J E BUS naar de fabriek g stopte elke morgen in rasov, een grauwe stad in de Karde u Geamuseerd aanschouwde : chauffeur het tafereel dat vervol- Ij "s ontstond wanneer honderden eiders verwoede pogingen onkarnen een Plaats te bemachti- £n- Dat lukte er hooguit vijftig, de *st moest te voet. Vijftien kilomeier ver.
ly " va.n de arbeiders heette lon „ flac- Hij was veertien jaar en had „'.de school verlaten, omdat er 'u's brood op tafel diende te ko. n- 'Je moest vechten om op die "■> te komen. Als je snel of gehaaid Anri8 Was' miste 'e hem nooit en i moest 'e twee uur eerder op lopen', deed de Roemeen deze wier het Engelse dagblad The «»y Telegraph geloven. 'Of ik ooit , °est lopen? Nee, nooit. Niet een Ke!,r m vijf jaar.' 9 'eBenwoordig begeeft Tiriac, van zichl,-1-939' sterrenbeeld Stier dus, n bij voorkeur per privéjet of in „,",Van de vele, bovenmodale autooielen die hij verzamelt. Maar .8 altijd mist hij de bus zelden. Als ! >eens gebeurt, kan hij zich een I'«ge klant tonen. Dat bleek on«lef h to6n Boris Becker de banden ld nem verbrak na een samenwerduu h 6en decenmum heeft geces ï 6n die algemeen tot de suc, olste in de tennissport wordt Deschouwd. l e.cker, beland op een tweespoor zijnT carrière. heeft het stuur van er[ .trolley een flinke zwaai gegeven B 'n de richting gedreven van de D 'erse jurist Axel Meyer-Wölden. fen h°rdt §eacht binnen enkele ja'eu ti!vertrek vande Duitsevedetber ,et tenniscircuit te gaan voortij ƒ'. r:- Tiriac echter staat nog al- Eelri- 'de halte- En hi) ze%l een de' 8 kaartJe te hebben. Pas op 31 Zou"1-6r 1996> zoals contractueel d ,zi]n vastgelegd, beschouwt hij Vl' als beëindigd. toene ~.'s. begon tien jaar geleden, lja . Tiriac een fanatiek, rossig lja S)e zag ploeteren op de tennisje" peen supertalent, maar wel heiff" met lef en onverzettelijkmep 'n het bloed. Het oog van de lijk nerkende in hem onmiddel(je en groot kampioen. Tiriac durfdee 6 80l<-wel aan en besloot een 'n rlVan Zn kaP'taa' te investeren Lei e slungelachtige zoon van de ker ense architect Karl-Hein Bec-
tiaa t" verklaarden hem voor gek, 1"30 wist wat nii deed- Nie" Ven 11 e^de hem iets over tennis te op •? n- 'Als er een gebied is waarken ■me wat inbeeld, is het mijn dat Van tennis. Ik accepteer niet te ertland denkt meer over tennis een 6ten an ik- Ik ben misschien goede manager, ik heb het geluk een goede zakenman te zijn, ik was zeker geen slechte tennisser, maar als trainer beschouw ik mezelf als perfect. Van Nastase tot Leconte, Panatta, Becker, Vilas, met wie ik me ook bezighield, ik heb goed werk geleverd.'
op Roland Garros in 1970 als hoogtepunt.
Tiriac had zijn wereld gevonden. Hij zou het tennis nooit verlaten. Samen met de naar Duitsland uitgeweken Roemeense trainer Günther Bosch plaveide hij in de jaren tachtig de weg die Becker naar de top moest brengen. Veel sneller dan verwacht legde de jonge durfal het traject af. Op zeventienjarige leeftijd, de jeugdpuistjes nog niet ontgroeid, liet hij zich kronen tot Wimbledon-kampioen. Daarmee ontketende hij in het economische sterke Duitsland een ware tennisboom. Tiriac had met Becker een fortuin aangeboord.
In de kracht van zijn leven bediende Tiriac zelf het racket eveneens verdienstelijk. Na een succesvolle carrière als ijshockeyer, die hem als Roemeens international langs twee Olympische Spelen en zeven wereldkampioenschappen bracht, stortte hij zich op tennis. Met Ilie Nastase, de man die de tennisrebellie zo ongeveer heeft uitgevonden, vormde hij een berucht koppel. Ze behaalden zowel in Davis Cup als in Grand Slam-toernooien menig succes, met de dubbeltitel en manager alleen. De Roemeen ontpopte zich als vertrouwenspersoon, leermeester en vriend van de teenager, die zo groen was als het gras waarop hij als tennisser werd geboren. 'Voordat ik bij Tiriac kwam, wist ik niet eens hoe ik een stropdas moest strikken', zei Becker ooit.
Dank zij de successen en de uitstraling van zijn pupil, die drie keer Wimbledon won, een keer de US Open en een keer de open Australische, kon de Roemeense zakenman gestaag verder bouwen aan zijn imperium, dat luisterde naar de naam TiVi BV (genoemd naar Tiriac en zijn voormalige compagnon, de vroegere Argentijnse toptennisser Guillermo Vilas). Het is een managementorganisatie met kantoren Tussen Tiriac en Becker ontstond in de loop der jaren een band die veel meer was dan die tussen speler
Tennis is niet langer hoofdzaak voor lon Tiriac. Sinds de val van Ceausescu houdt hij zich bezig met de wederopbouwvan zijn vaderland Roemenië. Zo heeft hij een miljoen dollar betaald voor de realisatie van een dorp voor weeskinderen. De voormalige topspeler beschouwt de sport, die hem ruim een kwart eeuw roem en rijkdom bracht, tegenwoordig als een hobby. Toch stelt hij alles in het werk om zijn grootste cliënt, de naar een concurrent overgelopen Boris Becker, te behouden.
over heel de wereld en, wat meer telt, een miljoenenomzet.
Tiriac behartigt ook de zaken van de Kroaat Goran Ivanisevic en de Duitse Anke Huber en is de man achter het ATP-toernooi in Stuttgart en het WTA-toernooi in Essen. Hij handelt evenwel niet alleen in tennis. Tiriac bemoeit zich onder meer ook met de wereldkampioenschappen zwemmen, begeeft zich als vertegenwoordiger van drievoudig Europees kampioen Paul Schockemöhle in de springsport, is belangenbehartiger van Mercedes en Lufthansa in Boekarest en is oprichter van de eerste particuliere bank in Roemenië. Hij heeft vergaande plannen tot samenwerking met Bernie Ecclestone, de grote baas van het Formule I-autoracen. •Geld en macht bezit Tiriac in overvloed, maar dat is niet wat hem drijft. 'Mijn motivatie is steeds alles beter te doen dan een ander', zegt hij in een interview met het Duitse Tennis Magazin.
Tiriac is een duizendpoot, een slimme bovendien. Hij houdt van werken. 'Ik geloof niet dat ik ooit zal kunnen zeggen: nu speel ik twee keer per dag golf, vaar ik mijn jacht het meer op en rijd ik met mijn twintig auto's in het rond omdat ik dat leuk vind. Dat zou ik niet kunnen, omdat dat indruist tegen mijn temperament. Ik doe de dingen die ik interessant vind. Commerciële zaken, omdat ik niet geloof dat geldverdienen een schande is. Aan de andere kant doe ik wat ik kan op sociaal gebied.'
Achter de man met de onafscheidelijke zonnebril en het woeste uiterlijk dat hem lang geleden bijnamen als Count Dracula, De Beer en zelfs De Glasvreter opleverde, schuilt een sociaal bewogen mens. Het grootste gedeelte van zijn werkdag, die bij hem al gauw veertien tot achttien uur duurt, wordt thans in beslag genomen door zijn bemoeienissen met de wederopbouw van zijn vaderland, dat er na het regime van Ceausescu slecht aan toe is.
Tiriac heeft hoofdzakelijk uit eigen zak een miljoen dollar op tafel gelegd voor de oprichting van een dorp voor weeskinderen in zijn geboorteplaats Brasov en mede dank zij zijn financiële inbreng zijn er twee broodfabrieken gebouwd.
Vandaag de dag neemt tennis hooguit een vijfde van zijn tijd in beslag. 'Met de diversificatie die ik heb doorgevoerd, ben ik op vele andere, veel produktievere terreinen actief geworden, maar gevoelsmatig telt tennis nog altijd voor tachtig procent', zegt Tiriac. 'Het is een hobby.'
Becker noemde hem enkele jaren geleden de beste manager ter wereld. 'Maar ik ben niet altijd de beste cliënt', voegde de eigenzinnige tennisser er onmiddellijk aan toe. De breuk tussen de twee zou mede zijn ontstaan doordat Tiriac de naam van Becker zonder diens medeweten gebruikte bij een aantal projecten.
Tiriac zal zijn belangrijkste klant niet zonder meer laten vertrekken. Per slot van rekening hangen er miljoenen van af. De Roemeen krijgt 30 procent van alle reclame-inkomsten en 10 procent van het prijzengeld van Becker, wiens totale vermogen wordt geschat op 250 miljoen gulden. Dat er voor de rechter een nieuw hoofdstuk aan het verhaal wordt toegevoegd, lijkt onafwendbaar. Coen Vemer
lon Tiriac foto poly-press
Sport PROFIEL De manager van Becker heeft maar zelden de bus gemist. "De Volkskrant". 's-Hertogenbosch, 25-09-1993. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010866504:mpeg21:p027
"De Volkskrant". 's-Hertogenbosch, 25-09-1993. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010866504:mpeg21:p027
BARCELONA, 1 augustus 1992. Als ze eraan terugdenkt, komt onmiddellijk 'die irritante opgefoktheid gev °en' weer boven drijven. 'Het ten t Van niet lekker in 'e vel zit" 'sCn'iet ,ss die door het hele lichaam Gal i ,^et één been stond Jessica Speig f'nale van de 01ymPiscne acht?" aar een moment van on-2 aiJ aamheid tegen de Japanse Micron ZCtte haar riante voor" e'ndst^-aan net eind van de halve re a„un,d om in een onoverbrugbaachterstand. laanse zaterdagavond in de Cata""acht Ktad was ze nog net bij precj e helder te analyseren wat er strjjdes fout was gegaan. Dat ze de ren °m brons eveneens had verlotegén i als bi)zaak. De troostpartij Uiers . Britse Rendle kW3I" imtegenV? rt na de cruciale wedstrijd "ikheri'Z°BUcmenmetgeenm°ge'c°ach p as Ga' daarvoor door haar Pen van der °eest op te pepsPi rkBeWeest' Alle spanning en gevi0 .acht waren uit het lichaam dato ,s'ca Gal ruim een jaar na door a|snog bevangen kan raken °ver jegatieve vibraties, zegt alles namp- intense beleving die met strev ln et judo lijkt te gelden. Het heersn naar innerlijke rust door be- Vorp-!.11)8 van lichaam en geest de Vg het oeroude uitgangspunt in de jujhtsport, maar o wee wanneer r»iet j^oka gevloerd wordt door een triit rigecalculeerde nederlaag. Dan heers?6 dreun nog ti,den na' be" Wji, or,begrip op onnadenkende Beetï.?edachtengangde st, ?? bl! beetje heeft Jessica Gal Olymuk|es van de puzzel, die haar bjjee P'sch falen moest verklaren, *e te unnen rapen. Wellicht was fW gesPannen, had ze te veel de kla-.r0Pgevoerd. 'Ik was er helemaal het beV°°r' Maar pas op de mat> bi) te j|. 3llx Van de eerste partij, merk- Was n°e zenuwachtig ik werkelijk Vast m Pakte mi'n tegenstandster ten m°est meteen weer losla'Na r geen grip kri)gen. dat [töarcelona had ik niet het idee bete het qua voorbereiding ooit die w ZH°U kunnen doen. Dat het in gaan triid daarom toch fout kon heb ,']maakt het juist zo moeilijk. Ik Pen ar lange tijd mee rond gelod 0n omdat je kennelijk niet door- We) p n raakt van het feit dat het e"s mis kan gaan. Maar het gebeurt toch, zo is het nu eenmaal in de sport. Zodra je dat leert accepteren, en dat heb ik nu deels gedaan, valt er een hele last van je af.'
Het Olympisch seizoen stond volledig in het teken van judo. Haar studie geneeskunde werd op een laag pitje gezet, het sociale leven werd gedachteloos terzijde geschoven. Concessies, die ze niet nog eens in die mate wilde doen, zoals ze toentertijd in Barcelona verklaarde. Maar nu, aan de vooravond van de wereldtitelstrijd, moet ze vaststellen dat judo in alle opzichten weer nummer één is geworden. 'Dat is nu eenmaal die eeuwige drang naar perfectie. Een karaktereigenschap.' Gals verbetenheid is vermaard in de judowereld, hetgeen haar twee Europese titels en met uitzondering van de Spelen altijd eremetaal op internationale titeltoernooien heeft opgeleverd. Compromisloos is de wilskracht, die zich evenwel traditiegetrouw tegen haar keert in de aanloop naar een belangrijk toernooi. Want halsstarrige twijfels volgen telkens op de voorbereidingsperiode waarin gepoogd wordt elke toevalligheid uit te bannen. 'Ik moet er tegenwoordig maar om lachen, want het overkomt me elke keer weer waardoor ik er inmiddels aan gewend ben geraakt. De laatste twee weken voor een kampioenschap heb ik het gevoel dat ik niets meer kan. Het gaat dan ook letterlijk niet meer. Vorige week trainde ik met een jongetje, dat ik normaal gesproken alle kanten op gooi. Maar ditmaal lukte niets, struikelde ik zelfs over mijn eigen voeten.
'Het is pure wanhoop, hoewel het me niet dag en nacht bezig houdt. Faalangst is het niet, want dat voel je van binnen. Bovendien weet je dat je er alles aan gedaan hebt. Het is eerder een frustratie die nergens op is gebaseerd. Misschien roep ik het wel onbewust op, om vervolgens van iemand anders te willen horen dat mijn twijfels helemaal nergens voor nodig zijn.' Die periode omvat het enige moment dat ze 'andere mensen nodig heeft om richting te geven. Want normaliter hoeft niemand haar te vertellen wat te doen om topsport voor de volle honderd procent te bedrijven. 'Ik ben volkomen zelfstandig in mijn denken en doen, Op haar elfde besloot judoka Jessica Gal wereldkampioene te worden. Elf jaar later kan die ambitie gestalte krijgen, bij de WK komende week in Hamilton (Canada). Zelfstandigheid is haar handelsmerk, gedrevenheid tot het uiterste haar visitekaartje. Een kracht die soms ook haar zwakte is.
heb geen trainer nodig die mij motiveert bij de trainingen. Ook rond wedstrijden heb ik weinig steun nodig. Maar als die er is, maak ik er natuurlijk wel gebruik van.'
Op haar vijfde volgde Jessica Gal haar oudere zus Jenny, eveneens een internationaal talent dat in de klasse tot 61 kilo uitkomt, naar de judoschool van de toenmalige vrouwenbondscoach Karel Gietelink in Amstelveen. Op haar zevende kwam ze voor het eerst in wedstrijdverband uit. Op regionale kampioenschappen viel ze altijd wel in de prijzen. 'Als klein meisje versloeg ik al de meeste jongens. Winnen werd vanzelfsprekend. Op mijn elfde wilde ik de beste van de wereld worden.'
Gal, inmiddels uitkomend voor het Haarlemse Kenamju van huidig bondscoach Cor van der Geest, werd Europees juniorenkampioene in 1986 en nam reeds op haar veertiende deel aan het EK voor landenteams. Brons veroverde ze op het WK in 1987 (Essen), een jaar later werd ze in Pamplona Europees kampioene in de klasse tot 48 kilogram. 'Het gebeurde allemaal maar. Overrompelend', noemt ze het succes op jonge leeftijd. In Praag twee jaar geleden bewees Gal andermaal Europa's beste judoka te zijn, nu in de klasse tot 52 kilo.
Sinds dit jaar komt ze uit in de categorie tot 56 kilo, een overstap die geen noemenswaardige problemen heeft opgeleverd. 'Het ligt me juist stukken beter, omdat er meer fysieke kracht bij komt kijken. Minder gerommel, ook minder schijnaanvallen.' Haar lichaamsgewicht lag de afgelopen jaren rond de 57 kilo, hetgeen een verwoede afvalrace vergde vlak voor de wedstrijden en steeds meer kracht kostte op de tatami. 'Gelukkig hoef ik me daar niet meer druk om te maken.'
De voorbereiding op de aanstaande wereldtitelstrijd werd beheerst door fysieke problemen. Een operatie aan de schouder in maart, nadat het kapsel en enkele pezen als gevolg van een ongelukkige val waren beschadigd, wierp haar aanvankelijk ver terug. Maar een intensief revalidatieprogramma heeft haar voldoende vertrouwen gegeven. 'Toch is er dat ontastbare stukje onzekerheid, omdat het lang heeft geduurd voordat de reflexen en snelheid van handelen weer op niveau waren.'
Haar nimmer aflatende inzet is mannelijk getint, zegt haar coach Van der Geest. Al was het alleen maar omdat ze nooit zal opgeven. Vorig jaar kwam dat nadrukkelijk aan het licht tijdens de EK-finale in Parijs. Gal verloor het bewustzijn, toen een verwurging door opponente Cusak haar niet tot aftikken kon dwingen. 'De instelling van een man? Ik noem het liever de instelling van een topsporter. Niet voor niets ben ik zover gekomen. Als je te lief bent, dan kom je niet toe aan waar je voor gekomen bent; iemand gooien en verslaan.
'Maar zoals mannen met hun sport bezig zijn, spreekt me wel aan. Alleen al de manier waarop ze met elkaar bezig zijn. Keihard knokken, maar buiten de mat zijn het weer goeie vrienden. Is er wederzijds respect. Als je als meisje hard judoot en een tegenstandster tijdens de training tegen de muur gooit, willen ze meteen niet meer tegen je vechten. Dan wordt er over je geroddeld, dat je het zo hard doet.
'In Nederland zijn het echt meisjes, die zeuren veel te veel over kleine dingetjes. In de kernploeg zijn er maar een paar topsporters plus een aantal jonge talenten. Een stuk of tien, en dan neem ik het nog heel erg ruim. Wil je een medaille winnen in plaats van internationaal alleen maar aardig meedraaien, dan komt het aan op je karakter. Jongens vinden het niet erg tegen de muur te worden gesmeten, die proberen je dan terug te pakken. Dat is de juiste instelling.'
Ze heeft gemerkt dat een halfslachtige houding ook buiten haar sport een groot gedeelte van de jeugdige generatie kenmerkt. Ofschoon Gal sinds een jaar met drie meisjes een studentenhuis bewoont, 'op mijn 21ste vond ik het hoog tijd echt zelfstandig te gaan leven', voelt de vijfdejaars studente zich een buitenstaander op de universiteit. 'Als ik zie hoeveel tijd ik steek in de training en merk dat ik mijn studie toch makkelijk kan halen, dan moet ik constateren dat er veel mensen gewoon te weinig doen.
'Op zich stoort het me niet zo. Ik heb me toch altijd anders gevoeld. Ik hoor er niet echt bij, heb ook geen behoefte om uit te leggen wat ik doe, waarom ik 's ochtends vroeg opsta, 's middags een uurtje slaap en 's avonds nooit kan meeëten. Soms heb ik een bezwaard gevoel, omdat ik me niet te veel wil afzonderen, niet als kluizenaar wil overkomen. Maar ik erger me wel wanneer studenten beweren ergens geen tijd voor te hebben. Want dat is gewoon onzin.'
Mogelijk dat Gal die gedrevenheid en zelfdiscipline' van huis uit heeft meegekregen. 'Maar dat is dan onbewust gebeurd.' De 22-jarige dochter van een Amerikaanse moeder en een Hongaarse vader voelt zich geen rasechte Nederlandse, 'hoewel ik hier geboren ben en me er thuis voel. De tweetalige opvoeding, Engels en Nederlands, heeft haar een voorliefde voor talen meegegeven. Direct na de mislukte Spelen vertrok ze voor een paar weken naar Italië. Even stoom afblazen, middels een cursus Italiaans.
'Wie of wat ik ben en doe, is allemaal verweven met het judo. Ik vraag me wel eens af wat ik zonder mijn sport zou zijn gaan doen. Ik kan me niet voorstellen dat ik een doorsnee leven zou zijn gaan leiden, hoewel ik soms het gevoel heb dat ik dingen tekort kom. Even helemaal niets doen, dat is er voor mij niet bij. Dat is wel eens moeilijk. Ik ben rusteloos, wil iets omhanden hebben. Maar dat moet dan wel nuttig zijn. Als ik tijd of energie verdoe, raak ik gespannen, verkrampen mijn vuisten.' Tim Overdiek
Jessica Gal: 'Wie of wat ik ben en doe, is allemaal verweven met het judo.' foto arno lingerak
De dreun van Barcelona trilt nog lang na. "De Volkskrant". 's-Hertogenbosch, 25-09-1993. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010866504:mpeg21:p027
Voormalig tafeltenniscrack Bob Potton (35) verruilde in 1989 het bat voor de golfclub. Slaat inmiddels een aardig balletje en blijkt daarnaast een goede leermeester. Denkt diep na over een verzoek van de broers Jaap en Ron van Spanje om bij De Veluwe zijn rentree te maken achter de tafeltennistafel.
'Als Londense jongen vond ik maar één sport de moeite waard. Voetbal, maar dan wel het voetbal zoals dat door mijn favoriete club, West Ham United, werd gespeeld. Ik doorliep als sweeper, met het nummer 4 op mijn rug, alle jeugdteams en was met mijn vriend Alan Curblishly voorbestemd voor een leven als professional. Hij werd inderdaad prof, eerst bij West Ham, later bij Birmingham en ten slotte bij Charlton Athletic. Voor mij was zon carrière helaas niet weggelegd. Een merkwaardige speling van het lot dreef mij naar een totaal andere sport.
Op een druilerige zondagmorgen meldde ik mij in het stadion voor een wedstrijd. Bleek het veld afgekeurd. Flink de smoor in natuurlijk, want hoe moest je die dag nou doorbrengen zonder voetbal. Stap met de pest in mijn lijf ---------
een nabij gelegen sportzaal binnen en zie daar kinde- PASSIE
fcAAA_fc_fc_fc_fc_fc ren tafeltennissen. Ik pak een batje, train mee en blijk een gouden klauw te hebben.
Drie maanden en vele trainingen later was ik kampioen van de club, vijf maanden later jeugdkampioen van het district en twee jaar later lid van de nationale jeugdselectie. De grote man van het Engelse tafeltennis, Chester Barnes, zag het helemaal in mij zitten. Hij trainde me, hij kneedde me, hij adviseerde me en hij voerde me naar de top.
Die Barnes was niet alleen een buitengewoon goed tafeltennisser, maar ook een aparteling. Achter de tafel was niets hem te dol. Zelfs in het heetst van de strijd kon hij het niet laten grappen en grollen te maken. Om het simpele feit dat hij mijn trainer, mijn manager en mijn mentorwas, werd ik al gauw een tweede Barnes. De mensen vonden het prachtig zoals ik me gedroeg, de bond kon er minder waardering voor opbrengen. Een tweede joker in de nationale ploeg, nee, daar zaten de heren niet op te wachten.
Barnes gaf me de raad Engeland te verlaten. De Bundesliga leek hem wel wat voor mij, omdat daar mijn landgenoten Douglas en Hilton speelden. En ook in Canada zou ik terecht kunnen, maar, waarschuwde hij, ga vooral niet naar Nederland, want daar spelen ze in smokey bars en dat lijkt me geen pretje. snel op. Eerst een jaar Barcelona. Vervolgens Valkencourt, waar ik met Karakasevic en Kin een dreamteam vormde totdat de verkeerde mensen het voor het zeggen kregen en ik, jong en goedgelovig als ik toen nog was, voa*ji-te tweede maal sinds mijn komst naar Nederland financieel belazerd werd. Weer een jaar Barcelona. En uiteindelijk Megacles in Weert. We promoveerden van de vierde naar de eerste divisie en misten op een haar na het doel dat we ons gesteld hadden: een plaats in de eredivisie.
Geleidelijk aan bespeurde ik dat tafeltennis me niet meer zo fascineerde als voorheen. Was vaker op de golfbaan te vinden dan in de tafeltenniszaal, hoewel de aanleg voor golf bepaald niet overhield. In de begintijd was ik een typische hakker. Maar ik Toch belandde ik uiteindelijk, in 1981, in Nederland, in Valkenswaard nog wel. Mooie club, aardige mensen, goed loon. Drie jaar later ging het mis. De club betaalde slechter en slechter en toen ik daar in de pers mijn beklag over deed, stond ik een dag later op straat. Daarna volgden de clubs elkaar
was ijverig, leerde snel en behoorde al gauw tot de top van de club.
Maar een nationale topper worden, nee' dat zat er niet in en zit er nog steeds niet in. Het korte werk heb ik in de vingers en voor het putten draai ik mijn hand niet om. Ik leg het balletje neer waar ik het hebben wil. Mijn handicap is dat ik me onmogelijk uren achtereen kan concentreren. Vaak gaat het daarom bij de zestiende hole mis.
Het geven van instructie gaat mij beter af. Mensen leren een balletje te slaan is niet alleen mijn brood, maar ook mijn lust en mijn leven. Ik zou niet anders meer willen. Toch heeft het tafeltennis me nooit losgelaten. Ik mag er op de televisie graag naar kijken en volg in de pers aandachtig de toernooien en uiteraard ook de rellen. Wat dat betreft is het net of ik niet weg ben geweest.
Op de een of andere manier hebben de broers Van Spanje in de smiezen gehad dat het tafeltennis nog steeds een plekje in mijn hart had. Want hoe zouden ze anders op het idee zijn gekomen om uitgerekend mij, hun grootste vijand, te vragen hun team te komen versterken. Ik ben er nog niet uit. Eerst moet ik maar eens onderzoeken of ik het nog wel kan. Een paar trainingspotjes zullen bepalend zijn. Krijg ik op mijn donder, dan zeg ik nee, want ik voel er niets voor in tafeltenniszalen voor aap te staan. Kan ik nog aardigfneekomen. dan valt er over te praten.
Als ze maar niet denken dat tafeltennis weer mijn grootste hartstocht wordt. Dat is onmogelijk, want dat zijn ten eerste mijn vrouw en kind, daarna golf en West Ham United en dan pas tafeltennis.'
Martien Schurink
'Ik voel er niets voor in tafeltenniszalen voor aap te staan'. "De Volkskrant". 's-Hertogenbosch, 25-09-1993. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010866504:mpeg21:p027