Als het bos slechts paden had zoals in de figuur:
dan kan men. zoals gemakkelijk is na te gaan. op zes verschillende manieren alle paden éénmaal bewandelen. Ofwel om van C naar D te komen (een cirkel met een de cirkel snijdend pad) zijn zes manieren mogelijk. Dat geldt voor iedere cirkel met snijdend pad. Het padenstelsel van de heer De Ronde telt 7 cirkels, ieder met een snijdend pad, zodat het aantal manieren 6 in de 7e macht, dus 279936 is.
OPLOSSING BREINBREKER. "NRC Handelsblad". Rotterdam, 21-10-1978. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000026277:mpeg21:p031
"NRC Handelsblad". Rotterdam, 21-10-1978. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000026277:mpeg21:p031
Andreas Kuyken
De enige partij die me totnogtoe uit Arco bereikte is de overwinning van Gantwarg op Nimbi. Naar gewoonte schuift de Congolees maar wat lusteloos langs de randen - er is geen sprake van enig strategisch beleid in zijn spel dat voornamelijk gericht is op vereenvoudigen, ruilen, zetjes en de begeerde remise. Gelukkig slaagt de Russische kampioen volledig in zijn opzet en vaagt Fidéle van het bord. GANTWARG-NIMBI. WK halve finale, Arco 4 oktober 1978. 1. 34-30 17-21 2. 40-34 21-26 3. 45-40 11-17 4. 50-45 6-11 5. 32-28 18-23 6. 30-24 23 x 32 7. 37 x 28 20 X 29 8. 33 x 24 26 x 37 9. 41x32 19 x 30 10. 35 x 24 16-21 11. 36-31 21-26 12. 39-33 26 x 37 13. 42 x 31 14-19 14. 34-30 12-18 15. 43-39 11-16 16. 46 -41 10-14 17. 41-37 7-12 18. 49-43 2-7 19. 48-42 17-21 20. 40- 35 14- 20 21. 45-40 20 x 29 22. 33 X 24 5 -10 23. 39-33 10-14 24. 43- 39 1-6 25. 31-27 7-11 26. 40- 34 12-17 27. 34-29 8-12 28. 30-25 19 x 30 29. 35 x 24 14-19 30. 24- 20 15 X 24 31. 29 x 20 9-14 32. 20 x 9 3x14 33. 33-29 21 -26 34. 25-20 14 x 25 35. 28-22 17 X 28 36. 32x 14 11-17 37. 38-32 6-11 38. 32-28 4-9 39. 14 X 3 17-21 40. 3 x 6 21x43 41. 44- 39 43 X 34 42. 6-1 18-22 43. 1x40 25-30 44. 40-1 30-35 45. 1-6 13-18 46.6 X 44 18-23 47. 42-38 23-29 48. 44-6 (dreigt een twee-om-twee met oppooitie) 16-21 49.6-1 29-33 50.38 x 29 35-40 51. 1-6 en zwart geeft het op. Zal wereldkampioen Harm Wiersma zijn titel verdedigen? Men blijkt hier omtrent nog steeds in het donker te tasten. Zie hierj een van zijn meest befaamde omsingelingspartijen! Om in het kampioenschap van Friesland 1967(!) de titel te veroveren, moest Harm in de laatste ronde van de nog ongeslagen Oebele Hoekstra winnen. Het werd een juweel, in technisch, sportief, creatief en analytisch opzicht. HOEKSTRA-WIERSMA, K. v. Friesland, Leeuwarden, 16 september 1967. 1. 32-28 20-24 2. 37-32 14-20 3. 41-37 10-14 4. 34-29 18-23 5. 29 x 18 12 x 23 6. 39-34 7-12 7. 34-29 23 X 34 8. 40 x 29 24-30 9. 35 x 24 19x30 10. 4 3-39 5-10 11. 31-27 20-25 12. 46-41 17-21 13. 36-31 21-26 14. 41-36 15-20 15.49-43 30-35 16.39-34 A 13-19 17.43-39 9-13 18. 45-40 3-9 19. 50-45 1 3-19 20. 29-23 24 -30 21. 27-22 B 12-17 22. 31-27 13-19 23. 33 -29 17-21 C 24. 28 -33 10-15 D 25. 42-38?
8-12! E 26. 36-31? 12-17! 27. 47-41 F 19-24 28.48-43 2-8 29.23-18 8-13 30.41-36
30.... 4—10!!! Waarom niet "gewoon" 30 1-7 31. 29-23 en 24-29 32. 33 x 24 20 x 29? Dan faalt 33. 18-12? op de kombinatie (7x 1817x8 11-17! 16x7-11 8-12 13x42 26x19) met twee schijven winst. Maar wit offert vrijwillig twee stukken door 33. 23-19!! 14x12 34. 34 x 23 13-18 35. 22x13 9 x 29 36. 39-33!!! en zwart heeft geen enkel geschikt tempo!! 31. 29-23 24-29 32. 33 x 24 20 x 29 33. 23-19 14x12 34. 34 x 23 12-18 35. 23x12 17 x 8 3& 38-33 10-14 37. 40-34 14- 20 38. 34-29 20-24 39. 29 x 20 15 x 24 40. 43-38? 13-19 41. 45 -40 9-14 42. 40-34 14-20! 43. 22-18 8-12 44. 18 x 7 1X12 45. 28-22 12-18 46. 22x13 19 x8 47. 27-22 21-27 48. 32 x 21 26 x 28! 49. 33x22 24-29 ! 50. 34x23 30-34 en wit gaf zich gewonnen. De annotaties zijn eveneens van Harm. A) Op 14-19 kan 27-21! B) Moeilijke beslissing: op 13-19 volgt 22-18. C) Er dreigde 29-24 én 27-21. D) Even afwachten. Met zijn volgende twee zetten ontneemt wit zich alle spelvrijheid. Aangewezen was op de 25ste zet 37-31. Wits 26ste zet leidt tot schijf verlies. Eveneens ontoereikend is 26. 22-18 wegens 12-17!! 27. 27-22* en de manoeuvre 19-24, 9-13 14x3. Beter is 26. 47-42 en S^-Sl, al blijven de kansen m.i. aan zwart. E) Maar niet de schabloneachtige voortzetting 8-13? Men zie: 25. ... 8-13? 26. 36-31 2-8 Verhindert 27. 22-18 13x22, 27x18 door 8-13, 18-12 en nu niet 11-17? wegens dam. doch 13—18—22!t27. 47-41 1-7 of? 28. 41-36 19-24 29. 23-19 14 X 23 30.28X19 4-10! Om op 31. 48-42 of 43. 9-14!! te doen met schijfwinst, bijv. 44. 22-17 of? 11x22, 27 x9 24 x 4+! 31. 29-23*! en nu moet 31. ... 10-14, want op 9-14 volgt 34-29! F) Na 27. 23-18 loopt wit vast via 19-24, 29-23 24-29!, 33 x 24 20 x 29, 48-42* 15- 20. 38-33 29 x 38, 42 x 33 2-8, 33-29 8-13, 47-42 4-10,42-38 10-15, 38-33 1-7 enz. Het notedopje van vorige week; wit schijven op 27 29 32 34 37 40 dam op 15 - zwart schijven op 7 8 18 19 en twee dammen op 16 en 48; belandt via 1 34-30! 48 x 22 2. 29 -23!!! 16x24 en 3. 15x 13 in het vermaarde "vierkantje van Van der Meer".
De nieuwe opgave:
Wit begint en wint!
AMMEN. "NRC Handelsblad". Rotterdam, 21-10-1978. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000026277:mpeg21:p031
E doorH. Besselaar lk deel van ons land heeft zo zijn eigen bekoring, door natuurlijke omstandigheden en historische factoren bepaald. Moderne toevoegsels, die als gevolg van uniforme richtlijnen overal eenzelfde lelijkheid vertonen, hebben wel wat schdde aangericht - toch blijft er genoeg moois en merkwaardigs over om blijde verrassingen te ondergaan. Onlangs waren wij met een groot gezelschap begunstigers van de Nederlandse Kastelenstichting in Noord-Brabant. De 22ste kastelendag van de NKS werd (op twee achtereenvolgende zaterdagen) in Gemert gehouden. In dat vriendelijke stedeke aan de westrand van de Peel, staat een slot dat eens een 'commanderij' van de Teutoonse (zeg maar: Duitse) Orde was: u weet, dat middeleeuwse genootschap uit omstreeks 1200, gevormd door kruisridders met een tweeledig oogmerk: geloofsverdediging en armenzorg. Van het oudste Gemertse kasteel is weinig oorspronkelijks meer over. In later eeuwen werd er veel bijgebouwd en lang niet altijd even fraai. Tegenwoordig doet het complex dienst als klooster voor missiepaters. De meeste van zulke religieuze instellingen in ons Zuiden
mogen bepaald niet tot voortbrengselen van schone bouwkunst gerekend worden. Integendeel: het zijn vaak miserabele kazernes met levenloze vensterrijen en akelige neogotische sinte-nisjes. Maar het kasteel van Gemert heeft enkele bijzondere attracties en wij kregen alle gelegenheid om de daar doorgebrachte uren als onvergetelijk aan te merken. Allereerst die reis erheen. Van het station Den Bosch per toerbus langs de oude stadswallen met hun kanonnetjes en het weids uitzicht op Bossche Broek en Vught, eerbiedwaardig diep landschap dat herinnert aan historische belegeringstaferelen. Dat Brabants hoofdstad ook al door de wolkenkrabziekte is aangetast, mag niet zo heel erg hinderen, want de 'uitschieters' zijn op respectabele afstand van de Janskathedraal geplaatst. Eenmaal voorbij het kruispunt van de grote verkeersringbaan, kwamen we op de weg langs de Zuid-Willemsvaart, tientallen kilometers lang - maar geen moment vervelend. Altijd weer valt op, hoe mooi die oude Nederlandse kanalen zijn: het Apeldoornse, het Merwede- en het Noordhollands Kanaal, stuk voor stuk kostelijke watergangen van horizon tot horizon. De ZuidWillemsvaart is een eindeloosprachtige spiegel van het Brabantse
coulissenlandschap met decoratieve bomenrijen. Vooral nü, in het herfstlicht, aangrijpend teder van tint en doorzichtigheid. Als plechtige dichtregels zo komen die alleeen van canadassen op ons af, met telkens een miniatuurtje van een kerkdorp, een sluisbuurt met schepen of een sprookjesachtige bosschage. Bij Beek en Donk verlieten we de kanaalweg om linksaf Gemert te bereiken. Het kasteelklooster van Gemert ligt aan een romantische bomenlaan en is omringd door een gracht. Er zijn twee toegangspoortjes. Naast het tweede, uit 1548, rijst het zgn. hoekpaviljoen op, een donjon uit 1600 met een traptoren en statige trapgevels tussen uitgekraagde hoektorentjes. Boven de toegangsdeur tot de traptoren is een wapenkruis met het jaartal 1763 en de letters S GIG (afkorting van de spreuk So Goet is Got). De donjon - trouwens de hele entree tot het kasteel - is wel de voornaamste bezienswaardigheid. Hoofdzaak van het bezoek was echter de bijeenkomst in de aula van de nieuwere vleugel (op oude fundamenten) waar het NKS-gezelschap naar twee belangwekkende causerieën luisterde. Dr. J. G. N. Renaud uit Amersfoort sprak, bij lichtbeelden, over de voornaamste Noordbrabantse kastelen; en zuster Elizabeth Janssens, priorin van de Norbertinessengemeenschap St. Catharinadal, vertelde over het leven van nonnen (vooral over het artistieke werk dat zij verrichten o.m. met de restauratie van kostbare antieke boekwerken) in het beeldschone Oosterhoutse slotje De Blauwe Camer. Tussen beide inleidingen was er alle gelegenheid, de rest van Gemerts kasteel te bekijken: het 18de eeuwse hoofdgebouw - dat Limburgs aandoet - en het moderne kapelletje, de vroom gewelfde keukenkelders, een rijkversierde gietijzeren wenteltrap. Verrassing bracht een groepje heren van het Gemertse schuttersgilde in traditionele gilde-costuums: met zwierige hoeden, witte kousen, kniebroeken, zilveren gilde-schilden, -staven en vaandels. Op het grastapijt van het grote middenplein gaven zij een nummertje vendelzwaaien weg. Terwijl de trommels werden geroerd - grandioze hartslag van een tot nieuw leven geroepen oude tijd - begon dat edele spel met de vlag: drie vaandels die glad door de lucht streken zonder de grond te raken, volgens voorschrift van eeuwen her. Hoog boven het hoofd, rondom het middel, onder langs de enkels van de man die met zekere hand de vendelstok dirigeert, in plechtige ernst. Het grote vierkante doek met het donkere kruis, het hartschild en daarop een zwarte adelaar in 't midden: Gemerts gemeentewapen. Het rimpelend ruisen van het doek en het roffelen van de trom - deze twee geluiden vormden samen in die Brabantse binnenhof mirakuleuze muziek, een alles beheersende gedenckclanck zo-een die ergens diep in je binnenste het besef oproept van wat eigenlijk een vlag of vaandel waard is. En eerbied voor de bedrevenheid en de discipline, die nodig zijn om dit symbolische eerbetoon glad uit te voeren. Dankbaar applaus barstte los, toen het groepje gildelieden in vol ornaat, met een dapper stappend leerlingetje in hun midden, door de kasteelpoortjes wegmarcheerde de bomenlaan in. Zo'n Brabantse dag doet deugd, dat is zeker.
EEN DAGJE BRABANT. "NRC Handelsblad". Rotterdam, 21-10-1978. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000026277:mpeg21:p031
C. Orbaan
De wedstrijd om het kampioenschap van Engeland in augusjl. telde 44 deelnemers, die ronden "Zwitsers" speelden, drie Engelse grootmeesters Miles, Keene en Stean - konden wegens verplichtingen elders niet deelnemen en ook kandidaat-grootmeester Hartton schitterde door afwezigheid. De titel ging nu naar John geelman, een jonge FIDEJ^eester, die als veelbelovend te wek staat. Het dertienjarige wonderkind" Nigel Short deelnf met , ac ' lt anderen de tiende Paats in het eindklassement, van hem zullen we in de 'komst hoogstwaarschijnlijk n °g veel horen Hieronder een goede winst JJ n de nieuwe Engelse titelu der in de achtste ronde. TeS nstander Cooper werd daaror van de leidersplaats verrir°Ü? en en hij eindigde als geelde zesde. 't: Speelman ^art: Cooper °nings-indische verdediging 3 Pm 04 Pg8_f6 * Pe 1 -" g7 - g6 • Lf8-g7 4. e2—e4 d7-d6 ft' n « 4 0-0 6 - Lfl-e2 e7-e5 7. Pb8-d7 8. TfX-el c7-c6 9. (Vf: f l a7 - a5 10 - Tal-bl Pf6-g4 nop ï r aan b e g in t zwart vrf gekunsteld te manoeua ,® ren ) XI. d4-d5 c6-c5 12. telT ■ ^£ 8 -h8 (Zie vorige aana |. etlln g. Zwart wil kennelijk h2 v.o maar afwachten.) 13. Tas p S4-h6 14. Pc3-b5 15. b2-b4 a3xb4 16.
a3xb4 f7—f6 17. Lcl-e3 Ph6-f7 18. Ddl-c2 Lg7-h6 19. Le3xh6 Pf7xh6 20. Pf3-d2 Ph6-f7 21. Lfl-e2 c5xb4 22. Pb5xd6 (Een fraai positioneel offer. Na Txd6, c5, Ta6, Lxa6, bxa6 zou wit twee stukken tegen een oren hebben geofferd, maar zijn verbonden vrijpionnen zijn zeer sterk.), Pf7 x d6 23. c4-c5 Pd7 x c5 (Het is wel te begrijpen, dat zwart niet op de transactie ingaat maar zijn stelling blijft ook na deze afwikkeling inferieur). 24. Dc2xc5 Ta6-a2 25. Dc5xb4 f6-f5 (Eindelijk actie maar na zijn positionele toont de witspeler nu ook zijn tactische kwaliteiten.) 26. Db4—c3 f5x e4 27. Dc3xe5f Dd8—f6 28. De5xf6f Tf8xf6 29. Pd2xe4! Pd6xe4 30. Le2-c4 Ta2 x f2 31. Tel x e4 (Ondanks de vereenvoudigingen is wit beslissend in het voordeel. Zijn d-pion is sterk en de slechte zwarte loper is gebonden aan de dekking van b7.), Kh8-g7 32. Te4-e7f Kg7-h6 (Tf7, d6!) 33. Te7—c7 Tf2—c2 34. Tc7xc8 Tf6-f4 35. Tbl-b4 b7-b5 (Hierop kan zwart nog hebben gehoopt maar wits vrijpion beslist.) 36. d5-d6 Tf4-d4 37. Lc4-e6! (Waarna wit een stuk meer houdt.) Zwart geeft het op. "PROBLEEM" VOOR SCHAKERS De opgave van de vorige keer hoe wint wit? - zag er zo uit:
In deze partijstand (Steciuk - Chroboest, SU 1977) volgde: 1. b4-b5! a6xb5 (Lxb5, Pxb5, axb5, a6 of Kd7, b6 met winst, bijvoorbeeld Lg2, Pe2 en Pd4.) 2. a5-a6 b5—b4 (Eenvoudig is Lg2, Pxb5 of Kd7, a7, Lg2, Pxb5.) 3. Pc3-d5f. (De pointe van het geheel: de diagonaal a8-hl wordt in elk geval verstopt, zodat de a-pion promoveert.) Zwart gaf het op. De nieuwe opgave:
Hoe wint wit geforceerd? Oplossing in de volgende rubriek.
SCHAKIN. "NRC Handelsblad". Rotterdam, 21-10-1978. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000026277:mpeg21:p031
Maarten Boon e.a.: Stille plekjes achter de Poort. Rondgang langs Groninger gasthuizen. Uitgeverij Holmesterland B.V. Prijs: ƒ 25,— S. J. van der Molen: Stinzen, Borgen en Havezaten. Uitgeverij De Walburg Pers. Prijs: ƒ 35,-Bijzonder
aardig onderwerp voor een platenboek: de hofjes ofwel gasthuizen in Groningen-stad. Hoeveel het er wel zijn? We dachten, de herinnering raadplegend, een stuk of acht, maar het blijken er viermaal zoveel te zijn. In het pas-verschenen oblong-boek ligt een (gedeeltelijk ingevulde) stadsplattegrond, waarop ze alle 32 staan aangegeven: zwarte stippen in de stratendoolhof. Ze schijnen vooral geconcentreerd in ,de wijk tussen Noorderhaven en Noorderplantsoen, waar de vreemdelingin-Groningen niet zo gauw komt. In de oude binnenstad behoren tot de meest bekende het Heilige Geestgasthuis aan de Pelsterstraat (de meeste mensen kennen het als het Pelstergasthuis), dan het St. Anthonygasthuis aan de Rademarkt en het Geertruidsgastfhuis aan de Peperstraat. Ook het Aduarder gasthuis aan de Munnekeholm; het Armhuiszittend Convent vlak bij de A-kerk, het Mepschen- of St. Annegasthuis in de Oude Kijk in 't Jatstraat en een stuk of wat hofjes in de Visserstraat en het daarachter gelegen Gasthuisstraatje - dit zijn dan bij elkander de acht, die wij kennen. Het zijn ook de oudste (van de 15de tot de 17de eeuw), maar in het interessante nieuwe boek over die oorden van stilte achter vaak onopvallende poortjes worden adressen opgegeven, die zeker tot nieuwe tochten door het stratenlabyrint van Groningen animeren.
Wij kunnen ons maar al te goed voorstellen, met hoeveel plezier de samenstellers van dit boek hebben gewerkt om van al die gasthuizen met suizend-stille binnenhofjes en binnenkamers alle mogelijke dingen te weten te komen: de officiële geschiedenis, de 'petites histoires', de buiten- en de binnenkant, de zij- en achterkant, alles en alles. Het is volstrekt geen schitterend foto- of tekeningenboek geworden; dat was ook stellig de bedoeling niet. Het ging erom, nu eens volledig te zijn bij het registreren van een verzameling stadsbezit, waaromtrent nog zo weinig in den lande bekend is. Wie de naam Groningen hoort, denkt aan de Martinitoren en de Grote Markt, aan Herestraat en Zuiderdiep - nu ja, een enkel hofje van 't voorbijgaan: een rijtje vensters, een leuke ouderwetse deur, een poortje met een wapen erin gebeeldhouwd met een glansje kleur erop. Maar voortaan gaan we letten op het Juffer Tette Alberdagasthuis (1658) aan het Nieuwe Kerkhof, op het Jan Luitjes- of Jannes Baroldingsgasthuis (1591) aan de Noorderbinnensingel, aan het Pieternellagasthuis aan de
Grote Leliestraat en het Vrouw Wilsoors of Aafien Olthofsgasthuis aan Kattenhage sinds 1740. Of, waarom niet, aan de Maria Elisabeth Linhoffstichting uit 1944 en het Gasthuis voor de Werkende Stand uit 1930 - hoe bestaat het? 'Mooi bouk', mogen we mèt de Grönnegers zeggen. Kort geleden werd het tweede boek van de Noordererf-serie (nr. 1 handelde over klokkestoelen) door de uitgever feestelijk overhandigd aan de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Kastelenstichting, jhr. C. van Eysinga, in de Epemastate te IJsbrechtum onder de rook van Sneek. De Friesland-kenner bij uitnemendheid, S. J. van der Molen, heeft in dit nieuwe werk een overzicht gegeven van wat de toerist in de noordelijke provincies van ons land aan kastelen te zien krijgt. De naam kasteel komt er eigenlijk niet «voor. De Friezen spreken van staten of stinzen (stenen huizen), de Groningers kennen alleen borgen, de Drenten (en noord-Overijselaars) hebben hun havezaten. Meestal zijn het voorname woonsteeën, lang niet altijd van adellijke kom-af, maar wèl historisch en dikwijls architectonisch interessant: en sommige zijn in de loop der tijden zó veranderd, dat alleen nog maar aan fragmenten (of fundamenten) gezien kan worden hoe ze oorspronkelijk waren. De fotograaf Paul Vogt heeft mooi werk geleverd. Niet alleen de oude behuizingen hadden zijn belangstelling; ook een fraaie bomenlaan en zelfs enkele exemplaren van de bijzondere stinze-flora maken deel uit van de grote verzameling afbeeldingen. De schrijver Van der Molen heeft elke stins, borg en havezate in 't kort (maar toch volledig) beschreven. Een kaart en een vrij uitvoerige literatuuropgaaf voltooien het werk. Binnenkort krijgt de Noordererfserie nog een vervolg: boerderijen en molens. Toe maar! H. Besselaar.
3 W> s '3 C %
VAN HET NOORDERERF. "NRC Handelsblad". Rotterdam, 21-10-1978. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000026277:mpeg21:p031
Horizontaal: 3. Voorbereidend bezoek (7) 6. Aantrekkelijk mens (11) 8. Die klier geeft een receptie (5) 11. Schadelijke herhaling (8) 12. Kantloos (7) 13. Loyale schrijver (10) 14. Ruwe handen (5) 15. Die kinderen groeien als kool (8) 16. Kleiner dan 1 (6)
Verticaal: 1. Over die ingewanden kan men strijken (11) 2. Dit gebied biedt toekomst (8) 4. Naar één verdwijnpunt kijken (8) 5. Zeer blank meisje (11) 7. Extra-werktijd (9) 9. Dat voorrecht is niet zo slim (6) 10. Doorzichtige weefsels (6) 13. Dat zijn de vruchten van een verkeerd uitgevallen jas (7) Onder de inzenders van een goede oplossing worden drie prijzen (ƒ 25, ƒ 10 en ƒ 10) verloot. Oplossingen - per briefkaart - moeten uiterlijk a.s.
donderdag in het bezit zijn van de redactie van het Z-bijvoegsel (postbus 3372, 1001 AD, Amsterdam). In de linker bovenhoek op de adreszijde vermelden: Scryptogram. Oplossing Scryptogram van 14 oktober Horizontaal: 3. trektocht; 6. afbraakprijs; 8. smaldeel; 10. tegen; 11. bikini; 12. uil; 13. adder; 14. heren; 15. tomaat; 16. tarra; 18. sferen; 19. eenspan. Verticaal: 1. weerberichten; 2. strijkgoed; 3. tafeldienaar; 4. twaalfuurtje; 5. capitulanten; 7. onderdaan; 9. muilkorf; 17. rap. De prijzen zijn toegekend aan: Mevr. J. Gelderman, Oostsingel 55, Schiedam (ƒ25.-); mevr. G. E. Reitsma, Ameidestraat 17c, Rotterdam (ƒ 10.-), en rïiej. R. I. M. van Êaake, Delistraat 31, Nijmegen (ƒ 10.-).
SCRYPTOGRAM. "NRC Handelsblad". Rotterdam, 21-10-1978. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000026277:mpeg21:p031