Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PREMIER NEIJHORST VAN SURINAME: 'Geen man van lange filosofieën'

(Van een speciale ANP-verslaggever) „Ik ben geen man van lange filosofieën", zegt hijzelf. Een zakelijke en efficiënt werkende man met principes waar hij aan vasthoudt, financieel en economisch deskundige, gematigd en zeker geen ideologische scherpslijper, zeggen mensen die hem kennen. Sinds woensdag is drs. Henry Neijhorst (42) dé nieuwe . premier van Suriname en tevens minister van Financiën en Planning en lid van het beleidscentrum. Door de vereniging van deze functies neemt hij een belangrijke positie in. De zwakke, eenzijdig op bauxiet gerichte economie van Suriname versterken ziet hij als een van zijn belangrijkste taken. Neijhorst is niet verbonden aan een politieke partij. Hij studeerde economie in Nederland aan de universiteit van Amsterdam, de economische hogeschool van Rotterdam (nu Erasmusuniversiteit) en de -~V,' katholieke hogeschool in Tilburg. Hij was aktief in de '■.';' Nationalistische Studentenbeweging. Direct na de afronding van zijn studie in 1972 keerde hij terug naar Suriname. Neijhorst was enkele maanden minister van Financiën en Economische Zaken in de beginperiode van de regering Chin a Sen. Hij stapte eigener beweging op. Zijn laatste functie was directeur van de Surinaamse postspaarbank. Drs. H. R. Neijhorst is getrouwd en heeft vier kinderen. .■ ,_'.<•>; ~»■ Vraag: heeft het kabinet v?'v*>??f speelruimte gekregen van het militair gezag f Neijhorst: "Jazeker. Het militair gezag als zodanig heeft geen politieke bevoegdheden dan.. ■■. . alleen via het beleidscentrum. Dat is het hoogste bestuurlijke orgaan. Daarin zitten de bevelhebber, de plaatsvervangend bevelhebber, de premier en vice-premler." "Het verschil met de voorgaande periode (van Chin a Sen, red.) is, dat de structuur nu formeel is vastgelegd in decreten. Er is een afbakening van taken en bevoegdheden. De ministers .zullen het beleid voorbereiden en , uitvoeren.. ï\-'i\''V;1 "U moet het beleidscentrum niet zien als een superregering maar als een combinatie van een soort partijraad, die het beleid bepaalt en een parlement dat toezicht: *. houdt". ''^föi Premier Neijhorst gelooft in een V eigen vorm van democratie die >■: in Suriname moet worden l ~ ontwikkeld. Hij volgt daarin de

visie die legerleider Bouterse ' onlangs in een gesprek met Nederlandse journalisten •' ontvouwde. : ■ '-r-ïv■>' Neijhorst: "De vorm van democratie die we nu ■/;..--*&'? uitproberen is rechtstreekser dan in een parlementaire democratie, namelijk viaiï' ■", volkscomitees, regionale en districtsraden, uitmondend in ■ \ een nationale assemblee. Deze. zal nog worden aangevuld met vertegenwoordigers van j:"" functionele groepen zoals ; vakbonden, kerken,.- vrouwenorganisaties,'..' jeugdgroeperingen en bedrijfsleven. In een parlementaire democratie kies je om de vier jaar. Een bestuur. van een volkscomitee kunnen de mensen echter ieder moment wegsturen". HSHBKSi "De verkiezingen van vroeger waren slechts een volksvermaak. Het volkscomitee politiseert de massa. Dat verhoogt het politieke bewustzijn.';'"•'-■:>■>£;?..■•/ Verkiezingen zullen geheim en evenredig zijn. Er zijn geluiden als zou het volk terug willen naar de 'oude' verkiezingen. Ik moet nog zien dat dat zo is. Ik geloof dat de beleving van de s > democratie bij mensen in de buurten groter is dan ze voorheen was. Het volk staat niet buiten spel. In ieder geval hebben ze in eigen regio veel. De structuur met een beleidscentrum kan volgens Neijhorst worden gezien als een overgangsfase: "Het is zeer ■■: -: waarschijnlijk dat uiteindelijk de nationale assemblee de taak zal verrichten die nu aan het beleidscentrum is toebedacht",\... Ook legerleider Bouterse liet

zich onlangs in deze zin uit, toen hij sprak over de nationale .s-u-, assemblee als hoogste orgaan en een leger dat daaraan ondergeschikt is. Vraag: Legerleider Desi Bouterse heeft gesproken van een nieuwe concept-grondwet die binnen redelijke termijn. ■. gereed moet zijn. Het -• •.•*?■t; Surinaamse, volk zal daarover §fï moeten discussiëren. Hoe wordt; dat georganiseerd?

Premier Neijhorst is ook minis- ; ter van Planning. Het planbureau is onder zijn verantwoordelijkheid gebracht. Neijhorst is daardoor de centrale man wat - betreft het economisch ontwikkelingsbeleid. Zijn visie daarop vertoont overeenkomsten met {•« die welke is vastgelegd in het. •:»_; bijgestelde meerjarenontwikkelingsplan (MOP). .......-:r■':■'

Neijhorst: „Wij streven naar een onafhankelijke nationale econo- ' mie in de politiek-economische - betekenis. Maar wel een grote ', 1 mate van zelfvoorziening wat betreft de primaire produkten. In ."/ mijn ontwikkelingsvisie moet ';,

overigens niet alleen de nadruk E liggen op de landbouw, visserij,, . etc. dus de primaire produktie /.; maar ook de secundaire, met name de verwerkende agrarische ; industrie. De situatie van nu met een volkomen afhankelijkheid van bauxiet en aluminium (door de slechte wereldmarkt vertonen het budget van de Surinaamse . overheid en de lopende rekening grote tekorten, red.) onder-

streept dat een brede produktie nodig is. Landbouw is de basis, maar de industrie is de leidende factor. Dat is in het kort mijn visie; Ik ben niet de man van lange filosofieën". '^ Vraag: denkt u ook aan nationalisatiest

Neijhorst: In de kleine industrie moet de overheid niet gaan zitten. De rol van het particulier bedrijfsleven is belangrijk. Particuliere initiatieven moeten

worden gesteund voor zover zij niet in strijd zijn met het alge- - meen belang. Ofschoon het beter - zou zijn om basisindustrieën in . Surinaamse handen te hebben, '•'■ wordt niet gedacht aan nationalisatie van de bauxietbedrijven. In' andere sectoren moet niet.van j nationalisatie worden gesproken, maar eerder van surinamisering". „Dat betekent dat aandelen niet per se in handen van de Suri-, :•' naamse overheid hoeven komen maar bij voorbeeld in handen van Surinaamse ingezetenen. De overheid domineert trouwens . -'■ reeds in veel sectoren van het .•■ < economisch leven. Bijvoorbeeld ons grootste rijstbedrijf SML in Wageningen is volledig in han- £ den van de overheid. Hetzelfde ' geldt voor het Bacovenbedrijf Surland en de suikerfabriek Marienburg. In de bosbouwsector is ; Suïinam Timber volledig in . staatsbezit en in Bruynzeel hebben we 52 procent van dé aande- ' len. In de financiële sector zijn de Surinaamse postspaarbank, en de landbouwbank volledig en de nationale ontwikkelingsbank bijna volledig in staatsbezit. In de transportsector hebben we de Surinaamse luchtvaartmaatschappij en de scheepvaartmaatschappij Suriname. In het verzekeringswezen zou de invloed van de overheid kunnen worden uitgebreid. We hebben enkele jaren terug al het schadeverzekeringsbedrijf Selfreliance opgezet, - r waarin de staat veertig procent van de aandelen heeft". Vraag: wat vindt u van het uitstel van de vergadering van de commissie ontwikkelingssamen- | werking Nederland-Suriname ', (CONS) door Nederland mede si om politieke redenen en hoe ziet u de relatie met Nederland? Neijhorst: „Wat het eerste betreft, dat vond ik paternalistisch en dan druk ik het nog zwak uit. § In het verdrag inzake ontwikke-' lingssamenwerking staat ner- \; gens hoe de Surinaamse regering eruit moet zien. Ik verwacht niet anders dan dat de Nederlandse regering op voet van gelijkheid met de Surinaamse re- ,'!.. gering zal samenwerken. . ;!,;i^

„Overigens kan ik de relatie met Nederland alleen maar positief zien. Nederland en Suriname zijn door het verdrag inzake ontwikkelingssamenwerking op een bepaalde manier met elkaar ver- :, bonden. Nederland is natuurlijk niet weg te vlakken na driehonderd jaar koloniale geschiedenis. Ook is er natuurlijk verbonden- .; heid door de vele Surinamers die in Nederland wonen. Een groot deel van de intelligentsia hier kreeg zijn opleiding in Neder-.;. . land". „ . Vraag: hoe denkt u over remigratie van Surinamers in Nederland? : : Neijhorst: „ik sprak al van een bredere produktie die noodzakelijk is. Er is een tekort aan geschoold kader, zowel op hoger

als lager niveau. Ook de uitvoering van het overheidsbeleid ■'■

door goed kader is een zorg. In ; / dat licht kunnen we landgenoten goed gebruiken. We zijn er alleen niet op ingesteld ze massaal te ontvangen. Echter ook druppelsgewijs zou niet goed zijn. Anders krijgen we niet de mensen die we wensen. De terugkeer van Surinamers moet echter goed worden voorbereid". ■

Drs. Henry Neijhorst