J. F. A. Boer: „De zaak van sergeant Meijer". Paperback 287 blz., geïllustreerd, ƒ 10. Uit gave: Boekenbedrijf Het Parool, Amsterdam. Ineens blijkt het overbodig nog uitvoerig uiteen te zetten wat de zaak van sergeant Meiier inhoudt. Want plotseling hebben kranten, radio en televisie deze zaak met een nadruk in de openbaarheid gebracht die zeldzaam is. Opmerkelijk ook omdat deze belangstelling pas 5 jaar na de bevrijding komt en 30 jaar nadat de zaak van sergeant Meijer zich heeft afgespeeld. En bovendien nog enkele jaren nadat er in een juridisch periodiek over de kwestie was geschreven.
Op die publicaties reageerde eigenlijk als enige niet-jurist de journalist J. F. A. Boer. Hij was zo getroffen door de twijfels rond de terechtstelling van de Dierense sergeant-capitiilant Johan Meijer — de enige Nederlandse militair die wegens desertie tijdens de vijfdaagse oorlog van mei 1940 ter dood werd gebracht, de eerste Nederlander ook aan wie sinds een eeuw een doodvonnis werd voltrokken — dat hij er wat aan wilde doen
Boer heeft de laatste anderhalf aar van zijn leven besteed aan een ongekend uitvoerig en zorgvuldig onderzoek van de zaak Meijer. Vlak voordat hij zijn boek had afgerond maakte een hartaanval een eind aan zijn leven. Mevrouw Boer-Slieker heeft er voor gezord dat het manuscript toch persklaar is gemaakt. Men moet haar daarvoor dankbaar zijn. Want dit strikt feitelijke, nauwgezette en bijna overdreven gedocumenteerde verslag levert het bewijs dat een 22-jarige jongeman, enig kind ook nog, het leven verloor onder twijfelachtige omstandigheden.
Gezegd kan warden dat formeel-juridisch het doodvonnis terecht werd uitgesproken. Sergaant Meijer had zijn post bij de Grebbeberg zonder bevel en zonder dringende redenen verlaten en hij was veel te ver teruggetrokken. Maar zoals hij deed hadden honderden anderen aan het Grebbefront — officieren, onderofficieren, soldaten — al uren voordien gedaan en vele honderden deden het daarna eveneens, geschokt als ook zij waren door het oorlogsgeweld waarop de Nederlandse militairen niet of onvoldoende waren voorbereid en waar zij zich tegenovergesteld zagen in ongeveer de slechtst denkbare omstandigheden: onvoldoende bewapend, zonder duidelijke instructies of bevelen, zonder verbindingen doorgaans met de staven.
Generaal-majoor J. A. Harberts was aan het Grebbefront de hoogste commandant. Zijn taak was, dat front te behouden. Het liep volkomen uit de hand omdat de Nederlandse troepen een chaotische troep veroorzaakten, de goede uitzonderingen niet meegerekend. Eerst ergerde de generaal zich daar aan, vervolgens raakte hij door de spanning en gebrek aan slaap over zijn toeren. En in die gemoedstoestand — op de laatste oorlogsdag het motief om hem van zijn commando te ontheffen — wenste hij een voorbeeld te stellen dat anderen van desertie zou doen terugschrikken. Eerst was een vaandrig uitgezocht om als voorbeeld te dienen, maar toen diens zaak te veel haken en ogen bleek te hebben, werd het door een toeval sergeant Meijer die door „de grote regisseur" Harberts de hoofdrol in het drama kreeg toebedeeld. De generaal-majoor stelde haastig een krijgsraad samen en nadat die het vonnis had geveld bekrachtigde „regisseur" Harberts letterlijk tussen de (krijgs) bedrijven door dat doodvonnis. Daarna had de generaal geen krijgsraad meer nodig. Merkwaardig genoeg, want de „desertie" kwam toen pas goed op gang. Daar zou trouwens geen houden meer aan geweest zijn zelfs als de generaal ruchtbaarheid had gegeven aan het voorbeeld dat hij had gesteld. Maar hij hield het stil ook nog.
De ontwikkeling van de zaak van sergeant Meijer is hierboven slechts in hoofdlijnen weergegeven. De indruk die men er daardoor van krijgt is al schokkend genoeg. Maar wie het boek van Boer heeft gelezen ontkomt niet gemakkelijk aan een gevoel van beklemming, van verdriet maar ook van ergernis over de vreemde omstandigheden en het absurde gedrag van een generaal-majoor, die zich een vuurvreter dacht, maar die in feite al evenmin tegen de omstandigheden opgewassen bleek als sergeant Johan Meijer. De sergeant is dood. De hoogbejaarde generaal leeft en laat blijken, dat hij ook nu nog niet begrijpt, destijds gefaald te hebben.
boeken Een generaal wilde een voorbeeld; het kostte een leven. "Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland". Leeuwarden, 09-05-1970, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618439:mpeg21:p005
"Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland". Leeuwarden, 09-05-1970, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618439:mpeg21:p005
GERTIE EVENHUIS — Wii waren er ook bij. VierJe druk van een boek dat indertijd is bekroond met de Nienke van Hichtumprijs. Die bekroning blijkt ook nu nog terecht omdat dit verhaal over een groep middelbare scholieren dat geleidelijk betrokken raakt bij verzetsactiviteiten tegen de Duitsers en hun handlangers op een goede manier doet uitkomen waarom het destijds ging. Een aanbevelenswaardig boek voor jongemensen van 12, 13 en ouder. Uitgave: Van Goor Zonen, Den Haag; 192 blz., f 8,90. ANNIE FERWERDA—VAN DEN BERG — Weten komt later. Het aan Kafka ontleende motto dat voorin deze roman is afgedrukt doet literair meer verwachten dan de schrijfster waar kan maken. Het is niet meer — wil men: mindergeworden dan een christelijke liefdesgeschiedenis die zich in wezen niet anders ontwikkeld dan al t die talloze andere liefdesverhalen die eerder voor niet veel eisende lezeressen werden geschreven. Uitgave: Kok, Kampen; 214 blz., f 7,80. ♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦4
INGEBOEKT. "Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland". Leeuwarden, 09-05-1970, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618439:mpeg21:p005
Tiuee 'doezen namen te Madras een douche die zonder water was. De droogste does begon te smoezen: „Wat zijn wij toch een arme doezen. Had ik tenminste maar een ton Vaannee ik mij bedruipen kon". TRIJNTJE FOP
Op twee doezen. "Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland". Leeuwarden, 09-05-1970, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618439:mpeg21:p005
Een andere factor is wellicht het beeld, dat het publiek zich van de tegenwoordige kopstukken in de regering heeft gevormd. Het Britse kabinet telt een aantal bekwame koppen. Ministers als Jenkins, Crosland, mevrouw Castle en anderen hebben mede door hun functie een zekere populariteit verworven, terwijl de ministers uit de Conservatieve periode wat in de vergetelheid zijn geraakt of te oud zijn voor een heroptreden in de regering. Ook Edward Heath, de leider van de Conservatieven staat tegenover Harold Wilson in een ongunstige positie. Heath heeft de laatste tijd als zeezeiler successen behaald, die op het sportminnende Britse publiek stellig indruk hebben gemaakt. Maar als politicus Is hij geen imponerende figuur. De beminnelijke Heath moet het in een rechtstreeks debat meestal afleggen tegen de scherpe, sarcastische Wilson. De huidige premier mag dan soms de indruk geven niet van eigenwijsheid gespeend te zijn, hij is een kundig politicus, die zijn beleid weet te „verkopen".
Nu staat Wilson voor de moeilijke vraag of het gunstigste ogenblik voor algemene verkiezingen voor hem al gekomen is, of dat het voordeliger is nog een poosje te wachten. De regering in Engeland heeft het voorrecht zelf de datum van de verkiezingen te mogen vaststellen. De enige beperking is, dat het parlement binnen vijf jaar worden vernieuwd. Formeel kan Wilson nog wachten tot 1971, maar dan loopt hij het risico de verkiezingen te moeten uitschrijven op een tijdstip, waarin de regering tegenslagen boekt. Op het ogenblik heeft Labour de wind in de zeilen. Het zou mogelijk zijn in juni al verkiezingen te houden. Dan moet de beslissing echter niet veel later vallen dan volgende week. WH Wilson de kat nog een poosje uit de boom kijken, dan kan hij eigenlijk niet eerder dan na afloop van het vakantieseizoen, dus in de herfst, de strijd om de gunst van de kiezers uitroepen.
R. L
EDWARD HEATH. "Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland". Leeuwarden, 09-05-1970, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618439:mpeg21:p005
Drie jaar geleden verloor de Labourpartij bij de Britse gemeenteraadsverkiezingen zon 600 zetels. Dat betekende een van de dieptepunten in de geschiedenis van Engelands socialistische partij en in de loopbaan van Harold Wilson. Als premier van de Britse socialistische regering kwam de verantwoordelijkheid voor deze politieke nederlaag voor een groot deel op zijn hoofd terecht. De gebruikelijke zelfverzekerdheid van de Britse leider bleek er echter niet door geschokt. Met de niet altijd even enthousiaste steun van de grote Lbaourmeerderheid in het parlement zette hij zijn beleid op dezelfde voet voort, in het vaste vertrouwen dat het tij vroeg of laat zou keren. Dat optimisme schijnt nu, drie jaar later, te worden gerechtvaardigd. In Engeland worden op het ogenblik weer verkiezingen voor gemeenteraden en andere regionale bestuurslichamen gehouden. Bij de donderdag gehouden verkiezingen won Labour er niet minder dan 435 zetels bij, terwijl de Conservatieven er 324 verloren. Voor het eerst sinds lange tijd bleek de Labourpartij weer aantrekkingskracht op de kiezers uit te kunnen oefenen. Opinie-onderzoeken hadden de veranderingen in de openbare mening reeds eerder voorspeld. Nadat lange tijd de opinie-peilingen hadden aangewezen, dat Labour bij mogelijke algemene verkiezingen een verpletterende nederlaag zou moeten incasseren, kwamen er de laatste tijd aanzienlijk gewijzigde voorspellingen. Deze varieerden van een voorsprong van de Conservatieven van niet meer dan 4% procent tot een leiding met 2 procent voor Labour. De twee
grote partijen houden elkaar dus ongeveer in evenwicht, wat betekent, dat Labour in elk geval niet kansloos is.
De oorzaken van deze verschuiving in de publieke gunst zijn niet statistisch vastgesteld. Waarschijnlijk is het herstel van Engelands betalingsbalans een van de oorzaken van de terugkeer van het vertrouwen in het regeringsbeleid. De devaluatie van het Britse pond en de andere maatregelen, dle de regering-Wilson heeft genomen om te voorkomen dan het land volledig aan de grond kwam te zitten in het internationale betalingsverkeer, hebben geholpen. De schaduwzijde is een toegenomen werkloosheid, die in brede kringen toch ook wel weerstanden tegen de regering moet oproepen, al zullen de Conservatieven daarvan vermoedelijk niet rechtstreeks profiteren.
Premier Harold Wilson
Premier Wilson voor moeilijke beslissing Labour wint gunst Britse kiezers ten dele terug Kansen grote partijen bijna gelijk OVER DE GRENS. "Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland". Leeuwarden, 09-05-1970, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618439:mpeg21:p005
Analyse toont aan, dat ongeveer 70 pet. van de kleine bandbeschadigingen aanleiding geeft tot een ongeval", aldus de Poolse expert ir. J. A. stro/ijk gisteren op het internationaal congres van automobiel experts in het RAlcongrescentrum in Amsterdam. HU zei echter ook, dat het op de markt brengen van steeds nieuwe typen van diagonaal-, radiaal- en gordelbanden en in het bijzonder de toepassing van polyesterkoord en glasvezels meebrengt, dat men zeer voorzichtig moet zijn wanneer het gaat om onderzoekingen van bandbeschadigingen.
De Belg H. G
Poolse deskundige: zeventig procent van bandbeschadigingen geeft ongeval. "Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland". Leeuwarden, 09-05-1970, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618439:mpeg21:p005
De voorzitters van de PvdA, PSP en de PPR, de heren Vondeling, Burggraaf en Jurgens en vice-voorzitter Jongendijk van D' 66 hebben gistermiddag op de Amerikaanse ambassade in Den Haag een brief voor president Nixon overhandigd. In de brief vragen de vier partijbesturen met klem om: onmiddellijke terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Cambodja, geen hervatting van de bombardementen op Noord-Vietnam een versnelde terugtrekking van de strijdkrachten van de VS uit Indo-China en actieve medewerking van de Amerikaanse regering aan een internationale conferentie tot regeling van de conflicten in Indo-China.
In hun brief stellen de vier partijbesturen dat de jongste besluiten van de regering Nixon om opnieuw Noord- Vietnam te bombarderen en Amerikaanse troepen ook op Cambodjaans grondgebied in te zetten in lijnrechte tegenstelling zijn met de recente rede van de Amerikaanse president, waarin hij aankondigde dat de VS 150.000 man uit Vietnam zouden terugtrekken. Hierna was, aldus het schrijven, de algemene verwachting dat de Amerikaanse regering een vreedzame oplossing van het conflict in Indo-China wilde nastreven. „Deze besluiten belemmeren het eerdere streven van uw regering om ondermeer via de conferentietafel in Parijs, een politieke oplossing van het conflict te bereiken. Het lijkt er op dat in uw jongste besluiten militaire overwegingen zwaarder hebben gegolden dan politieke," aldus de brief. De partijbesturen zeggen de besluiten te veroordelen, omdat dit beleid opnieuw een gevaar inhoudt voor de internationale vrede en veiligheid en omdat zij dit beleid niet zien als een stap naar de vrede in Vietnam.
In brief PvdA, PSP, D'66 en PPR aan Nixon: VS gevraagd troepen uit Cambodja terug te trekken. "Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland". Leeuwarden, 09-05-1970, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618439:mpeg21:p005
Vertegenwoordigers van een aantal bevrijdingsbewegingen uit Afrika hebben op een onlangs in Uppsala (Zweden) gehouden congres over de houding van de Europese jeugd tegenover de ontwikkelingslanden gezegd mee te willen praten over het tweede wereldvoedselcongres in Den Haag, dat in juni wordt gehouden. Inmiddels heeft de landbouw- en voedselorganisatie van de Verenigde Naties (FAO) laten weten geen vertegenwoordigers van dergelijke organisaties tot het congres te kunnen toelaten.
De Nederlandse jongerendelegatie naar het FAO-congres staat nu voor een dilemma. In een motie die op hun nationale voor-congers is aangenomen staat dat zij van de hun tachtig toegewezen plaatsen veertig ter beschikking zullen stellen van bevrijdingsbewegingen en niet-genodigde landen. Drie dagen voordat het grote FAO-congres van start gaat zal in de afgedankte Haagse Milva-kazerne een internationaal voorcongres beginnen. Het ligt in de bedoeling van de organisatoren de bevrijdingsbewegingen in elk geval voor deze manifestatie uit te nodigen. Organisaties uit Rhodesië, Zuidwest-Afrika en Zuid-Afrika zullen hier komen. Met de bevrijdingsfronten uit de Portugese kolonies Angola en Mozambique zal nog contact worden opgenomen.
Bevrijdingsbewegingen willen meepraten in Den Haag op wereldvoedselcongres. "Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland". Leeuwarden, 09-05-1970, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618439:mpeg21:p005
W/ELKE EISEN moei een klein land als het onze stellen aan zijn minister van buitenlandse zaken? Wat voor (vn man moet dat zijn? Politicus van Nederlandse kwaliteit? Partijfiguur? Vakman uit de buitenlandse dienst? Moet hij, als hij wordt benoemd, al internationaal gezag hebben? Moet er over zijn benoeming bij de kabinetsformatie diepgaand worden gesproken? Allemaal nuttige vragen. Een beetje laat misschien, want 18 jaar eerder zou het meer zin hebben gehad. Aan de andere kant ook wel aardig op tijd, want volgend jaar krijgen we een nieuwe, gegarandeerd, kabinet-De Jong ol niet. Het zijn geen theoretische vrgaen. Ze kunnen in elk | niet worden beantwoord zondei beoordeling van de man, die bij ons dit ambt met zoveel zwier en zoveel hardnekkigheid vervult.
De belangrijkste vraag is: Wat is de taak van een Nederlandse minister van buitenlandse zaken? In het algemeen worden daar twee antwoorden op gegeven. Er is een stroming, duidelijk een minderheid, die zegt: de minister van buitenlandse zaken moet een herkenbare Nederlandse buitenlandse politiek formuleren, een autonome politiek, die gebaseerd is op de grondgedachten, waarop de regering rust. Hij mo°t dan bovendien een dergelijke politiek uitvoeren.
De andere stroming, verreweg de meerderheid, zegt: het is de taak van de Nederlandse minister van buitenlandse zaken het Nederlandse belang overal ter wereld zo goed mogelijk te dienen. Hij is om zo te zeggen de verkoper van Nederlandse interessen. Daarmee zijn dan tevens — weer heel in het algemeen — de grenzen aangegeven, waarbinnen hij zich heeft te bewegen: hij moet de lange tenen van anderen ontzien als dat voor ons voordelig is. Liever geen autonome buitenlandse politiek dan een onvoordelige.
Luns is typisch het produkt van de tweede opvatting. Hij rolde op 2 september 1952 om zo te zeggen uit het niets het tweede ministerie-Drees b;n-
nen. Zonder portefeuille, naast mr. Beijen, die fungeerde als minister van buitenlandse zaken. We hadden er dus twee. Aan leiding tot één van Luns' vele briljante grappen: „waarom heeft een klein land als Nederland twee ministers van buitenlandse zaken? Omdat het zon groot buitenland heeft."
II ij kwam uit de dienst, zoals dat heet: diplomaat van professie, maar buiten de kleine kring van insiders weinig bekend. Een man, die was opgevoed in de oude stijl van Buitenlandse Zaken: hoffelijk, voorzichtig en zonder enig gevoel voor de normatieve rol van het parlement.
Als men meegaat met de formulering, dat de minister van buitenlandse zaken allereerst Nederland moet opstoten in de vaart der volkeren, dan is het duidelijk, dat Luns grote verdiensten heeft. Voor een niet gering deel komen die verdiensten op rekening iin langdurige aanwezigheid. Hij is wereldrecordhouder in het aanblijven. Alle politieke stormen zijn mooi om hem heengewaaid. Dat kon alleen maar, doordat hij de Nederlandse binnenlandse politiek nogal onnozel vindt en wie zal hem daarin ongelijk geven? Voor hem was de nacht van Schmelzer een incident van onbegrijpelijke aard en geringe omvang. Hij zorgde voor zijn winkeltje en dat lag buiten de grenzen.
Wij hier kunnen dat vreemd vinden en beginselloos, in het buitenland bestaat voor deze opvatting geen enkel begrip. Men ervaart hem daar als de alomtegenwoordige. Hij vliegt maar heen en weer en iedereen kent hem. Gek genoeg heeft hij zichzelf door die voortdurende afwezigheid hier en aanwezigheid elders uitgebouwd tot een stabiliserende factor. Grote mogendheden weten best, dat wij op het wereldtoneel niets voorstellen. Maar Luns stelt van alles voor. Hij is zowel bemiddelaar als boodschappenjongen en al die bezigheden verricht hij met een niet aflatende blijmoedigheid.
De buitenlandse politiek van zijn
land is zijn hoogstpersoonlijke be-
zit. Niemand moet er zich mee
bemoeien. Het parlement niet. De (naar zijn mening) volmaakt overbodige) staatssecretarissen niet. De minister-president niet. Niemand: hij is de man.
Binnen de buitenlandse dienst staat hij er schitterend op. Natuurlijk hebben sommigen bezwaren, maar de „esprit de corps" is daar nog wel zo sterk, dat ze liever een diplomaat aan de top hebben dan een vervelende politicus met eigen ideeën. Een poosje geleden zei een Nederlands ambassadeur mij grote zorg te hebben over de vraag, wie Luns zou moeten opvolgen. In de politiek zag hij niemand, die het zou kunnen. Niemand, die zoveel ervaring heeft of zoveel natuurlijk gezag. lets soortgelijks zei de minister van buitenlandse zaken van Hongarije op een persconferentie in Praag. Hij was toen op weg naar Nederland. „Ik heb diep respect voor mr. Luns", zei hij „en dat beweer ik niet uit hoffelijkheid. Hij geldt in de internationale diplomatie als een belangrijke figuur."
Toen ik op de vraag „do you like him?" antwoordde met „nee" viel er onder Hongaren even een pijnlijke stilte. In dat soort milieu moeten de dingen versluierd worden gezegd. Het was een beetje roerend daarna de verdediging van onze minister te horen uit de mond van een oost-Europese collega.
natuurverschijnse l
laurens ten cate dagelijks Luns: voor en tegen van een minister. "Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland". Leeuwarden, 09-05-1970, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618439:mpeg21:p005
VOOR ons hier is het een lachwekkende vertoning iemand als Luns te horen zeggen, dat hij achter de president van de Verenigde Staten staat Je bent geneigd dat letterlijk te nemen. Maar de werkelijkheid Is anders. In het schimmige gebied van de diplomatieke betrekkingen gelden eenvoudige waarnemingen niet. Het leven heeft daar andere vormen. De internationale betrekkingen zijn een uiterst ingewikkeld systeem van nogal labiele evenwichten. Er wordt wel geschoven, maar voorzichtig en in dat soort geschuif is Luns een meester. Hij kent iedereen en iedereen kent hem. Hij heeft overal entree. Dat heeft hem vermoedelijk ook dat gevoel van onmisbaarheid gegeven, waarvan hij soms laat blijken. Het is zonder twijfel waar, dat Luns voor de uitvoering van zijn ambt op deze zelfverkozen wijze een aantal schitterende eigenschappen heeft. Hij bezit de hoofsheid van een achttiende-eeuwse edelman. Hij converseert boeiend. Hij barst van de grappen. Oud-ministers kunnen nog met smaak vertellen over het plezier, dat zij beleefden aan een middag in zijn aanwezigheid. Beroemd zijn de verhalen over zijn eerste ontmoeting met Soekarno, ook een man die grappen kan vertellen. Maar nu de andere kant. Luns is er in die bijna 18 jaar niet in geslaagd een eigen Nederlandse buitenlandse politiek te formuleren. Nederland heeft vrijwel niets bijgedragen tot de ontspanning in de wereld. Luns heeft geen ruimte gemaakt voor Nederlands wetenschappelijk onderzoek van de grootste problemen. Wij hebben, anders dan andere onbelangrijke landen, geen eigen standpunten gevormd over oorlog en vrede. Luns heeft de Nederlandse buitenlandse politiek gemaakt tot een verlengstuk van de Amerikaanse. Wij zijn de trouwste en meest kritiekloze bondgenoten binnen de NAVO. Luns heeft verschillende vraagstuken, waar wij direct mee te maken hadden, op een ongeloofwaardig slechte manier behandeld. Nieuw-Guinea is daarvan i kwalijkste voorbeeld. Nergens is in het gevecht om ontspanning in de wereld een belangrijk Nederlands voorstel aan de orde. Luns heeft nooit geprobeerd het parlement zo ver te krijgen, dat het een basis legde onder zijn bedrijvigheid. Integendeel, hij behandelt doorgaans de volksvertegenwoordiging als een lastige schoolklas. Op beslissende momenten als dan onze Tweede Kamer eens een keer iets ondernam b.v. met betrekking tot Vietnam, greep hij in om te voorkomen, dat hij zijn rol in het buitenland zou moeten wijzigen. Zo ontstaat een dubbelbeeld. Enerzijds heeft Luns gezag en dat heeft hij zeker gebruikt om het algemene Nederlandse belang te dienen. Anderzijds zweeg hij waar hij had moeten spreken en was hij een diplomaat in plaats van een gedreven man. Kortom: Luns was en is geen politicus maar een natuurverschijnsel. Dat kan een ramp zijn.
Geen eigen bijdrage. "Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland". Leeuwarden, 09-05-1970, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618439:mpeg21:p005