e Groninger schilder en graficus Jan van der Zee toont op het °9enblik in het prentenkabinet van het Haagse Gemeentemuseum en reeks houtsneden en kleurhoutsneden. In de Groninger kunste- Paarsgroep j)e pioeg was hij destijds een van de eersten die abstract e9on te werken Men leze hieronder hoe in de kunstkritieken van kranten zijn werk wordt gewaardeerd.
Collectie
Permanente URL
- Gebruiksvoorwaarden
-
Auteursrechtelijk beschermd. Op dit object rust auteursrecht.
- Krantentitel
- Nieuwsblad van het Noorden
- Datum
- 07-11-1964
- Editie
- Dag
- Uitgever
- Nieuwenhuis
- Plaats van uitgave
- Groningen
- PPN
- 833013246
- Verschijningsperiode
- 1888-2002
- Periode gedigitaliseerd
- 1888-1994
- Verspreidingsgebied
- Regionaal/lokaal
- Herkomst
- KB C 65
- Nummer
- 263
- Jaargang
- 77
- Toegevoegd in Delpher
- 20-11-2013
Er is helaas een probleem met het ophalen van de afbeelding.
Dit kan twee oorzaken hebben:
Probeer het later opnieuw.
Krantekritieken roemen Jan van der Zee als een zeer begaafd kunstenaar
Op de man af
(tb? BRABANTS NIEUWSBLAD sendaal): '■IT* is een kunst die recht op de da n afgaat, robuust en vitaal is, en aan°m ook bij de grotere massa aan vat- Zi3n motieven ontleent hij nin„ et boerenleven, aan de Groen °se werven, aan paardemarkten s?ha n het ernstige Groningse land"»ot P' Bi-? de uitbeelding van deze te cven gaat hij sterk abstraherend te u erli> waardoor de nadruk komt rhrrr9en °P de compositie binnen de der 7 he vlakverdeling. Maar Van i% «f cc »s meer dan een componist 9raJ?len en kleuren, hij is ook een h°Udt£neestal> die van de anekdote nw '• En daardoor is zijn kunst zo te9eUV>k; decoratief en expressief
Als Picasso
„ÈrVmjE VOLK (Den Haag): Snede« een felle vaart in deze houtdoen -J die mij soms aan Picasso ban n«e!?'cen — «'s wys in dit «eroofc VP ac „Qutchotterie". Trouwens stecd« jet overige werk trof mij de 2eer hedendaagse direct°nd aarmee Van der Zee zij" der Zp erPen benadert" (...) „Van s'aood' !ilS er vrijwel steeds in gede oVof- bedreiging van het louter ?nede wße in de kunst üan dc hout_ in Brn baas te t»ïyi'eTl- Ze^s ..f,aarr)°t~op9euat*e figuren als in sie«e y.enmarkt" spreekt zijn expres- Stuk hP: het is 9een doods sier- ts steeds de sterk vereen- ?a* ep«e* 2eer essentiële weergave 71 werkelijkheid die de kuns-9e oTnor,et bewogenheid heeft waarto°nt „ f--0 „Jan van der Zee *chap» ,S een Sproot kunstenaar'paut van der Put).
Zuiverheid
** * X 7 * ■ sp7-a!cey!Ct heel nadrukkelijk dat er *enuotid; .van een wézenlijke ver- !albaa* ?9' niet van een onver"Ên C abstr«et beeïdschri/r" (■ ■■) 1 °ns steeds weer treft is vooral de overtuigende zuiverheid, die geladen is met de poëzie van de waarachtige eenvoud."
Herkomst
HET VADERLAND (Den Haag): „De kleur, die geen organisch verband heeft met de samengebalde vormen, zorgt voor het poëtische element. Het komt niet vaak voor dat er een zo zichtbaar verband bestaat tussen het werk van een kunstenaar en diens „land van herkomst" maar wanneer men dit sterke, zware werk gezien heeft en weet dat Jan van der Zee Groninger is, dan komen er direct associaties met het Gro-
ningse land en met het karakter dat wij de bewoners daarvan toemeten. Een mooie tentoonstelling van een zeer begaafd kunstenaar".
„Quichotrerie 1964" van Jan v. d. Zee.
Aanbiedingen
En wat zegt Bergner zelf? „Ik zit hier fijn. Ik vind het leuk spelen in dit orkest. Goed, ik heb een paar mooie aanbiedingen lopen: de Camerata, de Virtuosi en de Masterplayers — en het kamerorkest ligt me het allerbest — maar ik ben getrouwd. Mijn vrouw zou het niet leuk vinden als ik met die orkesten de helft van het jaar op tournee was."
„Trouwens, ik speel nog regelmatig met de Masterplayers. Ik kan hier af en toe een weekje ertussenuit knijpen."
Als bassist in The Masterplayers heeft Bergner zojuist een tournee van veertien dagen door Denemarken gemaakt, waarvan hij vorige week vrijdag terugkeerde.
Toen Klaus 16 jaar was kreeg hij een plaats in het radio-orkest van Karlsruhe. Na allerlei omzwervingen via verschillende andere orkesten en vooral kamerorkesten (onder andere dat van de Mannheimer Solisten) kwam hij in 1956 bij het internationaal kamermuziekgezelschap „The Masterplayers", gevestigd te Lugano. Hij maakte met dit ensemble concertreizen over de hele wereld.
Italianen
Aan het kamerorkest heeft Bergner zijn hart verpand. „Daar bèn je nog iemand en daar is jouw spel een duidelijke stem in het geheel", cegt hij.
„En ja, die Italianen, die weten wat muziek maken is. Die maken nog echt een toon. Die toon klapt er niet ineens uit, maar die wordt echt aangezet, — leidt in een ondeelbaar ogenblik als het ware een eigen leven. Ze spelen elegant en levendig, niet een eigen dynamiek, want in ieder stuk zit meer muziek dan er in dynamische tekens staat aangegeven." Klaus Bergner heeft uiteraard met diverse orkesten de solo-concerten voor contrabas gespeeld, onder andere het dubbelconcert van Karl Ditters von Dittersdorf voor alt-viool en bas, en verder de concerten voor contrabas en orkest van de Russisch- Amerikaanse bassist-dirigent-componist Serge Koussewitsky en van Bottesini. „Bottesini is het zwaarste wat er is", meent hij. „Er zitten passages in waar je jarenlang op kunt studeren."
Klaus Bergner ziet het anders: 'Viool' spelen op de contrabas
„Bas moet zijn plaats tussen de andere strijkers nog veroveren"
(Van onze muziekredactie)
„Wie als een houthakker op zijn contrabas opereert moet niet verwachten dat er ook werkelijk muziek klinkt. Waarom zou een contrabas niet elegant, bij tijd en wijle luchtig en fijntjes bespeeld kunnen worden? Waarom zou men een contrabas niet kunnen laten zingen als bijvoorbeeld een cello?" De tijd van het supermanlijke voor alles wat diep resoneert is voorbij. De psychologie heeft anders geleerd. En trouwens, welke baszanger durft het podium te betreden als hij alleen maar wat in de diepte rommelt? . Klaus Bergner (30), geboren in Karlsruhe, sinds maart van dit jaar bassist van het Noordelijk Filharmonisch Orkest, heeft zo zijn eigen ideeën over het instrument van zijn keuze. Hij zegt: „Het normale' basspel heb ik nooit als echte muziek kunnen ervaren" en speelt viool (!) op zijn contrabas. Op zijn basrepertoire staan namelijk ook de moeilijkste stukken uit de literatuur der viool virtuozen: Paganini, Wieniawsky, Kreisler Klaus Bergner moet met zijn vioolspel op de contrabas, althans met de methodiek die hij daaruit heeft ontwikkeld, een bijzondere „toon" hebben gevonden. Diverse leden van het orkest lieten zich over hem uit in de trant van: „We hebben nu een bassist.... zó! Je snapt niet waarom hij hier in Groningen blijft hangen. Hij kan overal terecht." Het lijkt er hard op dat hij inderdaad overal terecht kan. Klaus Bergner is als het ware kind aan huis bij de wereldberoemde Italiaanse kamerorkesten. Hij speelt regelmatig als contrabassist in „The Masterplayers" uit Lugano en soms ook in „Il Maestri di Lugano", welk orkest voor een deel gevormd wordt door de kopstukken van andere beroemde kamerorkesten als „Il Virtuosi di Romq" (die deze zomer in Groningen hebben gespeeld), „I Musici" en „Camerata di Roma".
...hij is kind aan huis bij de beroemde Italiaanse kamerorkesten ...
Kreutzer-etudes
„Er is wel veel muziek voor contrabas geschreven, maar die behoort niet tot de beste. Ik ben destijds al direct vioolmuziek gaan spelen op mijn bas, bijvoorbeeld een hele serie van de veertig Kreutzer-etudes. Ik heb zowat alle vioolliteratuur, die mijn vader (die concertmeester was van de Staatsopera in Karlsruhe) had liggen, doorgespeeld. Altijd zocht ik naar levendigheid van het cellospel en van de alt en de viool. Het „normale" basspel heb ik nooit als echte muziek kunnen ervaren, en ik dacht: de mogelijkheden van de bas zijn in de loop van zijn ontwikkeling niet goed onderzocht, — niet door bassisten, noch door componisten en dirigenten. De bas moet nog helemaal zijn plaats tussen de andere strijkers veroveren". Op zijn contrabas speelt Klaus Bergner onder andere twee van de 24 beruchte vioolcapricci van Paganini (u weet: Paganini werd „de duivel op de viool" genoemd) en twee capricci — eveneens oorspronkelijk voor viool geschreven — van Wieniawsky, ook een beroemde vioolvirtuoos, zowel met de strijkstok als met de pen. Van de bekende vioolpedagoog Jenö Hubay heeft Bergner een czardas op zijn repertoire en ook nog een stuk van Kreisler.
Flageoletten
Hoe hij al die vioolmuziek speelt?
„Meestal een octaaf lager dan er staat en verder met flageoletten en kunstflageoletten."
Zijn handen? bijzonder groot. Bijna fragiel, maar van een zeer groot rekvermogen.
Dagelijks repeteert Bergner heel erg hard op zijn repertoire, minstens
VERVOLG OP BESTSELLER: Karen,-spastisch meisje: hoe 't haar verder verging
Een der meest tragische tekortkomingen van de moderne mens (de moderne kunstenaar inbegrepen) is misschien wel, dat hij zozeer vastgeklonken is aan de materie, dat hij — in het algemeen gesproken — aan het wonder niet meer geloven kan. Toch is dit wonder er nog altijd in het leven en het maniiesteert zich niet eens zo zelden aan hen, die er zich voor open stellen in diep religieus besef, in mensenliefde en in wijsheid. Marie Killilea, de doodgewone Amerikaanse huismoeder, wier derde kind aan cerebrale paralyse bleek te lijden, kan hiervan meepraten.
Want het was niet minder dan een wonder, een wonder in de realiteit, dat haar, haar man en de andere kinderen in haar gezin het begrip, de toewijding, de liefde en de ongelooflijke fysieke kracht werd gegeven om dat gehandicapte dochtertje in een tijd, welke voor dergelijke kinderen geen enkele remedie kende, lichamelijk en geestelijk zo te leiden en te oefenen, dat ze haar ledematen weer in redelijke mate gebruiken kon.
Nog groter intussen was het wonder, dat dit ene geval bewerkstelligde: de oprichting van verenigingen en terapeutische klinieken, een stijgende belangstelling bij de medici juist voor dit ziekteverschijnsel, een forse aanpak van een probleem, dat, gezien het aantal erbij betrokken slachtoffers niet gering was. Een organisatie, die groeide en groeide, tot ze Amerika omspande, breidde zich vervolgens uit over de gehele wereld, met het gevolg, dat er nu voor elk spastisch kind mogelijkheden zijn.
FONDSEN
Deze gang van zaken werd in niet geringe mate gestimuleerd door het goed en met humor geschreven boek „Karen", waarin Marie Killilea de strijd van haar dochtertje Karen en van haar gezin tegen de cerebrale paralyse vastlegde. Dit boek werd in Amerika een bestseller — wat Marie en haar constant meezwoegende man Jimmy de nodige fondsen verschafte om hun strijd voort te zetten — en verscheen vervolgens in tien andere talen, ook in het Nederlands. De weerklank in ons land was niet minder groot dan elders; hier nam zelfs de AVRO het initiatief een dramatische bewerking van het boek — geschreven door Rob Geraerds — enkele malen voor de microfoon te brengen.
27.000 BRIEVEN MARIE KILLILEA
Meer dan 27.000 brieven stroomden naar aanleiding van haar publikatie bij mevr. Killilea binnen. Veertien duizend hiervan werden door haar man en haar beantwoord; toen moesten zij de correspondentie staken, ook al omdat bovendien per dag gemiddeld veertig telefoontjes van
geïnteresseerden hun aandacht vroegen. Maar anderzijds wilde Marie Killilea één speciale vraag, die in ontelbare brieven naar voren kwam, niet onbeantwoord laten. Ze wilde de wereld vertellen wat er verder van Karen was geworden. Dus zette zij zich niet aan het schrijven van een derde kinderboek — sinds haar literair talent ontdekt was, waren er al twee van haar hand verschenen — maar aan een nieuw verhaal over Karen, dat onder de titel „Veel liefs van Karen" thans in Nederland, bij Gottmer in Haarlem, verscheen.
MET HUMOR
In dit omvangrijke boek, dat de ontwikkeling van Karen van haar
vijf tot zes uur, en soms wel eens tien tot twaalf uur.
Nog verdere plannen? — „Ja, een cello-sonate van de Hollander Willem de Fesch en de solo-suites voor cello van Bach."
Geen huis
„U ziet: ik ben tevreden. Ik zou niets anders willen. Ik kan hier een heleboel studeren en dat is heel erg belangrijk. Alleen.... ik moet daarvoor steeds naar de Harmonie, want mijn vrouw en ik kunnen ons op dat huurkamertje maar net omkeren. Die grote bas kan er echt niet bij. Ja, die woning zit ons wel heel erg hoog en als we niet wat anders krijgen, wordt het natuurlijk wel moeilijk om de verleiding van de Italianen te blijven weerstaan.—"
twaalfde tot haar achttiende jaar belicht, toont de schrijfster zich opnieuw een begaafd vertelster, die voortdurend weet te boeien en die bij alle ernst des levens, waarmee ze dagelijks wordt geconfronteerd, haar gevoel voor humor geen ogenblik verliest. Anderzijds slaagde zij er ook nu weer in, ons de harmonie van haar gezin, gebaseerd op een intens Godsvertrouwen, op een bereidheid tot dienen en op menselijk begrip, zo te doen voelen, dat het ons sterk ontroert en duidelijk maakt, hoe juist in dit gezin dat dubbele wonder geboren kon worden.
In literair opzicht zou het gunstiger zijn geweest, als de schrijfster haar verhaal iets beknopter had gehouden. Niet dat ze ons niet blijvend vasthoudt — ze doet dit zeer zeker, mede dank zij een aantal anekdo-
Boekbespreking door J. G. DE HAAS
tische gebeurtenissen, waar werkelijk kostelijke bij zijn — maar de lijn in het boek is nu een beetje langgerekt en daardoor minder sterk dan in
„Karen", dat stapje voor stapje toeging naar de climax van het uiteindelijk op krukken lopen en het kunnen schrijven zelfs.
ZWARE KEUS
Ook dit boek is geschreven naar het moment toe, dat Karen, die intussen na een nieuwe operatie nog veel meer macht over haar ledematen heeft gekregen en die eindelijk op een school is toegelaten, waar ze een bijzondere intelligentie ten toon spreidt, voor de keus komt te staan, die haar verdere leven bepalen zal:
De keus tussen de beugels, die haar veroorloven te lopen, maar bij het aandoen waarvan ze altijd hulp nodig zal hebben en die haar zullen dwingen, een deel van de voor haar geestelijke ontwikkeling zo kostbare dag, aan pijnlijke en vermoeiende oefeningen te besteden.... en de rolstoel, die, nu haar handen sterk genoeg zijn, haar volkomen onafhankelijk zal maken, doch die eist, dat ze van het gebruik van haar benen afziet
Het is echter een lange weg, die ditmaal naar de climax voert en een belangrijk fragmentarischer dan in „Karen".
GLORIA
Waarschijnlijk heeft de schrijfster zelf gevoeld, dat alles wat ze nu nog over haar dochter te vertellen had, hoewel vaak zeer interessant, toch heel wat minder spectaculair was, dan het relaas van haar ontwikkeling in eerste instantie. Vandaar, dat ze aan de andere gezinsleden — stuk voor stuk zeer karaktervaste figuren — veel aandacht heeft besteed. Meer speciaal haar pleegdochter Gloria met haar standvastige en vele jaren toch schijnbaar wanhopige liefde, komt sterk naar voren. Al zal het de niet-katholieke lezer enige moeite kosten de houding van Gloria en de man van haar keus te aanvaarden, ook hij zal in de tekening van deze figuren de rechtschapenheid en het verantwoordelijkheidsgevoel herkennen, dat in heel het gezin Killilea van zo grote betekenis is. Al deze mensen, van klein tot groot, weten dat ze een taak in het leven hebben, vervullen deze met liefde en toewijding en worden daar innerlijk rijk door.
ECHT WAAR
Extra boeiend wordt dit boek, omdat we ons bij de merkwaardigste gebeurtenissen telkens weer realiseren dat ze niet bedacht zijn door de auteur, doch een stukje werkelijkheid vormen. Werkelijk bestaande figuren zijn ook dat allerliefste echtpaar Cherns, de vermaardste Newfoundland-fokkers van de States, de buren van de Killilea's, de criticus Kerr en zijn vrouw de schrijfster Jean Kerr
— en nog zovele anderen. Vele lezers van „Karen" zal het interesseren, dat de brieven uit Nederland vertaald werden door het nauw bij 't theater betrokken echtpaar Slezak, dat vlak bij de Killilea's woont.
Het boek bevat over de instelling van de mens ten aanzien van zijn medemensen en ten aanzien van zichzelf vele wijze woorden; naar mijn mening zou een nogal populair gezegde er het motto van kunnen zijn:
Waar liefde woont, gebiedt de Heer Zijn zegen.