AMSTERDAM, 14 Sept. "an Britsche zijde werd thans iv den stand *& het geschil met de Transvaal eene ont- Pauning gebracht, die wij met blijdschap groeten. 6 laatste barsche nota, te Pretoria *e.handigd, is gevolgd door eene nadere "ted-edeeling der Britsche Regeering, waarin , er«laard wordt, dat, hoe verlangend men ook naar een spoedig antwoord, de Regeering, f™* het oog op de ernstige belangen, die op £et spel staan, er niet langer op wil aandringen ,je Transvaai te binden aan een termijn taQ antwoorden van tweemaal 24 uren. Die eru_ijn -wordt derhalve zonder verdere tijds"PSave verlengd. J^at iB ,}us Qet karakter van een ultirOturn a_n de mededeeling ontnomen. De i?e
j** heb de eer u, in antwoord op uwe nota van 2 g/*B*, mede te deelen, dat Hr. Ms. Begeering die nota J uitlegt, dat de voorstellen, welke de Regeering 4 r Sepubliek in hare nota van 19 Augustus deed, jj 'Xgetcok-D- zgn, omdat het antwoord van • «Is. Begeering, vervat in mijn nota van 30 Augusj ' ten opzichte van interventie in de toekomst en ereinitejt onaannemelijk iB. y *• Ms. Begeering verwerpt ten eenen male de j stelling van de politieke positie der Bepubliek, L ' de Begeering der Bepubliek aangenomen in ], * nota aan m_ van 16 April 1898 en evenzoo in Ml l nota Tan 9 •Mei 1899' waarin ZÖ voor de Bepub 6* aanspraak maakt op de positie van een Souve- J? 811 Internationalen Staat. 0. *• Ma. Begeering kan daarom geen voorstel in . 'Weging nemen, dat afhankelijk wordt gemaakt - <*e voorwaarde, dat zg die voorstelling aanvaardt. W^ en Bron^ is r* s- Regeering genoodzaakt, j. 'Matste voorstel van de Begeering der Bepubliek j^. 8n vorm, waarin het aangeboden werd, als on."etnelgk te beschouwen. tg. *• Us. Begeering kan nu niet toestemmen in een **ot * eren tot een voorstel, waarvoor dat uit de t & van de Begeering der Bepubliek van 19 Augus-1,. J>estemd was in de plaate te treden, vooral niet de overtuiging heeft, dat wet no. 3 1899, waarin "i. T°ors*e'- voor B°e<ï belichaamd is, onvoldoende is *** onmiddellijke en wezenlijke vertegenwoordiging Hh,*TBn» welfee Hr. Ms. Begeering op het oog had en tjf * ook de Begeering der Z. A. Bepubliek, gelijk 8- Begeering uit haar antwoord begrijpt, billijk 4, °vendien wijst het aanbieden van het voorstel uit »o'a Tan 19 Augustus er op, dat de Begeering k^ Z- A. Bepubliek zelve erkent, dat haar vorig aangaf 9* Tooraeel uitgebreid kon worden, en dat de *H lelijkheid der Z. A. Bepubliek daardoor op j> e*lei wgze in gevaar zon komen, j^'- Ms. Begeering is nog altijd bereid, het aanbod V**° in paragraaf 1, 2 en 3 van de nota van 19 *0S'Üb' op zichzelf besohonwd, aan te nemen, onder dat het onderzoek, dat Hr. Ms. Begee- heeft voorgesteld, hetzij gezamenlijk, zooals Hr. oorspronkelijk opwierp, hetzij van éene ?o ' aantoont, dat het nieuwe stelsel van vertegenlj, V^ging niet gehinderd wordt door bepalingen, 18 strekking er van opheffen, en het aan de uit(U*ra wezenlijke en onmiddellijke vertegenwoordi- Beeft, hfe. dit verband neemt Hr. Ms. Begeering aan, dat, '»46TI de Britsche agent verklaard heeft, de nieuwe W Van den Volksraad hun eigen taal zullen a spreken. Wa Begeering der Z. A. Bepubliek deze voor W 8 ,n aanneemt, zou de spanning tusschen de twee Kiw^o.en dadelijk verdwijnen, zou verdere inmen- Tatt Hr. Ms. Begeering naar alle waarsohijnlijk- °nnoodig wezen en zou het herstel verzekerd t^ ** de grieven, welke de „uitlanders" dan zelven W a°isse van den Uitvoerenden Baad en den hj ,aad zouden kunnen brengen. Mtni, Begeering komt meer en meer onder den *iv s T_an het gevaar, om het opheffen van de span'-ju^e reeds zooveel het belang van Zuid-Afrika neeft* nog langer uit te stellen, en z_ dringt H t?** 6*nst op een onmiddellijk afdoend 0 °o r d op het onderhavige voorstel aan. t^k-i ** aangenomen, dan ia ZÖ bereid dadelijk Wf^gen te treffen voor een nadere oonferentie re 6Ö (*en President en den Hoogen Commissaris Vl^^ing van alle bijzonderheden van het voorge- HiJ .B°heidsgereoht en van de vraagstukken, verif^&M m^n nota van 80 ¦auBustus' welke geen OT ersBrieven", noch quaesties van uitlegging van v^ntie z'n' maar die gereedelök door vriend|Vo • ° Bedachtenwisseling tusschen de verte\u J^digera van de twee Begeeringen geschikt A^Wden. «'t Je» i 60u1!6r» wftt zij ten zeerste hoopt dat niet v** * 2RI wezen, het antwoord van de Eegeering l**8" v ePukliek ontkennend of onbeslist mooht «eb ik te verklaren, dat Hr. Ms. Begeering l'»»t * recht moet voorbehouden den 1? «iRndvanmeetafaanteoverwegen 'Hu.8»» voorstellen te doen voor een y^Keli-,. JjMftg, het te geven antwoord is de Tranß- . Regeering nog steeds in drukke $ta_t ue onderhandeling met den Oranje«en van den Vrijstaatschen Volksraad zijn gewaarschuwd voor de mogelijkheid eener buitengewone zitting. Op eene bijeenkomst van burgers te Bloemfontein is besloten in geval van vijandelijkheden schouder aan schouder te staan met de Transvaal.
De leiders der Afrikaansche partij, te Kaapstad vergaderd, moeten President Kruger hebben aangeraden de eischen, in de jongste Britsche nota gesteld, toe te geven. En men schijnt dan ook te verwachten, dat zulks geschieden zal, — waarschijnlijk dan evenwel met voorloopige ter-zijde-stellingvan de quaestie der suzereiniteit en de gelijkstelling der talen.
Ook zal de Conferentie waarschijnlijk slechts worden bewilligd op voorwaarde, dat Engeland daar nu weer niet meer gaat eischen, dan zijne jongste nota bevat, en waarin men alweer verder gaat dan het Bloemfonteinsche programma.
In den jongsten Franschen Ministerraad blijkt het vonnis van Rennes maar zeer terloops besproken te zijn. Men heeft slechts „overal de meest volkomen rust" geconstateerd, en schijnt zelfs met dien toestand van half-sluimer niet ontevreden.
Wacht maar, slapers ! Men zal u wel wekken!
Namens den opnienw veroordeelden Kapitein, dus wordt verzekerd, zal Mevrouw Dreyfus eene klacht indienen tegen Generaal M«rcier en Overste Maurel, Voorzitter van den Krijgsraad van 1894, wijl deze beiden door die rechtbank met onwettige middelen de veroordeeling vaa Dreyfus verkregen hebben. Voorts richtte de oud-Minister van Justitie Trarieux een schrijven tot den Minister van Oorlog De Gallifet, om diens aandacht te vestigen op de voorlegging aan den Krijgsraad te Rennes door Majoor Cuignet van een geheim dossier, op hem, Trarieux, betrekking hebbende en vol verdachtmakingen ten opzichte der betrekkingen, door hem onderhouden tot de Italiaansche ambassade.
En Emile Zola zal de slapers óók niet met rust laten.
Wij komen nog eens terug op zijn laatste artikel in L'Aurore, dat niet „Mijne biecht", maar dat „Het vijfde bedrijf" blijkt te heeten.
Zola zet dat er boven, zegt hij, daarmede bedoelende wat nu volgen zal. Het proces van Rennes is slechts het vierde geweest.
Zola vreest, als reeds kortelijk gemeld werd, dat dit vijfde bedrijf aan Frankrijk het gevaar zal brengen van eene onthulling uit den vreemde, voor het betere deel van het Fransehe volk even smartelijk als vernederend. Eene vreeselijke boete zou hij dat voor de natie achten. Daarom bezweert hij de Eegeering eenen weg te zoeken, die zeker wel te vinden zal zijn, om dien Blag in het aaagezicht der Fransehe justitie te voorkomen. Duitschland mag niet, als met een donderslag, in dat vijfde bedrijf ingrijpen. Duitschland kan Frankrijk elk oogenblik met de stukken om de ooren komen slaan. De Regeering moet zich derhalve haasten. Dat is het betoog van het artikel. Onder het bijwerk is vooral treffend de beschrijving er van, hoe te Rennes als door eene militaire samenzwering het schand-vonnis is voorbereid.
„Op de ongeloofelijkste wijze zijn daar aanslagen gesmeed tegen gerechtigheid en waarheid. Het was eene bende getuigen, die de debatten leidde, avond aan avond bijeenkomend en in stilte de valstrikken beramend voor den volgenden dag. Met leugen op leugen werd, in de plaats van het Openbaar Ministerie, het „schuldig!" geëischt; bedreigd en beleedigd werden wie durfden tegenspreken, galons en ordeteekenen oefenden eene onbeschaamde pressie. De rechtbank leed zichtbaar onder die overrompeling van Generaals, en wilde in die chefs geen misdadigers zien. „Voeg daarbij een Openbaar Ministerie, dat zich belachelijk heeft gemaakt en aan het nageslacht een requisitoir heeft gelaten van zinnelooze en misdadige ledigheid, zoo koppig en wreed, dat het haast niet uit een menschelijken geest kan zijn gesproten, maar moet zijn voortgekomen uit het brein van een exemplaar eener nog niet gerangschikte mensch-achtige diersoort!
„Eu dan een verdediger, dien men eerst tracht te vermoorden, aan wien men het woord ontneemt en beveelt te gaan zitten, als hij hinderlijk wordt, en dien men eindelijk belet het beslissend bewijs te leveren, als hij de eenige getuigen wil oproepen, die zekerheid kannen geven. „En dat schandelijk bedrijf heeft men ruim eene maand doen duren, in tegenwoordigheid van den deerniswaardigen onschuldige, wiens aanblik alleen de steenen aan 't schreien zou brengen. Zijue vroegere kameraden kwamen daar, en gaven hem een voor een een schop; zijn vroegere chefs zijn, om zichzelven uit het tuchthuis te redden, hem komen verpletteren onder het gewicht van hun rang, en geen kreet van medelijden is gehoord, geen opwelling van edelmoedigheid kwam in die lage zielen. En het is ons dierbaar Frankrijk, dat aan de wereld zulk een schouwspel geeft!"
Men ziet, hij kan het nog. Niet, dat hij iets nieuws zegt, — onze lezers weten dat alles óók al lang. Maar hij zegt het als niemand anders.
Op walgelijke wijze blijft Le Temps over de noodzakelijkheid van „verzoening" temen, ditmaal „met het oog op de tentoonstelling!" Men moet den vreemdeling dan „glimlachende gezichten toonen", — waarlijk een argument er voor om die valsch vertrokken bakhuizen dan maar liefst te mijden. En Cornély, de dappere strijder van Le Figaro, begint zoo- waar ook al mede te doen en fabelt van „gratie" en „uit moeten zijn", ook alweer met die ellendige phraee: „met h-t oog op de tentoonstelling!" Het stelt teleur zoo weinig Ausdauer to vinden bij deze korte-baan-strijders, en nog veel meer: zoo weinig zuiver gevoel van recht. Het schijnt voor hen maar een kortstondig amateurswerk geweest te zijn 1
Het dossier van „de zaak" is, onder bewaking van Majoor Carrière en den griffier Coupois, te Parijs aangekomen, om ter beschikking van deu Raad vaa Revisie gesteld te worden. Men gelooft niet, dat die vóór begin October zal komen, en men verzekert, dat zijn samenstelling geheel gewijzigd zal worden. Dat mag wel. De tegenwoordige President b. v. is een neef van Overste Jouaust, die de rechts-vertooning te Reunes geleid heeft, welke zoo grootelijks door allerlei bezoeken, bijeenkomsten en geheime besprekingen is geïnfluenceerd. Volgens een ander bericht bestaat de mogelijkheid, dat de Raad van Revisie haast maakt met de zaak en vroeger, wellicht reeds Maandag, beslist.Dinsdag zou dan in den Ministerraad over het verdere lot van Dreyfus wordeu beslist- Een der getuigen a décharge, de teekenaar Paraf-Javal, die o. a. voor den Krijgsraad tegen Bertillon's hersenschimmen is opgekomen, telegrapheerde geestig-vinnig na het vonuis aan Overste Jouaust: „Ik verzoek den Voorzitter van den Krijgsraad mijn hulde over te brengen aan de beide officieren, die voor de vrijspraak stemden I" Dreyfus zelf moet tamelijk monter wezen en vindt veel troost in tallooze brieven, die hem wordeu toegezonden en nu niet langer, als op het Duivelseilaud, door plaagzieke bewaarders onthouden. Te Londen bereidt men tegen Zondag eene kolossale Dreytas-meeting in Hydepark voor. De overheid heeft reeds het daartoe benoodigd verlof gegeven. Op niet minder dan 24 spreekgestoelten zullen redevoeringen worden gehouden, en het besluit zal wezen eene gemeenschappelijke resolutie van sympathie voor kapitein Dreyfus en diens vrouw, waarbij een beroep zal worden gedaan op het Fransehe volk, om het onrecht te herstellen. De regelingscommissie heeft zich voorgenomen alles te leiden in eenen geest, die voor Frankrijk zoo weinig kwetsend mogelijk is.
Te Buda-Pesth is, bij de opening van het Criminalisten-Congres, de Marseillaise uitgefloten.
Keizer Wilhelm bracht Maandag, van Calw uit, een bezoek aan den stamburcht van zijn geslacht, dat der Von Hohenzollern, den Zotter, een trotsch gebouw nog, dat men zorgvuldig onderhoudt.
Het dagblad Youjny Kr ai, dat te Khar kofwordt uitgegeven, bericht, dat het gerucht van den naderenden ondergang der wereld, dat in Rusland reeds sedert eenigen tijd onder de ongeletterde klasse rondwaart, tegenwoordig eene werkelijke paniek onder de werklieden te Kharkoff teweegbrengt. Zij zijn thans begonnen de stad bij groote gezelschappen te geüjk te verlaten, ten einde, gelijk zij opgeven, de weinige hun nog overschietende levensdagen in de dorpen, waar zij geboren zijn, bij hunne familiën door te brengen.
De zaak heeft reeds zulk eene bedenkelijke hoogte bereikt, dat de eigenaars van verscheidene fabrieken gedwongen zijn geworden aan de politie te verzoeken, dat maatregelen genomen worden, om deze emigratie te stuiten.
Sedert Maandag is nu in geheel Denemarken de arbeid hervat.
Do Amerikaansche Senator William M. Stewart (Nevada) heeft verklaard, dat hij in den Senaat zal voorstellen bij de Regeering er op aan te dringen, dat zij van alle officieele deelname aan de tentoonstelling te Parijs in het volgend jaar zal afzien, teneinde daarmede aan Frankrijk hare afkeuring te kennen te geven over de behandeling van kapitein Dreyfus. Senator Stewart liet zich in een gesprek met een journalist aldus uit: — „Uit al wat in den loop van het rechtsgeding tegen Dreyfus is aan den dag gekomen blijkt, dat de generale staf van het Fransehe leger uit een bende leugenaars en schavuiten bestaat en dat de geheele militaire inrichting in Frankrijk besmet is door eerloos heid en vuilheid. Het proces tegen Dreyfus is eene bespotting der gerechtelijke traditiën en gebruiken. Het geval met Guérin te Parijs is een waardige tegenhanger van het proces te Rennes. Alle Christennatiën behoorden Frankrijk in het belang der beschaving vogelvrij te verklaren." Men ziet: iv Amerika doet en zegt men niets ten halve.
Tegenwoordig ia b_ de Engelsche jeugd een spelletje in zwang, dat „Blowing up the Boers = de Boeren in de lucht laten vliegen" genaamd wordt. Een ongeluk, daarbö dezer dagen aan eenige knapen overkomen, levert het bewijs, hoe gevaarlijk het altijd is zich metdie boeren, al is het maar speelsgewgze, te bemoeien.
-lenige jongens, die in den omtrek van Dover aan het spelen waren, vonden eene patroon en besloten dadelgk daarmede een spelletje Blovring up the Boers te spelen. Te dien einde zetten zij de patroon midden in de straat op den grond en poogden haar, met behulp van een brandend stuk papier, te doen ontvlammen. Zoodra de vlam de patroon nabij gekomen waa, ontplofte _ij met v-eeaelijk geweld, en de jongens werden in verschillende richtingen, ernstig atm handen en voeten gewond, weggeslingerd, zoodat _Q naar het hospitaal moesten worden gebracht. De politie kwam tot de -.vinding, dat de gevonden patroon eene dynainietpatroon moet geweest zi_n en dat de veelbesehuldigde boeren dos aan dit g-vageen Behuld hebben I