De bybel vertaald, omschreeven en door aanmerkingen opgehelderd.

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dek. KONINGEN. Hoofdd. I. 41

beide de benden, 'werd in orde gefchaard, Benaja v den

' , zoon van Joja-

des Konings ezelin werd gezadeld, en op D.\ en de o«-. denzelven werd Salomo onder de bedek- enen e deej king van de lijfwagt naar Gihon gevoerd, al- «"•«j^^g waar veel volks frewoon was te vergaderen. Hnne des Ko-

,,ï . „ rings Davids

39. Intusfchenjhad de Hoogenpnester Zadok en zij geleiden zich voorzien van den oliekruik, die in den ^™ naar G'~ Tabernakel bewaard werd, en hem gevuld

vs. 39. En

met olie, welke tot de krooning gefclukt en zadok de Priesnergens elders te bekoomen was. Met de- ó"ehooren du!t zen zalfde hij den jeugdigen Salomo tót ^^f^l^1 Koning onder het gejuich der zaamgevloeide en zij bliezen

, , ; ,, , „ . met de bazni-

meenigte : lang leev Koning Salomo ! nen, en ai net

40. Hierop werd de gekroonde Vorst wé- gj^}*^ der naar het hof gevoerd onder een grooten leve!

iT vs- 4°- En al

ltoet van volk met fpeeltuig en mufiek voor- het volk kwam

zien. Ieder was uitermaate verblijd , want °JJ n,^etr ^

de keus ftemde overeen met een ieders ver- PWtc met P"-

pen en verlangen. Alles dreunde van het gejuich; wijdde zich „ ,, _ met groote

41. Zo zelts, dat Adonia en alle zijne gas- biijdfchap , zo

ten het zelve aan de andere zijde van de ^ de^ aarde ftad verneemen konden. Zij nu waren zo fpieet. even van den maaltijd opgereezen en Joab de Aj>qNiA4boorde krijgs-bevelhebber was de eerfte, die 'er acht op genóowl^dle floeg, en onderzogt, naar de oorzaak van het met ,ieni w->-

0 D. ren , die nu

oproerig gedruisch m Jerufalem. 42. Terwijl geëindigd hadden te ecten.

Ook hoorde Joab het geluid der bazuinen en zeide: waartoe Aat oproerig geluid in de ftad. VS. 42. Als hij nog i'prak , zie zo kwam

vs. 39. Men moet uit het bevel van David , 't geen hier voorkomt, niet begrijpen dat de aanftelling van eenen Koning van David afhing. De keus van eenen onder-Koning kwam God toe, cn die fchijnt Salomo verheeven te hebben in 't begin van de kroons - regeering over Juda en Israël, altans fcjujnf de opvolging van den ourifien zoon om die rede onbekend geweest te zijn.

■ ::■ c 5