken bij onzen vogel niet. dan kunnen wij er op aan. dat wij met een meeuwvogel te doen hebben.