PARIJS, den 20sten Junij.
In den Monüeur van gisteren wordt, op grond van berigten uit Athene van den 7den dezer , medegedeeld dat de generaals van het Grieksche leger, die zich aan het hoofd des opstands in de Turksche grensgewesten gesteld hadden , voldaan hebben aan de aanmaning van hun gouvernement om binnen een bepaalden termijn in Griekenland terug te komen. Verder berigt de Monüeur omstandig dat de Grieksche vrijscharen in Macedonië, onder bevel van Tschami-Kara-Tassos, ter sterkte van 8 of 900 man , bij Gonitza door de Turksche troepen aangevallen en geslagen zijn , zoodat zij met een verlies van 280 man de vlugt moesten nemen. — In het regeringsblad is het volgende berigt uit Pera van den sden dezer medegedeeld: « flesc/nd-pacha treedt voorloopig af als minister van buitenlandsche zaken , en wordt in deze betrekking vervangen door Chekib-edendi. De aftreding van flesc/ud-pacha wordt aan den staat zijner gezondheid en aan familie-rampen toegeschreven." In hetzelfde blad van Zondag wordt een berigt uit WeeDen medegedeeld, inhoudende dat tusschen Oostenrijk en de Porte eene overeenkomst gesloten is, krachtens welke de Donau-vorstendommen in bepaalde gevallen door Oostenrijksche troepen zullen bezet worden. — De Monüeur geeft, onder dagteekening van Weenen den 16den dezer, in dezer voege berigt van het ongeval, dat vorst Paskewitsch heeft getroffen: »Den 9den, bij eene verkenning in de omstreken van Silistria , heeft de maarschalk Paskewitsch met een kogel, welke van de Turksche batterijen werd geworpen , een zware kwetsuur in de zijde bekomen, welke hem van het gebruik van een been heeft beroofd. De maarschalk heeft zich naar Jassy doen overbrengen, en heeft aan vorst Gortschakoff het opperbevel over het leger opgedragen." — Volgens berigten uit Konstantinopel van den Sden dezer, die door behulp van den telegraaf zijn overgebragt, waren den 2den Junij te Varna reeds 20,000 man Fransche en 800 man Engelsche troepen aangekomen. Zoodra al de naar Varna bestemde Westersche troepen aldaar aangekomen waren, zouden zij, naar men meende, met medewerking der vereenigde vloot het Russische leger, hetwelk bezuiden den Donau staat, in de flank aanvallen. De vereenigde vloot lag nog nabij Varna; zij zou, naar men meende, eene divisie naar de oostkust der Zwarte Zee zenden om de vesting Anapa , eene der beide door de Russen nog bezette sterkten op die kust , te bombarderen. Men had te Konstantinopel -berigt ontvangen dat Schamyl uit het Bergland , waarin hij zich zoo lang tegen de Russische troepen verdedigd heeft, naar de vlakte getrokken was, om tegen de Russen aanvallend te werk te gaan. — De aanhoudende piasregens der laatste dagen doen bij sommigen de vrees ontstaan, dat de aanstaande oogst gedeeltelijk zal mislukken, en bereids hebben de graanprijzen op verschillende markten eene rijzing ondergaan. Velen komt die bezorgdheid echter te voorbarig voor. daar eenige dagen zonneschijn spoedig zouden opwegen tegen den invloed van den overvloed igen regen. — Den 19 dezer zou te Rome een geheim consistorie worden gehouden, waarin voornamelijk zal worden gehandeld over het vraagstuk der geschillen van de Badensche regering met den aartsbisschop van Freiburg De leden van het Heilig Collegie zullen , naar men verwacht, tegenover den graaf van Lemingen niet meer met zoo veel gestrengheid te werk °aan sedert de graaf de verzekering heeft gegeven dat zijne regering nooit voornemens is geweest de hand te slaan aan de goederen der kerken welke in het groothertogdom eene waarde hebben van 72 millioenen 'rijnsche guldens. Oe Monüeur van gisteren (20) behelst, volgens een telegraphisch berigt, tijdingen uit Bucharest van den i6den, volgens welke de Russen sedert den 13den alle belegeringsoperatien tegen Silistria zouden hebben geschorst. - Ook de generaal Gortschakoff zou volgens die berigten sekwetst zijn en de generaal Schilder eene amputatie ondergaan hebben. - Slatina was door de Russen onder Liprandi ontruimd , eu was deze in de rigting van Piteschti getrokken.
FRANKRIJK.. "Bredasche courant". Breda, 22-06-1854, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010153092:mpeg21:p001
"Bredasche courant". Breda, 22-06-1854, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010153092:mpeg21:p001
FRANKFORT, den 19den Junij.
Volgens een berigt uit Dantzig va„ den 16den dezer had de Fransche vloot zich by het eskader van den admiraal Napier gevoegd , en lag de vereenigde zeemagt, 47 schepen sterk, den 13den dezer bij Barosund, 20 Engelsche zeemijlen ten westen van Sweaborg. Eenige stoomschepen waren afgezonden Daar het eiland Hogland om den weg dieper in de golf van Finland te verkennen. De vlootvoogden schenen het plan niet te hebben gehad of opgegeven te hebben om Sweaborg aan te tasten alvorens eene operatie tegen Kronstadt te ondernemen. — Te Berlijn verwachtte men, volgens de jongste berigten, de onverwijlde tegeldemaking van een gedeelte althans der geidleening van 30 millioen thaler, die het Pruissische gouvernement onlangs door de wetgevende kamers gemagtigd is aan te gaan om de kosten eener gedeeltelijke mobilisatie der krijgsmagt te kunnen goedmaken. — Het halfofficieel orgaan der Pruissische regering, de Preuszische Correspondenz, over de jongste ontmoeting van den koning van Pruissen en den keizer van Oostenrijk te Tetscheaspreker.de, zegt dat de ontmoeting eene in alle opzigten voldoende uitkomst heeft opgeleverd. Niet alleen was de toegenegenheid en het vertrouwen tusschen de beide vorsten door hunne gedachtenwisseling vaster geworden, maar bij do politieke beraadslaging was eene hoogstverblijdende overeenstemming gebleken. De politieke uitkomst der conferentie te Tetschen liet zich in het kort aldus uitdrukken : Het Oostenrijksch-Pruissische verdrag van den 20 April jl. heeft eene nieuwe bekrachtiging bekomen, door welke alle misverstand voor de toekomst verhoed wo.dt. Welken loop de gebeurtenissen ook nemen mogen, wij hebben thans eenen waarborg te meer daarvoor dat Pruissen en Oostenrijk , zoowel in betrekking tot hunne Duitsche bondgenooten als tot het buitenland, hunne belangen innig zaamverbonden achten en met vereende kracht naar eene spoedige en voldoende beslechting van het Oostersche vraagstuk streven. Wij vernemen dat de beide verbonden souvereinen hunne volle tevredenheid over de uitkomst der beraadslagingen van Tetschen te kennen gegeven hebben, en dat daarover mededeelingen in denzelfden geest door de beide kabinetten aan hunne vertegenwoordigers in het buitenland gezonden zijn. — Het ministeriele Berlijnsche blad de Zeil bestrijdt op scherpen toon het verlangen der acht op de Bamberger conferentie vertegenwoordigde Staten , om de vraag der aansluiting aan het Oostenrijksch-Pruissische alliantie-verdrag door de Bondsvergadering te doen beslissen. Zoo hieraan voldaan wierd, zou, naar het genoemde blad beweert, de gezamenlijke werkzaamheid van Duitschland in het Oostersche geschil öf door de stem van enkele on-Duitsche mogendheden verijdeld worden, öf van de stem dier acht Bondsstaten afhankelijk zijn. — In bijzondere berigten leest men het volgende: «Volgens de nu tot stand gekomen overeenkomst , zal het Oostenrijksche leger aldra in de Donau-vorstendommen trekken. Indien Rusland voldoet aan Oostenrijks uitnoodiging om die provinciën te ontruimen , zullen de Russische troepen aldaar onverwijld door een Oostenrijksch legerkorps worden vervangen hetwelk er met toestemming der Porte zal post vatten; mogt Ruslanden dte mtnoodigmg niet voldoen , dan zal Oostenrijk gewapenderhand medewerken tot het u.tdrijven der Russische troepen uit Moldavië en Wallachye «Eenderde geval laat zich naauwlijks onderstellen, tenzij Rusland op Oostenrijks uitnoodiging met uitvlugteu of met halve bewilligingen mo°t willen antwoorden. Men mag dan ook met zekerheid verwachten dat het Oostenrijksche leger weldra het Turksche grondgebied betreden en zich tusschen de Turken en hunne vijanden plaatsen zal; het gerucht, dat zulks reeds geschied zou zijn, is wel in omloop, maar is waarschijnlijk voorbarig. J — «Het Frankfurter Journal deelt, volgens den Schwabischen Mercur een fe.t mede, hetwelk tevens van verschillende punten van Duitschhind wordt bevestigd. Men verzekert, zegt dat blad, dat de Keizer van Oostenrijk z.ch in tegenwoordigheid van den Hertog van Gotha in dezer voege heeft uitgelaten : «Ik geef u mijn woord, dat, wanneer de Keizer van Rusland de Vorstendommen niet ontruimt, ik hem den oorlo" zal verklaren.» Toen de Hertog vroeg, of hij van de woorden des Keizers gebru.k kon maken, moet deze geantwoord hebhen: «Dat hij ze kon herhalen aan ieder d.e er naar wilde hooren., Men verzekert ook, dat de instruct.en van den generaal von Mayerhofer zouden zijn ingerigt alsof de vredebreuk zeer nabij was. » — Omtrent het te Uleaborg gebeurde heeft men nu meer omstandige b-engten. Den 31 Mei, des morgens zeer vroeg, kwam daar eene estafette met de mededeehng dat eene divisie der Engelsche vloot te Brahestad was bmnengeloopen en al de oorlogs-contrabande in brand had gestoken Dienzelfdeu dag verschenen in de buitenhaven van Uleahorg in^elijks Engelsche oorlogschepen, welke spoedig de stad op drie Zweedsche mijlen "afstands naderden. Zij kaapten een uitzeileuden schooner en eenige kleinere vaartuigen weg en kozen toen weder zee. Dit veroorzaakte eene algemeene verwarring. Alle winkels werden gesloten en de meeste inwoners vlugtten met hunne vervoerbare have landwaarts in , daar men wist dat de in de stad gestationneerde dertig Kozakken den vijand geen wederstand bieden konden. Den i junij versehfiien weder vier stoomfregatten, waaronder de Leopard, het admiraalschip des admiraals Plumridge, de Tribune en Od'm, voor de haven. Een viertal kooplieden voer hen, onder parlementaire vlag, te gemoet. om verschooning der stad le verzoeken. Zij kregen ten antwoord, dat alle bijzonder eigendom, en dus ook de stad, gespaard zou worden, maar dat alle oorlogs-contrabande in brand zou worden gestoken. Des nachts ten half twaalf ure kwamen ongeveer vijftig Engelsche soldaten in destad en ruim driehonderd bleven in hare nabijheid op hunne gewa.pende kanonneerbooten. De kozakken maakten zich nu uit de voeten. De Engelschen doorzochten alle Regeringsgebouwen en vele bijzondere magazijnen en dwongen do verschrikte inwoners levensmiddelen lot de helft van den gewonen prijs af, onder belofte van dan de te midden der stad liggende militaire kazerne niet te zullen in brand steken. Hierna werden de acht nieuwe schepen, die op de werven gereed lagen om van stapel te loopen, vier andere in de haven liggende schepen, het teermagazijn met ongeveer achttienhpnderd tonnen teer, alle balken, sparren en planken, benevens een grooten voorraad pek, een roof der vlammen, het gezigt van welke vuurzee de oogen van vele inwoners met tranen vervulde. Na deze roemruchtige zegepraal op eene weerlooze stad keerden de overwinnaars naar hunne fregatten terug. De anngerigte schade wordt, even als die op Brahestad, op nagenoeg viermaal houdderd duizend zilveren roebels geschat. Bevestigt zich het later berigt, dan heeft de admiraal eenige dagen later wederom ISOO man aan wal gezet om .de Finsche hulpbauk van al haren metaalvoorraad te berooven Uit Weenen wordt per telegraaf berigt , dat het Fremdenblatl meldt, dat aan Vorst Paskewitsch uit Petersburg bevel is gezonden tot achter de Pruth terug te trekken en dus het Turksche grondgebied te verlaten. — Gezegd blad is echter van wege zijne gewaagde berigten bekend, zoodat ook dit berigt allezins bevestiging behoeft.
DUITSCHLAND.. "Bredasche courant". Breda, 22-06-1854, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010153092:mpeg21:p001