Een gedegen stuk werk, ernstig van opvatting, van meer dan gewonen °mvang, zwaarwichtig van argumenten, en vermoedelijk van vèr strekkende gevolgen heeft de Koloniale Raad met dit Voorloopig Verslag 'n het licht gegeven. De groóte omvang maakt het, tot onzen spijt, geheel onmogelijk dit shik in zijn geheel op te nemen. Wij willen daarom enkele deelen kort samenvatten, andere gedeelten "i extenso afdrukken. Naast de groóte voldoening der. Raadsleden, dat de middelen in 1925 «leer dan f 700,000 boven de raming; opbrachten, staat een groóte teleur-; stelling, dat het batig saldo van bijna een ton over 1924 door belangrijke 'n Nederland gedane uitgaven tot een onbeduidend saldo van 6J_ duizend g'd. geslonken is. Even teleurstellend in het: dat hoewel de ontvangsten »ver ¡925 tot f 700.000 boven de 'armng bedroegen, in werkelijkheid de dienst over dat iaar tnrh peen overschot liet, doordat zi^vdepoS ¿slangrijk/°r-! daarvan haalt de kaa^ voo'be?.lden : van Openba.e WeK V f 198.000, die in v ,', beSroot op 410.000 en ¿e Mi¡nKerkelÍÍkheÍd ruim ¡ vourZ!ening^dS «UWk- e" Water^ die in werkelijkSS'Áe^oot op 44'00ü' '< Voor den posth^d„b6-o°°gekost heeft. I "aven wL?,: *n, onv°orziene mt- i Seven Usetrokke"* 30.000, en is I "jna f162.000, voor en-! °P bl. ¿7 en 39 der Begrooting) toegestaan 49.500 en 6.000 werd uitgegeven ruim 100,000 en ruim f 147.000. Bij een dergelijke opvatting ver'•est de begrooting geheel haar beteekenls, karakter en waarde, doch hoopt de Raad dat niet langer op den '"geslagen weg zal worden voortgegaan, doch de begrooting, als constitutioneele instelling, weer in eere zal hersteld worden. Hij verzoekt daarbij den steun van den Min. van Kol., opdat de inbreuk,! de daarbij gemaakt wordt op het ¡ °üdgetrecht van den Raad, niet meer Plaats vinden. Over de Watervoorziening zegt de Raad letterlijk het volgende: «Zonderling deed het aan inde me-' "lorie ad art. 129 de laconieke toe-' ¡chting te lezen: „De uitvoering der.j perken van de watervoorziening zal | atnangen van het advies door Prof. j •\n.us, op verzoek van Z. E. den Mi-I "'Ster van Koloniën, in deze uit te; brengen. Indien wordt overgegaan tot ¡ oe uitvoering der werken, zullen daar-I voor fondsen beschikbaar moeten zijn, j 'c door leening zullen zijn te verkrij- ! r;n- Daaruit zou zijn af te leiden,! vat de organen, die over de gelden' niet dezelfde zijn als die, beli 6 *0t ne* u'tvoeren der werken j tip *Sen- terwijl men zelfs zou kunuih beweren, dat, als Prof. Kraus tot woei-mor adviseert, er met of zonder! v-i vaads medewerking voor fondsen \A/g?orgd worden. lans- hlerva'l ziJ> >" elk geval ver-i wat ide afdeelingen te vernemen,* doel beteekenis en de juiste be- ! vr.r,rJ!g,,d,er zinsneden is en welke den I li"8 hCt Bestuur zich omtrent tieeftVen fen loop dezer zaak gemaakt naar'h r°ch ook overigens is het,! ■nogeliil o.ordef der afdeelingen, niet voltor • • gelde" noodig voor de! .'""g der werken voorde waterte vo!"lng en de rente der leening 'aak o*'' zoola"g over de hoofd*-. i)1)t beslissing is genomen. Het nmp icP^ e,reffende de watervoorzied'end mí'!, octüber 1925 "gezcer o„met,.dank bii voorbaat voor een Nóveme ge 4behafldeling en den 23n Pig vï«ir 'S d°°r den Raad Voorloovan a„? g "ltgebrachi* De Memorie 1926 „iW°urd 's pas den 18n- Maart Hoe zou dan ove aad te,eener leening' waarover de Sd z,ch "°g "¡et heeft uitgespro^ besopgM temd kunnen worden? BE?m- ontwerp behoort vooraf te afde.liïS„"a,druk verklaard, dat de lu-eeimgen algemeen en eenparig tegen de leening zijn. Zonder een woord daarover wordt, alsof het reeds een voldongen feit was, eventjes zeventig duizend gulden als rente dèr leer.inggevraagd enkel met boven weergegeven eigenaardige reüeneehr.g, divan weinig deferentie getuigt en zelfs als een intimidatie zou kunnen worden beschouwd. Verschillende leden verklaarden, dat niemand meer dan zij belang kan hebben bij het tot standkomen eener behoorlijke watervoorziening of last van den tegenwo* rdigen toestand kan ondervinden of kan wenschci, dat Curasao zoo modem en up to date mogelijk is, maar dat hun afwijzende houding ten j aanzien van de leening haar grond virdt in bet feit, dat zij geen garan-¡ tic, geen waarborgen zien in de on-| dernemi :.g, welke zij als zeer gewaagd : beschouwen, waarin zij geen vertrouwen sieilen en geen kapitaal zouden * steken, indien die van een particulie-' re maatschappij uitging. En indien! zi] er hun eigen geld niet in zouden; beieggen, kunnen zij het niet van zich i verkrijgen gelden der gemeenschap,! waarover zij tot op zekere hoogte; kunnen beschikken, voor dat doel aan te wenden. Dal achten zij niet te | verdedigen en niet overeen te bren-! gen met hun verantwoordelijkheids- j gevoel. Deze ¡eden gaven ook als hunne meeding te kennen, dat, indien de wet-1 gever in Nederland tegen den zin Raad, al moge hei ook op advies vitn Prof. Kraus zijn, tot eene kiste van Curasao mocht besluiten, de wetgever in Nederland j ook de verantwoordelijkheid voor zij-! laden te aanvaarden en Nederland | ■ :ilgen dier beslissing;! ie vragen heen. i-iei risico mag dan \ h. i. niet op Curacao worden afgewen-! teld. Lukt de zaak, dan krijgt Neder- j land het geld terug; kunnen niet geregeld en naar behooren de renten worden betaald en de aflossing plaats hebben, dan zal h. i Nederland, indien daar de leening doorgedreven wordt, zich er bij hebben neer te leggen, doch dat Curasao geen aansprakelijkheid wegens eene leening worde opgelegd, indien dit gebiedsdeel die heeft af¡ gewezen. Naar aanleiding van vorenaangede, onaangenaam aandoende zin| snede ir. de Memorie van Toelichting ¡voelen de afdeelingen zich noodge' dwongen verplicht van deze gelegen- I heid gebruik te maken het bovenstaande ter kennis van Regeering en Staten Generaal te brengen en ernstig de aandacht voor deze aangelegenheid te verzoeken. Indien de totstandkoming van de watervoorziening afhankelijk is gesteld van het advies van Prof. Kraus, van zijn ja of zijn neen, had dan het Bestuur met den aankoop van verschillende der onroerende goederen, verband houdende mei de watervoorziening, niet moeten wachien op het beslissend jawoord van Prof. Kraus ? Waarom dan een dienstreis van den Chef van den Mijnbouwkundigen dienst naar Holland in Mei 1925, die besprekingen met den Minister van Koloniën gevoerd en tevens nagedaan heeft of het mogelijk was een aannemer te vinden ? Indien alles afhankelijk is van het oordeel van Prof. Kraus, zou men zeggen, dat het onderzoek van twee mijningenieurs op Curagao, dat verbazend veel geld gekost heeft en nog kost, niet veel anders is dan het verzamelen van materiaal, teneinde Prof. Kraus in de mogelijkheid te stellen zonder zelf op Curagao te komen een beslissing te nemen. Is dat zoo, dan, werd er gemeend, had het wel op den weg van het Bestuur gelegen zulks eerder bekend te maken. Naar aanleiding van het medegedeelde omtrent het hooren van een in Nederland gevestigden deskundige achter, de afdeelingen het niet ondienstig hier in herinnering te brengen, dat volgens het Voorloopig Ver-j slag op de suppletoire begrooting be-1 treffende de watervoorziening, niet uit j de afdeeling het plan is opgekomen, om deskundigen in Nederland te hoo-| ren, doch dat nadat aan de afdee-j lingen ter deze zake eene mededee-j line was gedaan, dit punt besproken > is/waarbij zelfs verschil van gevoe-; len aan den dag is getreden. * Bii lezing van bedoeld Voorloopig Verslag blijkt verder, dat het hooren van een deskundige in Nederland ook slechts verband hield met de kosten aan de watervoorzien&g verbonden. Nu het Bestuur echter "over de watervoorzing zelf een deskundige wil hooren, weid in en;s.%e overweging de Curagaosche Petrohum Industrie Maatschappij alhier te verzoeken in deze van advies te dieoen. Die maatschappij toch heeft reeds een uitgebreide watervoorziening, heeft dus de zaak grondig bestudeerd en op dit gebied ervaring opgedaan, waarvan Curacao voor zijn watervoorziening een dankbaar gebruik- zou kunnen maken. Bij deze besprekingen wilden en kele leden er den nadruk op leggen, dat de Raad htL zich voorbehoudt, bij de verdere, behandeling van het ontwerp-supp*etoire begrooting in zake de watervoorziening ge! zichtspunten naar vor, n te brengen, ' die afwijken van de ienswijze van ; het Bestuur daaromtr Eenige leden zouden het Bestuur in \ overweg' •', willen gev. n tijdens deze ! droogte i het heersciiend waterge; bi'ek zoo spoedig doer ijk met auto; trucks water in de stad te laten ver! koopen, zooals reeds einigen tijd ge! leden door het alhie verschijnend ¡weekblad „La Cruz", is ingegeven. | Daardoor wordt de bev )lking terstond * geholpen en brengen de gouverne| ments-waterplantages i< ts op. Men zou gaarne wilen vernemen waar de opbrengst van het reeds van Buena Vista verkochte water (aan de C, P. I. M. Eu de K. >/. I- M.) verj antwoord en welke coi trole er is op ¡den verkoop van het \ ater. Eenige leden, die k. nnis genomen !hebben van n de ko^ ¡lommen van het alhiei verschijnend ¡weekblad „La Union" over water en | ijs gevoerd, stelden de vraag of het voor hèt maken van ijs gebruikte water van Buena Vista afkomstig is en voorts of het water van Buena Vista en Hato en het hier gemaakte ijs door den Openbaren Gezondheidsdienst onderzocht zijn en zoo ja, of het Bestuur een afschrift van de Rapporten wil overleggen.
Bij het Waaigat ter hoogte van de markt, zijn kort geleden een reservoir en een molen aangebracht, (welke nu1 reeds weer zijn verwijderd) wellicht in verband met watervoorziening. Gevraagd werd met welke bedoeling dit een en ander daar geplaatst, of er ooit eenig gebruik van gemaakt, waarom het weer verwijderd, of alles nog bruikbaar is en hoeveel de kosten van dit alles bedragen hebben.
Uit de toelichting ad art. 128 blijkt, dat f 41.898.— uitgegeven is voor noodzakelijke herstellingen aan het landhuis van Hato (w. o. een geheel nieuw dak), putten op Buena Vista, twee verkeerswegen, afbraak van bijgebouwen en verzameling van zand en steen. Bij het bezoek van leden van den Kolonialen Raad op Hato is het hun gebleken, dat niet alleen de werkzaamheden nog niet voltooid zijn, doch dat de benedenverdieping wordt gepiafoneerd, veranda's zijn aangebracht en de vloer van de bovenverdieping ook verhoogd is, in één woord de reparatie zeer luxueus word uitgevoerd. Nu het Gouvernement eenmaal die plantage gekocht heeft, is reparatie van het gebouw noodzakelijk, doch men vraagt zich af, waarom toch zooveel aan dit gebouw wordt basteed en waarom het ingericht wordt op een wijze, zooals zelfs meenig heerenhuis hier in de stad niet ingericht is. Met welke bedoeling is dit geschied ? Kon alles niet veel eenvoudiger? Waarvoor is dit gebouw bestemd ? Gaarne vernam men op hoeveel de reparatiën geschat zijn, hoeveel er reeds voor dit doel uitgegeven is, op welke uitgaven, nog gerekend moet worden en uit welke post al deze herstellingen en verfraaiingen zijn gekweten.
Over de Reorganisatie der Politie zegt het V. V. het volgende :
Wat de reorganisatie van de politie betreft, deelt de Memorie van Toelichting mede, dat nog geen difinitief plan kan worden voorgelegd, aangezien de plannen van den kapitein der troepen eerst kort geleden zijn ingediend en bij de Departementen van Kotonien en Oorlog in behandeling zijn. Inmiddels worden 290.000.— gevraagd n.l. f 70.000.— voor verhooging van de betalingen en f 220.000.— voor woningbouw. De afdeelingen meenen, dat zulk een gewichtige zaak van een bij uitstek Cura^aosch belang ook door den Kolonialen Raad moet worden behandeld en waar er ¿itiite aanzienlijke bedragen ¡eu f a sic * van Curasao mee gemoeid zijn, er! alleszins termen zijn den Raad te hoo j ren, zelfs, indien, omdat militaire aangelegenheden erin betrokken zijn, een Koninklijk besluit moet uitgelokt worden. Zelfs de geringste mededeeling omtrent de gedachte bezoldigingen wordt den Raad onthouden en des ondanks f 70.000.— gevraagd. De afdeelingen hebben op grond van het vorenstaande bezwaren ten deze mede te werken, daarbij betoogende, dat de Raad in de gelegenheid gesteld moet worden na te gaan of de uitgaven in eens en de periodiek terugkeerende Curacao's draagkracht al dan niet te bovengaan en wel vooral omdat, naar het schijnt, de f 70.000.— voor positieverbetering uitsluitend bestemd zijn voor de politie in het stadsdistrict op het eiland Curagao. Waarom zou in zake de politiereorganisatie niet dezelfde mededeel- j zaamheid (als bij de wijziging van | het Regl. der Curagaosche Bank en j van het Regeeringsreglement) kunnen ¡ worden betracht? Afgezien hiervan konden eenige le- ! den zich niet vereenigen met het plan ! betreffende den woningbouw. Waar-; om niet het Waterfort, het Riffort, het: voormalig militair hospitaal, en de barakken aan den Rooden weg als woonhuizen ingericht ? Waarom weer nieuwe en kostbare gebouwen oprichten en wel op Steenwijk, zoover van de bebouwde kom der gemeente ? En zijn de gronden van Steenwijk niet voor regenbakken der watervoorziening bestemd ? Hiertegen werd opgemerkt, dat als het bestuur 25 gehuwde marechaus-1 sees laat overkomen, het wel zedelijk verplicht is voor een onderdak voor deze gezinnen te zorgen. Doch ook de hier aan het woord zijnde leden ¡ verklaarden zich tegen den voorgeno-! men woningnouw, daarbij betoogende, ¡ dat de marechaussees wel voorloopig in bovengenoemde gebouwen zouden; kunnen worden ondergebracht, totdat zal zijn gebleken, dat de voorgenomen reorganisatie in de prakfijk voldoet. Dan pas en wanneer met meer! kennisvan zaken een keuze, wat betreft de plaats der op te richten woningen, kan worden gedaan, zou tot; woningbouw kunnen worden besloten. De opmerking kan niet achterwege j blijven, dat, indien de bouw (zooals meermalen met ramingen van het De- I partement van Openbare Werken het j geval is) te laag mocht blijken te zijn j geschat, de woningen zoo duur zullen zijn, dat van de politiemanschappen! een naar evenredigheid te hooge huur zal moeten worden gevorderd, indien althans op rente en afschrijving van het uitgegeven kapitaal prijs wordt gesteld.
In verband met de voorgenomen uitzending van 25 gehuwde marechaussees zou men .gaarne willen versen van derland of van Curasao zal geschieden.
En wat de aangevraagde bedragen betreft, wilde men laten uitkomen, dat, indien jaren geleden het bedrag van f 70.000,— voor positieverbeteringen van de agenten van politie beschikbaar was gesteld en nog wel uitsluitend voor het stadsdistrict op het eiland Curacao en het Bestuur het vraagstuk politiehuisvesting onder de oogen had gezien, geheel andere elementen bij de politie zouden zijn gekomen, het gehalte der manschappen, de onder hen heerschende geest een gansch andere geweest en menige klacht achterwege gebleven zou zijn.
Bij deze beschouwingen, die geensbedoeld zijn als verzet tegen politieorganisatie, werd er op gewezen, dat, waar de politie een Curacaosch belang bij uitnemendheid is, gelden daarvoor op de Curagaosche begrooting worden uitgetrokken, de politie steeds in contact met het de landstaal ! sprekend publiek moet treden en waar ide Koloniale Raad politieaangelegenÍ heden mag bespreken en beoordeelen, het recht heeft en behoort te behouden om critiek op de politie, op hoofd en leden ut te oefenen, niet van zelf sprekend is het concentreeron van macht in handen van autoriteiten, die als regel voor enkele jaren door de Regeering uitgezonden, zich in hoofdzaak naar het in Nederland gevestigd c.ntraal gezag1 richten, niet in Curacaoschen dienst zijn en geen bezoldiging uit de Curagaosche kas genieten. Kan dit reeds eiken op zich zelf staanden aldus uitgezonden ambtenaar betreffen, te meer werd dit geacht hier te klemmen, waar bedoelde autoriteiten en mindere manschappen een zelfstandig korps vormen en in een zeker hiërarchisch verband zijn opgenomen, waarop Curacao uitteraard geen invloed heeft of kan hebben, terwijl thans een verantwoordelijkheid van gansch anderen aard moet worden geschapen, als gevolg van werkzaamheden verricht ten behoeve van Curacao en waarover Curacao zich kan en moet uitlaten, zelfs al zou de betrokken autoriteit geen vergoeding uit de Curacaosche kas ontvangen. De Curagaosche politie is (anders dan het garnizoen) geen Rijkszaak. Het licht voor de hand, dat er moeilijkheden kunnen ontstaan door het niet in het oog houden van de hier bedoelde onderscheiding en het verwaarloozen der grenzen. Het werd van belang geacht reeds bij de eerste gelegenheid, dat de militaire politie ter sprake wordt gebracht naar voren te brengen, dat de militaire politiemannen en zelfs de minderen — althans verschillende onder hen — omdat zij tot den militairen stand behooren, zich onafhankelijk gevoelen en een toon aanslaan tegenover burgers, met name tegen West- Indiërs ; de bezwaren van welke omstandigheid reeds vroeger duidelijk aan den dag zijn gekomen, des te erger op de vijf overige eilanden gevoeld werden en bij doorvoering van de voorgenomen plannen allicht in niet geringer mate, ook op het eiland Curagao gevoeld zullen worden. Bij de besprekingen van dit onderwerp werd verder gevraagd op welke wijze de verhouding tusschen de militaire politie en het civiele hoofd van politie ingevolge het Regeeringsreglement zal worden geregeld. Voorts werd er op aangedrongen bij invoering en vooral bij het functioneeren van de militaire politie alles te vermijden, wat wrijving en botsing tusschen door de Regeering uitgezondenen en in West-Indië geborenen en verder tusschen de Militaire Macht en de niet aan militair commando gewende burgerij kan veroorzaken.
Uit het feit, dat in de Memorie van Toelichting gesproken wordt van in den beginne het stadsdistrict en geleidelijk ook de buitendistricten op Curagao, schijnt afgeleid te kunnen worden, dat de politiereorganisatie zich niet tot de vijf andere eilanden zal uitstrekken.
Ofschoon ten overvloede wilden enkele leden hier aanstippen, dat de afdeelingen zich de vrijheid voorbehouden om als het plan aangeboden wordt, daarin die wijzingen voor te stellen, welke zij naar gelang Van de omstandigheden wenschelijk zullen achten.