Publicatie, behelzende de erkentenis [...] der rechten van den mensch en van den burger. Geärresteerd den 31. januarij 1795
< 3 >
„ Dat het ieder dus geoorloofd is zijne gedachten, „ en gevoelens aan anderen te openbaaren, het zij ',' door de Drukpers of op eenige andere wijze.
„ Dat ieder mensch het recht heeft, om God zoo„ danig te dienen , als hij wil of niet wil, zonder „ daarin op eenigerlei wijze gedwongen te kunnen. „ worden.
„ Dat de Veiligheid beftaat in zekerheid van door „ anderen niet geftoord te zullen worden in het uit„ oeffenen van zijne rechten, noch in het vreedzaam „ bezit van wettig verkreegen eigendommen.
„ Dat ieder item hebben moet in de Wetgeevende „ Vergadering der geheele Maatfchappij, het zij per„ foonlijk, het zij door eene bij hem mede gekozen „ vertegenwoordiging.
„ Dat het oogmerk van alle Burgerlijke Maatfchap„ pijen zijn moet, om de Menfchen te verzekeren „ het vreedzaam genot van hunne natuurlijke rech> „ ten.
Dat dus de natuurlijke vrijheid, van alles te mo„ gen doen, wat anderen in hunne rechten niet ftoort, „ nimmer verhinderd kan worden, dan wanneer het ,. oogmerk der Burgerlijke Maatfchappijën zulks vol„ ftrektelijk vordert.
„ Dat derhalven niemand kan verpligt worden, „ iets van zijne bijzondere eigendommen aan het al,, gemeen te moeten afftaan, of opofferen, zonder
„ d