Wij bobben al hot een en ander over Daventry junior medegedeeld. Een officieele aankondiging van de British Broadcasting Corp zegt nu, dat do eerste proef op groote schaal, om den luisteraars verschillende programma's te verschaffen. Zondag 21 dezer begint met de opening van het nieuwe station. De tijd is nu rijp, zegt dc B. B. L. on, twee programma's van de beide Daventry's parallel te laten loopen. Ze zullen zoodanig ingericht worden, dat ze ook een zeker contrast met elkaar vertoonen. De 10 millioen luisteraars van Dalentry Sr. zullen direct de voordcelen van liet nieuwe station genieten. Met het oog op de internationale overeenkomst inzake de verdeeling der golflengten, heelt Daventry jr. de golflengte van Bourne. mouth gekregen (4918 Meter!. Naar uit de praktijk gebleken is. kan men deze golf als behoorlijk vrij van storing door scliecpsstations achten. Bournemouth verhuist „aar dc 921 kiloperioden of 326.1 meter golflengte ; terwijl Birmingham gesloten wordt. De radio-correspondent van de Daily Telegraph verneemt verder, dat Daventry jr. des namiddags 3.20 (Ned. zomertijd) begint te werken. In den vooravond komt er een kinderuur. tje ; om 6.50 en 10.20 wordt het nieuws uitgezonden. Maandag, Woensdag en Vrijdag is er dansmuziek van s' avonds 10.35 tot 's nachts 12.20, terwijl op de andere avonden na het nieuws van ,0.20 er muziek of variété is tot 12.20.
Collectie
Permanente URL
- Gebruiksvoorwaarden
-
Auteursrecht onbekend. Het zou kunnen dat nog auteursrecht rust op (delen van) dit object.
- Krantentitel
- Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad
- Datum
- 13-08-1927
- Editie
- Avond
- Uitgever
- M. Nijhoff [etc.]
- Plaats van uitgave
- 's-Gravenhage
- PPN
- 832689858
- Verschijningsperiode
- 1869-1945
- Periode gedigitaliseerd
- 1920-1945
- Verspreidingsgebied
- Landelijk
- Herkomst
- KB NBM C 44 [Microfilm]
- Toegevoegd in Delpher
- 20-11-2013
Er is helaas een probleem met het ophalen van de afbeelding.
Dit kan twee oorzaken hebben:
Probeer het later opnieuw.
RADIO-NIEUWS DAVENTRY JUNIOR.
DE ZENDER IN HUIZEN.
Het Christelijk tijdschrift voor radio meldt, dat de zender,n Huizen vermoedelijk 25 Aug voor proefzendingen gereed zal zijn
— Die Werag meldt., dat de Hongaarsche regeerlng zendvergunning voor korte «olven «Mn amaXMiea verleend ijeéft
KUNST EN LETTEREN OPENING TENTOONSTELLING ABEL PANN.
Vanmiddag is in Bulchri Studio de tentoonstelling Abel pann geopend. Daar dr. J. Th. de Visser, voorzitter van liet Comité tot zijn spijt verhinderd was, opende dr. H. E. van Gelder haar en vroeg belang» stelling voor dit merkwaardige levenswerk. Merkwaardig niet alleen in dien zin, dat het, zooals elke ernstige arbeid recht heeft met onbevooroordeelde welwillendheid te worden opgemerkt, maar ook in de betee» kenis van afzonderlijk origineel. Deze in een der Russische landen geboren Israëliet, al in zijn jeugd getroffen en geboeid door de schoonheid van den Bijbel, gevoelt in zich den drang om die heilige geschiedenissen vcor zich te zien in beeld. Andcrcr werk bevredigt hem niet en hij besluit zijn kunstenaarsarbeid geheel te wijden aan den Bijbel, zijn kunstenaarsleven vullen met het uitbeelden der geschiedenissen, die zijn rijke Oostersche fantasie opnieuw door» leefd, opnieuw gezien heeft. Hij verlaat zijn land en gaat naar parijs, trekt ten slotte naar Jeruzalem zelf, liet land zijner vaderen, waar dezelfde hemel zich welft, dezelfde dalen, dezelfde «natuur zich aa,» hem voordoet als aan de afstammelingen van Abraham en Jacob. Hier heeft hij dc sfeer gevonden waarin zijn arbeid gedijen kan, zooals blijkt uit de eerste reeks werken, die hij thans tentoonstellen kan.
Die bijbelsohl. verbeeldingen zijn belang» stelling waard, wiet slechts om den opzet waaruit zij zijn geboren, ook om de uitvoering. Wij bewoners der ?lauwe vVesterstranden", zijn het zoo picturaal illustratieve eenigszins ontwend, sommigen zeggen ontgroeid. Maar daarom kunnen wij een Oosterse!, kunstenaar tod, wc! onbevooroordeeld naderen om ons af te vragen hoeveel deze zoon van het oude volk ons dichter brengen kan bij de diepzinnige schoonheid van Genesis of het kleurig büwogene van Exodus. De oud-tcstameht!» ! sche verhalen mogen voor ons in den loop 'j der eeuwen een andere beteekenis gekre- j gen hebben, wij kunnen nooit vergeten hoe ! zij als cultuurelement in ons Ivederlandsche j volk hebben gewerkt en nog werken, Hoe ! sterk heeft de Bijbel onze -Nederlandsche kunstenaars niet aangetrokken, hoc vaak | heeft hij hun werk niet beïnvloed of zelfs beheerscht. Heeft niet bijna elke episode der Schrift Rembrandt gebracht tot een teekening, een ets of een schilderij? Maar ook wie zonder dergelijke overwegingen dit werk kotm bezien zal genot vin* den aan den met chame en gratie en met een bewonderenswaardige beheersching van het metier voorgedragen arbeid, die r»jk is vl
Met een persoonlijk woord tot den kunstenaar Bann heeft dr. van Gelder vervolgens de tentoonstelling voor geopend verklaard.
VONDEL EN REMBRANDT.
In de Meivergadering der Vlaamsche Academie te Gent, waarvan de laatstverschenen aflevering der Verslagen en Mededeelingen het verslag bevat, heeft Qustaaf Seger, de vraag besproken: „Hoe komt het, dat Vondel die zoovele kunstenaars verheerlijkt heeft, ' den grooten, geniale» Rembrandt van Rhijn zoo goed als onbezongen heeft gelaten?" Aa verschillende bijschriften van Vondel op beeltenissen van personen uit diens tijd vermeld te hebben, vervolgt hij:
Elkeen zal begrijpen, waarom de bijzondere aandacht op deze gedichten wordt gevestigd. Artus Quellyn beitelt het borstbeeld van Tulp. Een mij onbekend schilder maakt zijn portret. Rembrandt van Rijn stelt denzelfden Tulp als hoofdpersoon op een schilderij voor. Het borstbeeld is, naar de uitspraak van Dnger. een „overheerlijk" werk. Er valt niet aan te twijfelen: Artus Quellyn was een der grootste beeldhouwers van zijn eeuw, een luister der Vlaamsche kunst. De Ontleedkundige les is echter wat anders beroemd dan het borstbeeld, en men doet Quellyn gewis geen onrecht aan, als men hem beneden Rembrandt stelt. Tulp die in het beeldhouwwerk en op dc schilderij afgebeeld wordt, wordt in een gedicht op het werk van Quellyn gehuldigd; ook de kunstenaar. De voorgestelde persoon wordt door Vondel hooggeacht, bewonderd; het is niet gewaagd te vermoeden, dat hij den magistraat zierzoonlijk kende, met hem zelfs bevriend was. Om het even. En over de wereldberoemde schilderij van Rembrandt geen woord. Had de dichter daarover, al ware het slechts een bijschrift, vervaardigd, dan zou hij om in Rembrandts stijl te blijven, en naar Vondels manier, op Tulp het hoogste licht laten vallen, hem op het voorplan hebben gebracht; maar dat wa» toch onmogelijk zonder ook den schilder te huldigen.
Daar hij het werk eenvoudig doodzwijgt, niettegenstaande «le goede gevoelens, die hij voor Tulp had, dringt de gedachte, dat zijn gevoelens ten opzichte van Rembrandt van een anderen aard waren, naar mijn bescheider meening zich op. Was Vondel dan waarlijk vijandig tegenover den grooten schilder gestemd? Ik denk, ja. Hij heeft dit nergens gezegd, evenmin als Rembrandt. Van dezen laatste die een zwijger, een in ziel, teruggetrokken natuur was, hoeft dit niet te verwonderen. Maar Vondel was in het geheel geen zwijger. Hij was een lyrieker, en mocht naar waarheid getuigen, dat „wat hem op 's harten grond lag, hein naar de keel welde, dat hij te stijf geperst werd. en het als nieuwe wijn, die tot de spon uitbarstte." Zijn vrienden verheerlijkte hij met wegsleependen geestdrift; wat hij goed vond, bezong hij zonder terughouding, zijn vijanden viel hij aan in geschriften, die soms den aard van echte pamfletten aannemen, welker taal wc! eens zoo «gemeen is, dat wij haar in den mond van zulken verheven dichter niet begrijpen. En de aangevallen personen mochten predikanten zijn, als Smout, Trigland, Wittcwrongel-. Bogerman, griffiers als Cornelis Musch, stadhouders, als Prins Mauritso. Willem 11; hij spaarde niemand, en doopte zijne pen in gal. De machtigen, de invloedrijken van den lande, raadde hij aan, wat dit hem mocht kosten. Zijn leven stelde hij daarvoor in gevaar. ,Over Rembrandt, zoo goed als geen woord. Op wien slaan de verzen: Dies waart de schilderkunst ook zoons van duisternissen, Die gaarne in de schauw verkecren als een uil. Wie 't leven navolgt, kan versierde schaduw missen, En als een kind van t licht gaat in geen schecmring schuil. Hij schildert zonder schim en schaduw ? Is dit een schamp op Rembrandt? Niemand kan dit met zekerheid zeggen. Zooveel hoofden zooveel zinnen. Men kan slechts op feiten voortgaan, meer op het karakter op het temperament van Vondel steunen, en meest nog van al zich door zijn gevoel laten leiden. Welnu, mijne bescheiden meening is, «lat Joost het op Rembrandt gemunt beeft. Zijn houding, volgens mij, zijne vijandige hol«.''Ng tegenover den schilder, die uit zijn zwijgen over de werken van den Meester blijkt, laat mij niet toe, daaraan te twijfelen. De aanval komt mij te duidelijk, te bepaald voor om te geiooven. dat hij in het algemeen, niet tegen een bepaalden persoon werd gericht. Dat de pij! op den schilder van de Nachtwacht werd afgeschoten, leid Ik af uit de verzen, waarin over de zoons van t licht gesproken wordt, die gaarne in de schaduw verkceren als een uil.
Deze verzen slaan, denk ik, meer op de levenswijze dan op de schilderijen van Rembrandt...
Dat Rembrandt van Rijn door zijn tijdgcnootcn miskend werd, dat zijn genie niet naar waarde werd geschat, is een feit. Dat Joost van den Vondel hem links liet liggen, «lat hij hem doodzwijgt, omdat, volgens den kunstrecbw? Eugènc Fromentin in zijn werk Les Maitre, d'autrefois — Belgique-Hollanue, «Ie Ontleedkundige les en de Nachtwacht erge gebreken hadden, wil Cr bij mij niet in. Dat de dichter die werken vreemd, in strijd met den smaak van zijnen tijd vond, aangenomen. Dat hij. evenals allen, die over kunst mochten meepraten met Rembrandt, «lic niet in Italië was geweest, die geheel vrij was van den invloed der Ouden en van dien der Renaissance, niet hoog kon oploopen, juist. Maar de werken waren daar. Plaats een boer voor de Nachtwacht, en hij za! in bewondering opgaan. Een «en man als Vondel, die, hoewel hij geen vakman, geen theoriekcr, geen kunsthistoricus was, zou door zoo iels niet gepakt worden ? Ik zal het nooit aannemen. Vondel is zoo vatbaar voor de schoonheid, onder welke vormen zij zich voordoet, dat een werk als de Nachtwacht of de Staalmeesters hem onmogelijk onverschillig kon laten. Was Rubens ook niet in staat Rembrandt naar waarde te schatten? Ik begrijp, dat de Antwerpsche Meester, als artist, in eene heel andere atmospheer leefde dan de Amsterdammer, maar het is niet mogelijk te geiooven, dat dc meesterwerken van den Nederlander hem onverschillig lieten. Hij kan de manier, de opvatting afgekeurd hebben, maar dat zoo» vee! macht, nog eens, hoe afwijkend van «Ie zijne, voor hen, verborgen Weef! Neen. Een der meest karakteristieke eigenschappen van Rubens was, dat hij geheel en al onontvankelijk was voor afgunst, voor jaloerschheid, niet alleen elk talent erkende en zelfs op onbekrompen wijze ter hulp «kwam. Welnu, in ,637 kwam Pieter Pauwels ln Holland, bezocht er de voornaamste schilders, uitgenomen Rembrandt. Ging hij Rembrandt» deur voorbij, omdat hij hem beneden de andere schilders
l achtte, wien hij een bezoek bracht? Ik weiger I het te geloovcn. Daar zit bracht? Ik weiger het te geiooven. Daar zit iets anders achtoi, lj zou men in de Kempen «eggen. !W«t? Ik aar_»M-_sZM^^z^ vM ««»«_» _«»
Mijn meerling is, dat Vondel Rembrandt met ignoreerde, om der wiUe van «len aard eer kunst van den schilder, ,00 min als Rubar, 5 of de Amsterdamsche groote, maar wel -ra het karakter, de levenswijze, het optreden v.iii het gerecht... de bevolking moge ook hier» :n, zooals wel meer gebeurt, praatjes, laster, voer klinkende munt aanvaard hebben. Doel, i.c druk erop, mijn meening ls niet meer dan <»>c gissing; bewijzen ontbreken geheel: wel'«:
Advertentie
VOORKOMT IANOBEOER? en poetst '5 morgens en 's^vonös met NIVA TANDPASTA 75 ets. pep Vi tube. _!scls.p. !4 tube. _' '¦; ¦ -> — _¦— 0.-,,.
INTERNAT RADIO-TELEGRAAF. CONFERENTIE.
Aan de derde internationale radio-telegraafconferentie, die 4 October te Washington begint, zullen vertegenwoordigers van ongeveer 100 staten en radio.telegraafmaatschappüen deelnemen.
KURZAALBERICHTEN.
De soliste voor het Zondagmiddagconcert onder leiding van Neumark, de violiste Euge «n ia Wel 1 erson zal v«i«sr de pauze het vioolconcert van Tschaikowsky spelen. Het orkest zal o.m. uitvoeren de Schwedischer Bauernhochzeitsmarscn van Södermann, Polonaise e dur van Liszt en Leschichten aus den, Wlenerwald van Joh. Strauss.
Des avonds is de zangeres M a r i a P o s—. Ca rlof o r t i soliste. Voor de pauze zingt zij ?Ich bin wie die Taube" uit Acis und Galathea, alsmede Arioso van Handel Na de pauze zal zij voordragen een aria uit Tosca. Het concert vangt aan met de ouverture Fliegende Hollander, terwijl mede op liet programma staan Le Rouet d'Omphllle van Saint-Saëns, Midsommervaka van AVven en Dngarischer Sturmmarsch van Liszt.
De solisten voor het Volksconcert oo Maandag ,5 Aug. onder leiding van Neumark. mevr. Rosa Spier, harp en Adolphe P o tli. viool, zullen resp. Fantasie van SaintS.lëns en het vioolconcert g mul! van Bruch ten g<>. hoore brengen. Na de pauze zal het orkest
De zangeres G a n n a Walska is soliste voor het concert op Dinsdagavond onder leiding van Neumark. Vóór de pauze zingt zij aria uit 'Louise van Charpentier en na de pauze aria van E«sabeth uit Tannhiiuser. Het concert begint met de Scènes bohémienne-van Bizet, terwijl tevens, zullen worden ge. speeld de ouverture Rienzi en het Vorspiel 111 A«kt uit Tristan und Isolde.
Woensdagavond is de Violiste Cecilia «an «« s, soliste met de Schottische Faut.-,-sie van Bruch en de Carmen-Fantaüie v.m Bizet-Sarasate.
Als orkestwerken noemen wij Evocalinns van Roussel en de Suite pour orchestre. t!r«-e du baVet Raymonda van Glazounow
Donderdagavond ,8 Augustus zullen de. heer en mevrouw. «Ilinge «Doorenbos een voordrachtsavond in de Kurzaal geven. Vrijdagavond ,<, dezer zal het symphonieconcert onder leiding van Sehnöevoigt geheel aan werken van Beethoven zijn gewijd. Vóór de pauze gaat de zesde (Pastorale) na
EEN PRACHTIGE SCHENKING.
i^e meubelfabrikant Schmidt heeft aan de stad Boedapest zijn barok slot op den Mathiasberg ,n Altofen. met de uit den tijd van Maria Iheresia afkomstige zo kamers kunstschatten «--. l"-hehoorende groote park ten geschenke aangeboden op voorwaarde, dat dc omgeving van den Mathiasberg gereguleerd en het voor museum bestemde kasteel voor l.et publiek toegankelijk gesteld wordt. Dc stad heelt deze voorwaarde aangenomen. „»^>'« i"et slot opgehoopte kunstschatten, we>ke met groote kennis van zaken zijn ver- ZHZÏÏ: ""eZenwoordigen een geweldige waarde. Er zijn meubels, kerksieraden. gobc hn, enz onder en ook het kasteel zelf heeft historische waarde.
6erard Tegel-.». zal -'-b wederom als operaen concertzanger te Hamburg vestigen. Moissi, d.V sinds jaren reist en gastro».', vervulde, heeft nu weer een contract «lange» gaan met het Deutsche Theater •_«. l^lU».
HET VADERLAND VAN DE LEESTAFEL EGYPTISCHE LITTERATUUR VAN VOOR VIERDUIZEND JAAR
liet jonge uitgeversgenootschap (.root-
Nederland heeft de uitstekende gedachte gehad het bekende bock van prof. Braestcd over de geschiedenis van het oude Egypte io een rijk geïllustreerde vertaling aan het Nederlandsche publiek aan te bieden. Dit boek van dezen Amerikaanscheli Egyp» toloog', hoogleeraar aan de universiteit van Chicago, is zeer populair in de Engelschlezende wereld en wij kennen weinig historische wecken van den laatsten tijd, die zoozeer verdienden populair te worden. De wetenschappelijke ernst is bij het schrijven van dit standaardwerk inderdaad even groot geweest als het talent om dc eigen wetenschap in een aangenaam en ook voor den nog niet ingewijden lezer zeer begrijpelijk en leerzaam geheel te verwerken.
Braesteds werk is te zeer bekend om
nog geprezen te moeten worden; het is een «der voornaamste monumenten van wat men zou kunnen noemen de jongste renaissance der Egyptologie. De vertaling lijkt ons zeer goed en de rijke illustratie, waarvoor dr. W. D. van Wijngaarden, conservator der Egyptische afdecling -van het Rijksmuseum te Leiden, gezorgd heeft, is op •zich zelf reeds een prachtig overzicht van «de geschiedenis der cultuur e» kunst van ,het oude rijk der pharao's. / Wanneer men bedenkt, hoe rijk ons land is aan mooie overblijfselen dier oud» Egyptische kunst, dan kan men er niet aan twijfelen, dat deze voortreffelijke uitgave een groot succes zal hebben. Om den lust tot nadere kennismaking nog meer aan te wakkeren, laten wij hier een paar pagina's over de litteratuur ten tijde der twaalfde dynastie volgen. Dc laatste groote koning dier dynastic, Amencmhat 111, overleed in .891 .v. C. Dc in het volgende fragment besproken litteratuur is dus ongeveer .19 eeuwen oud.
„De letterkunde liet eenige waardige monumenten na, getuigende van bet rijke «.n afwisselende leven in die dagen. Wij hebben gezien, hoc dc schrijfkunst bevorderd werd door-de eisclien •der-rcgecringsadministratie. Een stelsel van unljMm.l»,^spe.lilsig> tot.nu toe ontbrekend, werd ontwerpen en getrouw door de klerken toegepast. Ons is bewaard gebleven een reeks van model-letters, welke de schoolknapen in dc 20e eeuw v. C. moesten bestudccrcn; zij toonen aan, met welk een groote zorg het spellingssysteem was samengesteld. Dc taal dezer eeuw en haar letterkundige voortbrengselen werden in later tijden als classiek beschouwd, en in weerwil van haar buitengewone kunstmatigheid, moet het oordeel «ler tegenwoordige geleerden dat van het Nieuwe Rijk bevestigen. Voor het eerst (ofschoon zij wel eerder heeft bestaan) treffen we in Egypte ontspanningslectuur aan. De ongelukkige edelman, Sinuhe, die naar Syrië vluchtte bij den dood van Amenemhat I, keerde op hoogen leeftijd naar Egypte terug. Het verhaal van zijn vlucht, zijn leven en wederwaardigheden in Azië, werd een geliefde geschiedenis, die zulk een populariteit bereikte, dat zij zelfs op brokken steen werd geschreven en in dc graftomben gelegd, om de dooden in het hiernamaals te onderhouden. Een voorlooper van Sindebad den Zeeman, die schipbreuk leed pp de kust bij Punt, kwam terug met een verhaal van wonderbare avonturen op het eiland van dc «langenko!iingil,,"waar hij gered, en met gunsten en geschenken overladen, weer naar zijn geboorteland gezonden werd. Het leven van dc hofhouding en «le edelen vond weerspiegeling in de volksverhalen, welke de groote gebeurtenissen vermeldden; een verhaal omtrent dc opkomst der Vijfde Dynastie kwam algemeen in «vang, ofschoon dc eenige overgebleven copic een eeuw os twee na den va! ,ler Twaalfde Dynastie geschreven werd.
De bekwaamste letterkundigen van dien tijd gebruikten dc oude volksverhalen ais middel om hun bedrevenheid in den kunst» matigen stijl te laten zien, welke thans als doelwit van de letterkunde werd beschouwd. Een geschiedenis, gewoonlijk bekend als het Verhaal van «len VVelsprckcnclen Boer, jtverd alleen geschreven, om een wonderbaren boe, een reeks van toespraken in den mond te leggen, waarin hij zich tegen een ambtenaar, die hem verkeerd behandeld heeft, verdedigt met zulk een welsprekendheid, «lat hij ten slotte voor den Bharao wordt geleid, opdat deze monarch ook /:,! gemeten van dc schoonheid der zoete taal, welke van zijn lippen vloeit. Ongelukkigerwijze bestaan de meeste dezer toespraken uit zulk een ver gezochte beeldspraak, en is het dichterlijk zeggen 200 duister, dat wij met de hedendaagsche kennis van het Egyptisch er niet veel van kunnen maken..." .. „Zotivele van de geschriften der Egvpbsche schrijvers zijn in dichterlijke taal vervat, «lat het moeilijk is onderscheid te maken tusschen dichtkunst en proza. Alle werken,,welke we tot nu toe bespraken, zijn ui hoofdzaak dichterlijk; , maar zelfs van het gewone volk treft n^en geschriften aan, die beslist tot de gedichten moeten worden gerekend; het lied der dorschers, die het vee voortdrijven over den dorschvloer een pa-ar eenvoudige regels, welke, den eenvou» digen en gezonden werklust van het volk bezingen; of het lied van den harpist, die «ing. voor de leestgenooten in de zalen der ; rijken, een lied. zwaar van waarschuwingen voor de «komende duisternis en ver.manende, om de vreugde in te toornen, io*fa* de boom da^etl. aanbreken,/
! Hoe gelukkig is deze goedo prins! { Dit goede lot is vervuld. I Het lichaam vergaat, verteert, Terwijl anderen blijven, sedert den tijd der voorouders De goden van vroeger rusten in hun pyramiden; Zoo ook de edelen en wijzen, begraven in hun pyramiden. Wat hun betreft, die huizen bouwden, — bun plaats is er niet meer; Ziet, wat er van hen is geworden. Ik heb de woorden van lmhotep en Harzozef gehoord, Wier uitspraken zu'ic een goeden roep hebben; En toch, waar zijn hun plaatsen ? Hun muren zijn puinboopen. Hun plaatsen zijneer niet meer, — /Vis waren zij er nooit geweest, iemand komt daarvandaan Om ons to vertellen, hoe het hem gaat; Om onze harten gerust te stellen, Totdat ook wij gaan naar die plaats, Waarheen zij zijn gegaan, Moedig uw hart aan het te vergeten, En laat uw hart verwijlen bij wat voordeelig voor u is. Jaag uw verüangens na zoolang gij leeft, Leg myrthe op uw hoofd. Hu! u in fijn lijnwaad, Gedrenkt met kostbare geuren, De echte geschenken der goden. Voer uw vermaken nog sterker op. Laat uw hart niet vermoeid wezen, Volg uw verlangen en uw genot. En vorm uw zaken op aarde Naar de inspraken van uw hart. Totdat die dag tier droefheid tot u komt, Als het tnt stilstaan gebrachte hart de klaagzangen niet meer hoort; Want geen klaagzang kan den mensch uit het graf terugroepen. Vier den blijden dag! ' Blijf er niet bij stilstaan! Want zie, niemand neemt zijn goederen mei zich, Ja, niemand keert terug, die daarheen ls gegaan. Het oudst bekende stuk poëzie, dat een streng in acht genomen versbouw vertoont, en al die andere opzettelijke kunstmatig, heden der letterkunde, is eèn merkwaardige hymne aan Sesostris 111, geschreven bij het leven van den koning. Van de zes couplet» ten geeft liet volgende een goed inzicht in het karakter en den bouw van het gedicht: Dubbel groot is de koning van zijn stad, meer dan een millioen armen f menschen) ; de andere Kenzchers der menschen zijn slechts i . gewone lied».-, ' 'Dubi*f groot' it'de koningvanzijn sM hij ,s als het ware een Loei verblijf, waar ledere man Kan rusten tot het vol dag is geworden. Dubbe groot .s do Koning van zijn stad: hij ,s als het ware een bolwerk met muren. gebouwd met de scherpe steenen van Resem. Dubbel groot ,s de koning van zijn stad: hij ,s als het ware een veilige plek. waar geen roover kan naderen. & Dubbel groot is de koning van zijn stad- hii is als het ware een toevluchtsoord, dat den verschrikte beschermt tegen zijn vijand Dubbel groot is de koning van zijn stad: hij is als het ware een schaduw, de Koel« p'untengroei van den vloed in bet seizoen van den oogst. Dubbel groot is de koning van zijn stad: hij is als het ware een hoek, warm en droog in den wintertijd. Dubbel groot is de koning van zijn stad: hij ,s als het ware een rots, die den wind tegenhoudt als de orkaan woedt. Dubbel groot is de koning van zijn stad: hij '5 als het vare Sckhmet voor do vijanden. die zijn grenzen wil overschrijden.
ONS GEMEENTEMUSEUM
Aan het verslag van den directeur van den dienst van Kunsten eu Wetenschappen over 1926 ontleenen wij wat betreft dc Oude Kunst» nijverheid: Wederom moest ds verzameling meubels lijden t.w. door het overlijden van mevr. de wed. van der Maarel wier in bruikleen afgestane voorwerpen publiek zijn verkocht. De directeur heeft echter goede hoop, dat twee goedo I?dc eeuwsche stoelen, tot dat bruikleen behoord hebbende, mettertijd in het Museum zullen terugkeeren. Ook is het zeer to betreuren, dat do belangrijke collectie noord-Xederlandsch aardewerk van den heer Otternato Leeuwarden door «len eigenaar teruggevorderd werd. Intussehen bezit het museum van deze groep eenigo zeer goede stukken en ook fragmenten, welko althans van «le essentieel© karaktertrekken een denkbeeld geve». Hieraan is door aankoop toegevoegd kunnen worden een fragment van een apothckerspot. dat ten duidelijkste aantoont, hoezeer in do I6de eeuw do Nederlandsche faïence, in colorict zoowel als in ornament, op «lc Italiaanscho geïnspireerd was. Aan Xederlandscho ceramiek werd nog aangekocht een beeldje „do Zomer" voorstellende, vervaardigd in do slechts korten tijd te Wcosp beslaan hebben porseleinfabriek. Do thans zeldzaam geworden Arnhemscho faïence is nu in het museum vertegenwoordigt! door een geajourde broodsehaal. Om do met het Deltsche aardewerk gelijktijdige en in sommige opzichten daaraan superieure faïenco van Itouaan niet geheel to doen ontbreken, heeft hij, daartoe door een ongenoemde in staat gesteld, to Parijs drie bordjes aangekocht, waarvan twee met decor in blauw, do derdo in meerdere kleuren, elk van zeer goede «jualiteit. Door dc vriendelijke tusschenkomst van don heer F. W. Bödcnheim te Amsterdam zijn to Milnchen vier glazen aangekocht. Een daarvan, een groen bekertje, van een type, «lat in ds middeleeuwen vaak gebruikt werd tot bewaring van relieken verdient een bijzondere vermelding. Een klein flaconnetio van paarsgetint glas, uit do 16do zoo niet uit do 15do eeuw dateerend, is vermoedelijk van zuill-Xcderlandsch maaksel. Do verzameling Islamischo kunst is met eenigo zeer goedo stukken verrijkt kunnen worden. Allereerst een collectie schorven van vermoedelijk Mesopotamische en van Oost» Aziatische ceramiek, «lis het museum van het Oepartment of ccramics and glass van het British Museum ten geschenke heeft gekregen. Zij zijn afkomstig van het ruïnencomplex van Vamarra aan do Tigris, van 836—883 do residentie der Khaliefen, en zijn van zeer veel waarde voor de kennis van het vroegere vóór» en oost-Aziatisch aardewerk. Den betrokken conservator aan het British Museum zijn drie 18do eeuwsche glazen in ruil gezonden, alle doubletten uit onze verzameling. Onder do overige aanwinsten van Islamische kunst wordt in het bijzonder vermeld een prachtige faïence kam, met decor in ro> bjjnluster, welke, dank zij een gift van onzen -•stadgenoot, den heer S 8. Michael, aangekocht ,js kunnen worden.'Scherven van dezo soort, te Samarra, gevonden, dateeren het ontwijfelhaar in do 9«lo eeuw. Het werd door do bui» tenlandsche kenners zeer bewonderd. Een fijn gemodcleerd bronzen leeuwtje, dat als handvat van een kom gefungeerd heeft, demonstreert do afhankelijkheid van «en groep Perzische goudluster faïenee uit do 130 eeuw van metalen prototypen. Fraai van eoloriet, evenals van dessin is een Perzische wandtegel, waarop en relief een ruiter is afgebeeld, met eon valk op de vuist, tegen een achtergrond van bloemen. Dit stuk, dat zijn decor ontleent aan de gelijktijdige miniaturen, dateert uit do Itzno of I?do eeuw. Do kleine, to kleine, afdeeiing van Oost- Aziatisch aardewerk kon met eenigo fraaie voorwerpen vermeerderd worden. Zoo bezit het museum thans een zeer goed celadon kommetje uit den Soeng-tijd, waarvan vorm, decor en glazuur niets to wenschen overlaten. Een theeschaal uit dezelfde periode heeft als eenig decor het geraamte van een thee-blad op een donkerbruinblauwen grond. Een grooter stuk, mede van do Soeng"vni-stio, zou van do in 1104 overstroomde stad Kiu-liu-sien afkomstig zijn. Het heeft een edelen vorm en een prachtige roomwitto gecraqueleerdo glazuur, waarin resten van de i>zerho»dendo aarde waarin het eeuwenlang vertoefd heeft, bekoorlijke roodbruine vlekken gevormd hebben. Op het gebied van -sapausch aardewerk neef het museum een aantal chaïre's verworven, aardewerk «loos met ivoren deksel ter bewaring van do poederthee. ceramischo meesterstukjes. Wat het Museum voor Moderne Kunst betreft wordt medegedeeld dat het gelukt is de „Als «nen oud wordt" van Jozef Israëls te verwerven De zeer aanzienlijke aankoopsom werd deels u.t het honds, voor een goed deel echter Ook u.t bijl ragen van particulieren opgebracht. Als geschenken zijn te noemen, een befangwekkend vroeg werk van s.-u, Sluytcrs. uit ,oio. een 'kinderkamer met een slapende baby. een vischsflleven van Bonvin, belde geschenken van een ook aan den directeur onbekend gebleven weldoener; een groote teekening van Mat» tbieu Wiegman (Job) door den kunstenaar op verzoek afgestaan. Do Vereeniging voor Moderne Kunst schonk een „vn of meer schetsmatig gehouden zeer groot doek van Tholen. De afzanderij in de buurt van het Kanaal; voorts een stukje met schapen van W. Steelink bij diens «/asten verjaardag en een groot stilleven van Jan Tiele Van onbekende zijde werd aan het Museum een aquarel van C. H. Dcc geschonken Als legaat van een schilder kreeg het Museum een landschap van J. J. v. d. Sande Bakhuijzen. De belangrijkste aanwinst van dit jaar was dc collectie schilderijen door mevr. de wed mr. G. J. Verburgt naar den wil van wijlen haar echtgenoot aan het Museum geschonken. Deze «lemo maar uitgezochte verzameling van o schilderijen en 5 teekeningen. blijf, levenslang in bruikleen bij de schenkster; doch mevr. Ver» burgt heeft reeds nu de „Waspit" van Breitner. het bakje met eieren van Verster en de Moskee van Bauer in het Museum geplaatst. _ Dit de gewone middelen werden aangekocht . een klein doek. voorstellend een stukje grond met wilde planten, gemerkt J. Maris f 1862; een welde met koeien van Jan Baptist Kovel!,-een teekening van Arend Hendriks (de Nieuwe r» ,s°" •* £roote werkteekeningen van A. J. Derkinderen voor zijn wandschilderingen in het gebouw van de Alg, Levensverzekering-Maatschappij te Amsterdam (de Trap des levens). [ In bruikleen werden ontvangen een klein stil> '"'°" _ v"" 6>«?abeth Alida Ilaenen (van den , neer Tutein Xoltheniusl on ,0 schilderijen en 1 aquarel van den heer A. Clevndert Deze col. leclie bestond uit l'ransche en Xcdcrlandsche ; welken, waarvan wij vooral noemen de groote K^t (Avant l'6__li_»ü. de Jongkind, d« Fantin Latour (La Souree). «le .Vlonet (Etrctat) en de pastel van Redon (lcarus). Verder bevonden zich m deze verzameling nog 2 Fantin Latour's, een D,az. een Ralfaelli. een Nont'celli, een buitengewoon goed binnenhuis va» Lriët en een mooi aquarel van M. Kamerling Onnes. Do heer D. Couvce schonk een v.>:>« in gres van den I'ranschcn eermnist jean Uesnard. van w>en ook een groote kon, werd aangekocht. Len tweede groote kom van vecoeur Kocht ik te Parijs; deze stukken vullen de Fransche collectie zeer goed aan. Van Xederlandsche kunstnijverheid werden eenige penningen van van der Hoef, Begeer en Nolle, twee schotels van Brouwer en een collectie glas van Chr. Lebeau aangekocht, en een jaarbeker in glas van dr. H.. P. L-rwge van de Claslabriek Leerdam ten geschenke ontvangen. Dr. Nredius gaat op de meest heusche wijze voor met stukken aan zijn in bruikleen zijnde verzameling toe le voege", in 1026 weder twee, nl.: een belangrijk groot landschap — de Ruïne van Egmond — een werk uit de laatste jaren van M. Hobbema: in de tweede plaats een klein maar bijzonder fraai stilleven van lohannes pijl.
WILLEM KLOOS.
Vit een interview der Haagsche Bost wet Willem I.loos:.„!
Zij: (d.i. Jcanno Illoos-Ileyneke v. stl!We). „En als je kritieken zond..."
Hij: „Dail heetto ik to jong om i«
Hij: „En nu, veertig later, hoor do kritiek: „Illoos is achteruitgegaan bij..." bij, wat zo vroeger weigerden op to nemen!" Zij: „Het zou bedroevend zijn, als „hij" niet zulko sterke schouders had."
Hij: „Ik weet: ik ben in geestelijk opzicht verder dan een kwart eeuw geleden. Dat mag ik dan zeggen, zonder „pedant" to zijn". Snel zet de stem aan, regelmatig vloeien de woorden. „IK bedenk niet te voren mijn werk, mijn poëzie. Ik ga zitten on schrijf. Het komt in mo óp haast zonder eigen wil; ik ben... als do trompet van een gramoloon. Ik geef terug."
„Uw doorwrocht proza ook?" ,Met pluizen bij het schrijven. Het werk staat in mijn hoofd klaar, en ik begin. Ik hen er in. Drukte om me heen hoor ik niot. Ik weet wel: nog geen tiende deel van Hol» land leest mij. Het is een aardigheid om „De Meuwo Gids" to beschouwen als een bagatel. Toch is dio uitzonderlijk geweest." Lij (warm): „Ze is dat nóg. En ze bloeit. Wo Krijgen meer inzendingen dan wo plaat» sen kunnen. Een van do weinige tijdschriften, dio zich hebben gehandhaafd. Hoevele, pon,-peus ingeleid, hebben wo zien verdwijnen." „Had u litteraire aspiraties op de H.8.8.?" Hij: „Wanneer deed ik eindexamen, vrouw?" I-ij: „In '77.'
Hij: „Juist. Wo lazen „Athalie" en do „Cid". Ik begreep do taal wel, kon er niet doorheen zien. Leek mo «aai. en droog. II zult zeggen: Geen goedo prognose voor een beginnend auteur! — Ik zeg: Het is verkeerden» zoo jonge jongens... Hoe kan je, als Kind, uit dio gekrulde zinnen do menschen zien opleven?" Zij: «Vertel van de Koningin, toen je op audiëntie ging." Hij: „Ik ging bedanken voor „do Leeuw". Do Koningin zei: „II zult me dom vinden. Ik zal u iets opbiechten: Toen ik, als kind, Vondel moest lezen... vond ik er niets aan." —
Ik riep spontaan: „Ik ook niot, mevrouw." — Wo hebhen samen hartelijk gelachen." „kerkten de leeraren dan dat tekort niet op?"
Hij: „Voor hen was de litteratuur bijzaak. De taal-uitpluizing, èn do commentaar.. Daar komt het op aan! Nou, op een dai?, als schooljongen loop ik langs een stalletje. Ik zie „Hornani" van Hugo. — Do naam boeit me; ik koop het. Kostte, maar tien cent. — Wat heeft mo dat geboeid! Ik was verrukt. Ik liep in het Vondelpark te droomen. Was melancholiek; „gedrukt" is beter. Een mooio dag; dn vogels zongen. Daar hoor ik Duitsclic verzen in mijn hoofd. Xe schreven zich zelf op. „Enabenkliige'. —In sonnett«n»vorm".
Do gast: „Do moeilijkst» vorm nogal!" Hij: „Dat is niets. Als jo kijk hebt op techniek... Maar dnt maakt je geen „dichter*'. — Er kwamen ook Franscho verzen. Zo stroomden uit het onbewuste. Dan bon ik niet... de alledaagscho mijnheer Kloos. — Verzen makeu op techniek is gemakkelijk... en geen cent WKiiid. Het is krap; bet heelt geen kern. — Neem me niet kwelijk: zóó leken mo «lo ver» zei, uit liet midden van de vcrigo eeuw. Ik las ze; ik dacht: Wat zegt die man eigenlijk? Ik ga zélf eens probeeren. Een vers kan toch andeis zijn."
Zij: „Toen kocht jo Vholley". Een druomstem: „Ik las „(Hueen Mah". Ik las door, dóór. Ja, dat is poëzie! Zoet stroomt ze, instinctief, uit wellende bron. Zóó wou ,k dichten. Cerebraal? Ik kan het niet. Het gedicht schrijft zich zelf op. Soms op straat, het zingt in me. Ik schrijf maar gauw op wat ik vind, een krant, een manchet...." Een haperen; een aanzetten: „De laatste jaren heb ik niet meer gedicht." Zij: „Hij beeft een lange periode gezwegen."
Hij: „Het leek, of de bron was opgedroogd. — Witsen sterft. Het grijpt me aan; scheurt me ópen... Ik dicht op hem een Cyclus. — Vol» gen mijn „Binncngedaehten". Ik overpeins wat Leven is, en wat Dood. — Hoo een gedicht ontstaat? — Ook voor mij een wonder. — Ook in u leeft het onbewust diep, als in alle geestelijk-levendo menschen. Maar do toegang naar do buitenwereld is bij mij ruimer... Ik kan het uitzingen."
Serge Prokolieff werkt zijn vóór den oorlog gecomponeerde opera De Speler om, welke tot nog toe werd bewaard in het Rijksarchief te Leningrad. De première zal komenden winter m de Russische Nationale Opera gaan. Bovendien legt hij de laatste harlll aan zijn tragische opera De vurige engel, die door de Stedelijke Opera is aangenomen.
Bij gederangeerde maag, gistingen in den darm, leelijken smaak in den mond, voorhoofd,-pijn, koorts, slechte ontlasting, braken of diarrhce werkt reeds 1 glas natuurlijk „Franz-^osef"-bittcrwatcr zeker, snel «n aangenaam. Maagspecialiteiten van naam certificeeren dat het gebruik van „Frani^osef-water voor het door eten en drinken overladen spijsvcrterinizskanaal «en ware weldaad olijll. te zjiu-