Beginselverklaring, algemeen program van beginselen, statuten en huishoudelijk reglement der Christelijk-Ethische Partij

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. at of niet verdeeling: en afscheiding van zendingsgebieden;

3. wijziging van art. 123 R. R.;

4. wijziging van art. 124 R. R. en der Instructie voor de Regenten;

5. herziening der samenstelling van het desa-bestuur, waarin de kaoem (modin) zitting heeft (art.) 71 R. R. jo. art. 119 R. R).

6. Zondagsrust.

Art. 5. RECHTSWEZEN.

1. Urgentie van wijziging van het z. g. Concordantiebeginsel neergelegd in art. 75 R. R.;

2. regeling der agrarische wetgeving ;

3. wijziging van passen- en wijkenstelsel ;

4. instelling van Inl. Notariaat;

5. urgèntie van spoedige doorvoering van de instelling van landgerechten;

6. instelling van een inlandsche balie ;

7. de eedskwestie (vooral in het strafgeding) ;

8. verbetering voorloopig onderzoek ;

9. inkrimping of uitbreiding van het huiszoekingsrecht bij niet-Europeanen ;

10. idem der arrestbevoegdheid der politie en der preventieve hechtenis;

11. al of niet wenschelijkheid der voorwaardelijke veroordeeling;

12. verbetering der rechtspositie van Inl. Christenen;

13. id der buitenechtelijke kinderen waarvan beide of een der ouders Europeanen zijn; «

14. urgentie van de oprichting van verbeterhuizen voor de verwaarloosde en misdadige jeugd ;

15. herziening van het Militaire recht;

16. invoering burgerlijke stand voor alle landaarden;

17. verbetering der wetgeving op de naamlooze vennootschappen, enz.

18. Wijziging van het erfrecht van den Inlander in dier voege, dat het niet door geloofsbelijdenis doch door bloedverwantschap wordt beheerscht.

19. Verbetering van de gevangenissen vooi de preventieven.