Daer staet een T oor en op tot aan de lucht verheven Die aen den Reijser kan van ver een teijcken geven; Hoe dat hij afgedwaelt, in bergen, of in dal, Sijn wegen seecker na den Haegh toe nemen sal. ZO bezong Jacob van der Does bijna drie eeuwen geleden de toren van de Grote of St. Jacobskerk. Straks, op de 10e januari zal hij wederom van verre en van nabij een teken zijn en zullen zijn eeuwenoude luiklokken Jhesus, Jacob en Salvatoer alsmede de in 1956 gegoten onbenoemde luiklok galmend de huwelijksvoltrekking van prinses Margriet en nir. Pieter van Vollenhoven verkondigen. Er zijn in deze kerk, waarschijnlijk de op een na oudste van Den Haag, meer Oranje-huwelijken voltrokken: ook dat van prinses Juliana en prins Bernhard op de 7e januari 1937.
DE geschiedenis van de kerk gaat terug tot het midden van de 13e eeuw. Er stond toen ter plaatse een houten kapel die in de 14e eeuw werd vervangen door een stenen kerk, meer passend en tegemoet komend aan de behoeften van de groeiende residentie van de graven van Holland. De toren van de St. Jacobskerk dateert van later datum, begin 15e eeuw. Zjjn vorm, zeskantig, is voor ons land nogal uitzonderlijk. Men vindt er zo een ook nog te Nieuwerkerk op Schouwen en bij een kerkje in het Groningse Kantens. De toren heeft altijd het silhouet van Den Haag beheerst, met overigens de opvallende bijzonderheid dat de spits in de loop der eeuwen enige malen is veranderd. Hoe de spits er aanvankelijk uitzag, is niet bekend. De oudst bekende afbeeldingen laten de toren zien in laat-renaissance-stijl, gebouwd na de brand van 1539, toen niet alleen de toren, maar ook de kerk grotendeels verloren ging. , Van de oorspronkelijke kerk is nu alleen het koor, zij 't ook enigszins veranderd, nog intact. De renaissancespits werd in 1860 afgebroken en toen is er de gietijzeren „slaapmuts" voor in de plaats gekomen. Erg veel waardering is er voor die gietijzeren spits nooit geweest en toen dan ook na de tweede wereldoorlog een ingrijpende restauratie van torenlichaam en spits noodzakelijk werd, is het gietijzeren geval afgebroken. Thans siert opnieuw een renaissance-achtige spits het forse torenlichaam. DE kerk zoals wij die nu kennen, dateert uit de 16e eeuw: een driebeukige hallekerk, waarvan het dwarsschip op het koor aansluit. Er komen maar weinig draagbalken in voor, zodat het toch al grote interieur een bijzonder ruime indruk geeft. De preekstoel, voorzien van prachtig snijwerk, is bij de beeldenstorm behouden gebleven; zo ook de wapenborden van de ridders van het Gulden Vlies in het koor, die indertijd werden aangebracht als herinnering aan de kapittelvergadering van deze orde, die onder leiding van de grootmeester Philips de Goede in 1456 werd gehouden — zij 't dan, dat zij na de brand van 1539 wel zijn gerestaureerd. Die brand leverde de kerk nog een aanwinst op: twintig gebrandschilderde ramen van Dirck Crabeth, maar die kwamen niet ongeschonden uit de vernielzucht tijdens de beeldenstorm tevoorschijn. Het kerkgebouw bevat enige praalgraven, zoals van de vlootvoogd Jacob van Wassenaar-Obdam en een onbekend gebleven beeldhouwer vervaardigde het op de tombe uitgestrekte lichaam, tegen een achtergrond van
vaandels, kanonnen e.d. Achter het lichaam van de graaf staat zijn treurende weduwe, een gravin Van Solms. Zoals ten tijde van de totstandkoming van de kapel en later van de stenen kerk gewoon was, werd rond het gebouw een kerkhof aangelegd, het oudste van Den Haag. Het heeft echter nooit een grote omvang gehad en nog tijdens het gebruik werd de oppervlakte ingekrompen. Een van de redenen daarvoor was de totstandkoming van het prachtige oude stadhuis, daterend van 1565, dat nog altijd in de schaduw van de kerk staat al wordt het sinds 1952 niet meer als stadhuis gebruikt. DE Grote of St. Jacobskerk, waarvan de naam nog wel eens verwarring wekt met de (katholieke) dekanale St. Jacobuskerk in de Parkstraat, heeft zoals we in de aanhef al schreven, enige malen gediend voor de voltrekking van huwelijken van Oranje-telgen. Toen, niet anders dan in onze tijd, ging dat met veel uiterlijk (militair) vertoon gepaard, zoals bijvoorbeeld bij het huwelijk van prins Carel Christiaan van Nassau-Weiburg met prinses Carolina van Oranje en Nassau op de 5e maart 1760. De 's-Gravenhaegse Extra-ordinaire Courant van de 6e maart gaf van deze plechtigheid een omstandig verslag, o.m. vermeldend, dat de bruid het stralende middelpunt was, een lieftallig, vrolijk lachend meisje van 17 jaar, gekleed in een japon van zilverdraad. Ze droeg een kroon die met edelstenen was bezet. In oktober 1790 werd in de kerk het huwelijk voltrokken tussen de erfprins van Brunswijk en prinses Louise van Oranje en Nassau. Zij was een dochter van stadhouder Willem V en prinses Wilhelmina van Pruisen. Holland maakte een zorgelijke tijd door, maar het huwelijk deed die zorgen voor een ogenblik vergeten. Het bracht, volgens een later uitgebracht verslag, de Hagenaren zingend, juichend en schietend (!) de straat op. „De orgel de wijze Wilhelmus aangeheven hebbende, jjklom de predikant Munnikemolen ten predikstoele en de vorstelijke personen traden in de kerk tussen twee rijen halbardiers, welke zich aan de ingang schaarden. De bruidegom en bruid waren in zilverlaken en de prins-stadhouder In goudlaken gekleed, alles rijk met juwelen bezet. H.K.H. insgelijks, en de jonge prinsen van Oranje in hemelsblauw met zilver
en goud, de prins van Nassau Weiburg, alsmede in goudstof, en de prinsen van Nassau Uzingen en Hessen Cassel in hunne generaalsrokken, doch van blauw fluweel. De bruid had een diamantenkroon op 't hoofd en haar lange sleep werd gedragen door vier juffers in zilverstof gekleed en elk geleid door een Capitain. Des nachts, alle gerroodigde vertrokken zijnde, begaven zich de jonge getrouwden op hunnen slaapkamer en lagen daar op een kostelijk ledikant in een pronk nachtgewaad, in tegenwoordigheid der geheele vorstelijke familie en voorname Hofhouding, waarna zij zich ontkleedden en voor goed te bedde begaven." ƒ3000 OP 7 februari 1901 werd door de hofprediker dr. Van der Flier in de Grote Kerk het huwelijk tussen koningin Wilhelmina en prins Hendrik ingezegend. Tevoren was het burgerlijk huwelijk in de witte zaal van het koninklijk paleis in het Noordeinde voltrokken door de minister van justitie, mr. Cort van der Linden, die als ambtenaar van de burgerlijke stand fungeerde. Er bestond voor dit vorstelijk huwelijk een enorme belangstelling bij ons volk. Langs de route, welke de bruidsstoet van het Noordeinde naar de Grote Kerk volgde, was geen plaats vrij. Voor een zitplaats werden fantastische prijzen gevraagd. De etalage van boekhandel Van Stockum aan het Buitenhof bracht niet minder dan drieduizend gulden op, die échter, zoals een verslag meldde, niet in eigen zak werden gestoken, maar — men denke aan het tijdstip van het huwelijk — gestort werden in een fonds, dat zorg droeg voor Zuidafrikaanse weduwen en wezen! Drie weken achtereen was het in Den Haag een daverend feest geweest — de stad was schitterend versierd ondanks alweer zorgelijke tijden van economische aard en van oorlogsdreiging — toen op 7 januari 1937 het huwelijk tussen prinses Juliana en prins Bernhard werd voltrokken. Typisch verschijnsel in een democratischer wordende tijd: de burgerlijke huwelijksvoltrekking geschiedde in de trouwzaal van het oude stadhuis aan de Groenmart, door burgemeester mr. S. J. R. de Monchy. Terwijl in de bruidsdagen honderdduizenden zich naar de residentie hadden begeven om het feest mee te maken en de werkelijk bijzonder mooie versiering en verlichting te bewonderen, was het op de trouwdag zelf aanmerkelijk minder druk dan was verwacht. Er waren langs de route van de bruidsstoet verscheidene grote tribunes gebouwd, plaats biedende aan duizenden, maar vele plaatsen bleven onbezet, niet uit gebrek aan belangstelling, maar omdat de Haagse autoriteiten met het oog op de verwachte belangstelling zodanige ordemaatregelen hacden genomen, dat velen er maar van afzagen zich langs de route op te stellen. De volgende week rijdt opnieuw een koninklijke bruidsstoet door de „koninklijke residentie", die heel wat soberder versierd is dan in 1937 en nog weer democratischer dan in 1937, want nu komt niet eens de gouden koets er aan te pas, die indertijd koningin Wilhelmina, in 1937 haar dochter, prinses Juliana en het vorige jaar nog prinses Beatrix ter huwelijksvoltrekking reed. J. E. VAJN DEK WIELEIN
DE GROTE OF ST. JACOBSKERK Nauw verbonden met Den Haag en Oranje. "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 05-01-1967. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000033845:mpeg21:p003
"Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 05-01-1967. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000033845:mpeg21:p003
(INUEZ. MEDED.-ADVERTENTIE) Westinghouse coffee-maker Ideaal voor kantoren, kantines, juweliers, kappers, showrooms# inrichtingen, etc. Ook een uitkomst voor het grote gezin# verjaardagspartijen en feestjes. typeXHP-70 volgens afbeelding (10 tot 40 koppen) f288.typeXHP-75 met handvat en •schenktuit (10 tot 12 koppen) f 139.50 Altijd 10 tot 40 verse koppen koffie. STULZ-NEDERLAIMD N.V. Stulz-Westinghouse Gebouw Industriecentrum - Amstelveen-Zuid Telefoon 02964-19453 (5 lijnen). Na 19 uur 01723-377 en 02964-12776-30793. Met Westinghouse bent u zeker van uw zaak!
Advertentie. "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 05-01-1967. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000033845:mpeg21:p003
Met 130 miljoen liter ruwe olie in de tanks is gisteravond de Zweedse tanker Sea Spray de Rotterdamse haven binnengelopen. De Sea Spray die aan de vijfde petroleumhaven in Europoort afmeerde, is het grootste schip, dat de Maasstad ooit heeft ontvangen. De Zweed meet 116.250 ton, heeft een lengte van 290 m en een grootste breedte van 45 m. De lading van de mammoettanker kwam uit Koeweit en kan door de Europoortinstallaties in ongeveer twintig uur worden gelost. Het schip, dat eigendom is van de Zweedse reder Salen, kwam op 8 november van het vorig jaar in de vaart.
Rotterdamse haven ontving „grootste schip". "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 05-01-1967. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000033845:mpeg21:p003
De minister van buitenlandse zaken mr. J. M. A. H. Luns, zal van 11 tot 16 januari, op uitnodiging van de regering van Roemenië een bezoek aan dat land brengen. Minister Luns zal, behalve met zijn Roemeense ambtgenoot, ook gesprekken hebben met andere leden van de Roemeense regering.
De minister van buitenlandse zaken. "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 05-01-1967. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000033845:mpeg21:p003
door een onzer redacteuren
HET Joegoslavische persbureau Tanjoeg heeft meegedeeld, dat in 1965 in Joegoslavië in totaal 231 stakingen voorkwamen, waarbij 9000 arbeiders waren betrokken. „De meeste daarvan duurden slechts kort: van een kwartier tot twee uur. De langste duurden tien a veertien uur en in drie gevallen werd gedurende drie dagen gestaakt." Tan joeg geeft een opsomming van een aantal redenen, waarom werd gestaakt. In de grootste automobielfabriek van het land, in Kragujevac, legden de arbeiders het werk gedurende anderhalf uur neer, omdat de bedrijfsleiding een gedeelte van hun extra loon wilde inhouden, dat zij hadden verdiend door bijzondere arbeidsprestaties. „De zaak was snel geregeld. De arbeiders kregen hun zin." De meeste stakingen van 1965 hadden een dergelijke oorzaak, aldus Tanjoeg. In een fabriek voor precisie-werktuigen in Belgrado weigerden de arbeiders hun salaris in ontvangst te nemen. Na enige tijd kon een betere verdeling van de totale som der salarissen worden getroffen. In een gieterij in Mladenovac werd een gehele dag gestaakt, omdat de salarissen van de arbeiders met 10 pet. werden verlaagd, maar die van het administratief
personeel gelijk bleven. De produktie was weliswaar hoog geweest, maar de verkoopresultaten waren tegengevallen, waardoor minder winst was gemaakt. „De arbeiders hadden begrepen, dat mèt de resultaten de lonen omlaag gaan, maar zij vroegen zich verontwaardigd af, hoe dan wel het overige personeel — dat evenveel bleef verdienen — aan zijn verplichtingen had kunnen voldoen," zo schrijft Tanjoeg. Nadat het geschil was bijgelegd, haalden de ^fbeiders de verloren arbeidstijd in. Dit gebeurde in méér fabrieken, volgens Tanjoeg. HET persbureau wijst er op, dat de grondwet het stakingsrecht garandeert. „Sommigen dachten wel, dat onder de huidige omstandigheden, nu de bedrijven zichzelf besturen door middel van arbeidersraden, stakingen overbodig zijn, maar dat wordt anders, wanneer door administratieve maatregelen of door bureaucratie inbreuk wofdt gemaakt op het zelfbestuur. De praktijk is niet altijd in overeenstemming met de theorie. Het arbeiderszelfbestuur betekent beslist geen conflictloos Utopia." Een bij name genoemde arbeider zei tegen Tanjoeg: „Het kan best zijn dat een staking niet het beste middel is om de problemen op te lossen, maar het is een middel dat werkt, terwijl
daarvóór marathonvergaderingen ons geen stap verder hadden gebracht." Vermoedelijk in juni van dit jaar zal een congres worden gehouden van leden van arbeidersraden uit het gehele land. Het vorige congres kwam bijeen in 1957. Speciaal aan de ontevredenheid, ontstaan doordat de beloning van arbeiders soms wordt verlaagd, terwijl die van het kantoorpersoneel gelijk blijft, wil men ditmaal bijzondere aandacht besteden.
HOE zeer het persoonlijk inkomen een punt van discussie is, is in de Joegoslavische republiek Slowenië gebleken. Na een verhit debat, dat acht uur duurde, verwierp het parlement een wetsontwerp, dat de bijdrage van de staat aan de kosten van de sociale voorzieningen wilde verlagen. De arbeiders zouden een evenredig bedrag méér moeten betalen. Zoals bekend, ontstond daarna een unieke situatie voor Oost-Europa: een regeringscrisis. Weliswaar zal het Sloweense kabinet nu toch aanblijven, maar het parlement heeft toch succes gehad: er zal naar een tussenoplossing worden gestreefd. Hoe die moet worden gevonden, is nog een open vraag. De kosten van de sociale verzekeringen zijn méér gestegen dan de staat kan betalen. De communistische partij heeft er min of meer dreigend op gewezen, dat de bedrijven weliswaar zelfstandig zijn geworden, maar dat zij — de
partij — haar invloed op „de socialistische ontwikkeling als geheel" toch niet wil verliezen. Tanjoeg bagatelliseerde de regeringscrisis. „Er is geen sprake van, dat wij daarmee het Westerse parlementaire systeem hebben overgenomen. Zowel de federale regering als die van de afzonderlijke republieken hebben volgens de grondwet van 1963 het recht, zich terug te trekken, als zij niet tot overeenstemming kunnen komen met het parlement." Tanjoeg haalt kritische woorden van een weekblad aan, waarin premier Smole van Slowenië werd verweten, dat hij zich niet méér had ingespannen om het bewuste wetsontwerp door het parlement aangenomen te krijgen, door middel van overreding in plaats van door zijn gezag te laten gelden, zoals hij had geprobeerd.
DE regering in Belgrado verwacht niet, dat de economische ontwikkeling in West-Europa het aantal Joegoslavische „gastarbeiders" aldaar zal doen verminderen. Het aantal Joegoslavische arbeiders in WestEuropa bedraagt thans 300.000. In Belgrado meent men, dat dit cijfer dit jaar nog met 100.000 zal stijgen. In 1966 vertrokken 120.000 arbeiders naar het buitenland, in 1965 70.000. De Joegoslavische regering tracht deze tijdelijke emigratie, die veel deviezen oplevert, nog te vergemakkelijken. Een wetsontwerp is opgesteld dat iedere beperking op de emigratie wil afschaffen. Wel dringt het Joegoslavische vakverbond er sterk op aan, dat de emigranten zich zullen aansluiten bij de vakbond in het land, waar zij gaan werken.
IN 1965 Ruim 200 stakingen in Joegoslavië. "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 05-01-1967. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000033845:mpeg21:p003
da subliem* vlerlagen-houfspaanplaaf aen f product
Advertentie. "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 05-01-1967. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000033845:mpeg21:p003
Brandend maagzuur? Renniesfl helpen direkt!
Advertentie. "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 05-01-1967. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000033845:mpeg21:p003
NAAR aanleiding van hetgeen da heer Reijgwart op 22 december over Bevoorrecht schrijft zou ik willen opmerken, dat het eigenlijk van weinig belang is op welk bedrag men wordt gepensioneerd. Veel interessanter is het om na te gaan hoe de grootte van het pensioenbedrag zich ontwikkelt tijdens de duur van het pensioen. Het pensioenbedrag dat een ambtenaar ontvangt wordt van tijd tot tijd opgetrokken. Hoe is dat bij een employé? Ik heb daarvan nooit iets gemerkt. Volgend voorbeeld is uit de praktijk: Employés, salaris 1951 ia ƒ 9.600 werd 1 januari 1952 gepensioneerd. Hij ontving het bij zijn onderneming toen geldende maximale pensioen van ƒ 2.400 per jaar. Dat heeft hij nu, dus na 15 jaar, nog onveranderd. Ook in de toekomst zal er geen cent bijkomen. De uitkering AOW (1966 ƒ 2.977,38) mag hij voor 100 pet. behouden. Mijn vraag is nu: Hoeveel pensioen zou een ambtenaar thans genieten, indien hij op 1 januari 1952 met ƒ 2.400 pensioen was gegaan? Als wij dit weten kan wellicht worden nagegaan of er al dan niet sprake is van bevoorrecht zijn. B u s s u m W.
LEZERS vragen het woord Bevoorrecht (V). "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 05-01-1967. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000033845:mpeg21:p003
MET een bedrijfspensioen in het zorglijk vooruitzicht, protesteer ik tegen het zonder commentaar opnemen van een ingezonden stuk als dat van de heer Reijgwart. Het raakt kant noch wal en getuigt van het in ambtelijke kringen veelvuldig voorkomende gebrek aan inzicht in de uit premies opgebouwde particuliere pensioenen, die in ontwaarde guldens worden uitbetaald en tevens van een volkomen gemis aan enig besef van eigen bevoorrechte positie. Inmiddels mijn compliment aan de heer Strookman. Den Helder B. A. STRANG Sr.
Bevoorrecht (VI). "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 05-01-1967. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000033845:mpeg21:p003
DE echtgenote van partijleider Mao Tse-toeng heeft verklaard, dat dé echtgenote van president Lioe Tsjao-tsji een prostituée is. Dat wil niet zeggen, dat men alle verschijnselen, die de nog steeds voortdurende acties van de Rode Garde begeleiden, kan afdoen als een buurvrouwenruzie van zeer laag allooi. Er blijkt eerder uit, dat alle middelen worden aangegrepen om de kritiek op het staatshoofd zelf te verzwaren. Vandaag meldt een orgaan van de Rode Garde, dat Mao in 1958 niet uit eigen beweging is afgetreden als staatshoofd, maar dat hij daartoe door Lioe werd gedwongen. Deze zou gebruik hebben gemaakt van de toen heersende ontevredenheid over Mao's Grote Sprong Voorwaarts. Thans wil Mao blijkbaar terugslaan en opnieuw rijst de vraag, of hij misschien andermaal een economische „sprong" in de zin heeft. Toch lijkt dit nog steeds tamelijk onwaarschijnlijk. Ondanks de „culturele revolutie" is de invloed van de pragmatici op economisch gebied nog groot. Zij blijven voorstander van een geleidelijke ontwikkeling in industrie en landbouw. Twee maanden geleden wees het Volksdagblad er al op, dat de Rode Garde een ongestoorde voortgang in de economie niet in gevaar mag brengen. Uit een vertaling van dit artikel, thans gepubliceerd door de Neue Zürcher Zeitung, blijkt dat in dit opzicht duidelijke taal wordt gesproken: „De culturele revolutie moet in de ondernemingen worden doorgevoerd buiten de arbeidstijd. De werkplaatsen mogen gedurende de werktijd niet worden verlaten." ENKELE dagen geleden werd gemeld, dat de vakbeweging in China totaal zal worden gereorganiseerd. Dit duidt op een nieuwe indoctrinatie van de arbeiders, waaraan de Rode Garde geen deel heeft. In genoemd artikel van het Volksdagblad werd tevens gemeld, dat „arbeiders en boeren zelf hun revolutie wel kunnen uitvoeren". De laatste tijd heeft Peking hoog opgegeven van nieuwe produktieresultaten, die aanzienlijk boven die van een jaar geleden liggen. Zij zijn, volgens deze mededeling, een gevolg van de ernstige studie, die de arbeiders hebben gemaakt van Mao's theorieën. Het regime heeft dus geen reden om ontevreden te zijn óver de werkende bevolking. De arbeiders worden gespaard in het belang van de produktie. Toch staat de economie er misschien niet zo gunstig voor als Peking wel beweert en het is heel goed mogelijk, dat zij op de lange duur toch de last van de culturele revolutie zal gaan voelen. Het onderwijs staat vrijwel stil en dit moet gevolgen hebben voor de opiel4big van jonge technische krachten. Op de regeringsbureaus zijn vele ambtenaren vervangen. Hun opvolgers missen nog ervaring en Westelijke zakenlieden hebben al geconstateerd, dat
daardoor vertragingen van allerlei aard ontstaan in de handel met het buitenland. Ook gaan er minder buitenlandse toeristen naar China en personeel van de Pakistaanse luchtvaartmaatschappij, die tegenwoordig een dienst op Kanton onderhoudt, verklaarde dat minder' Chinezen naar het buitenland reizen.
A LS deze tendens zich voortzet, * dan mag men verwachten, dat de culturele revolutie zal worden afgezwakt. De Chinezen hebben steeds een open oog gehad voor de belangen van hun economie en hun export. Om deze te behartigen, gingen zij vaak zeer ondogmatisch te werk. Het jongste bewijs daarvan is, dat zij hebben ingestemd met bepaalde tegemoetkomingen van Portugese zijde betreffende Macao. Aan het bestaan van twee kolonies op hun grondgebied, Hongkong en Macao, willen zij voorlopig geen einde maken. Het voortbestaan daarvan is volkomen in strijd met Mao's revolutie, maar spekt de staatskas. Tal van industrieën zijn, volgens de officiële mededeling, overgegaan tot modernisering van hun uitrusting en de landbouw, die de hoogste prioriteit behoudt, heeft ondanks het slechte weer een record-oogst geboekt. Het laatste was het gevolg van een verhoogd gebruik van kunstmest en irrigatiemethoden. De Chinezen tonen in de praktijk een heel wat grotere soepelheid dan de Oosteuropese communisten. Zonder veel ophef passen zij zich aan aan de behoeften van het moment. In Oost-Europa is dat slechts mogelijk met breed aangekondigde „hervormingen". De dogmatici in Peking hebben het dan ook moeilijk. De „culturele revolutie" zal het wel niet halen.
PEKINGS PRAGMATICI. "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 05-01-1967. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000033845:mpeg21:p003
Wetnouder F. de Jonge van de gemeente Scherpenzeel heeft in zijn bord karnemelksepap een halve muis aangetroffen. De andere helft van het diertje bleek nog in de fles te zitten. Volgens de directeur van de coöperatieve melkfabriek De Vooruitgang te Woudenberg, de heer H. J. Reuzink, is de muis meegekomen met de lege fles die in de fabriek is gearriveerd. „De arbeider die de spoelmachine bedient, heeft onvoldoende opgelet," zo luidde zijn commentaar gisteravond. De heer Reusink gaf de verzekering dat heit dier niet tijdens de produktie in de pap is terechtgekomen. Inmiddels hebben ook ambtenaren van de keuringsdienst van waren de melkfabriek bezocht met de bedoeling een en ander te controleren.
Wethouder vond muis in pap. "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 05-01-1967. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000033845:mpeg21:p003