Instructie ten behoeve van de ambtenaren van het kadaster in Nederlandsch Indië

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Er is helaas een probleem met het ophalen van de afbeelding.

Dit kan twee oorzaken hebben:

  • De publicatie is nog niet beschikbaar in Delpher, maar zal dat binnenkort wel zijn.

  • Er is een tijdelijke storing met het laden van de afbeelding.

  • Probeer het later opnieuw.

    Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

    GEWIJZIGDE voorschriften voor de opmaking van het landrentekadaster van de nader aan te wijzen districten of gedeelten van districten, welke niet in aanmerking komen voor kadastreering volgens de V. L.

    WAAR DE G. V. WORDEN TOEGEPAST.

    Aet. 1. In districten of gedeelten van districten, van welke het landrente-kadaster niet volgens de V. L. wordt opgemaakt, en de gronden ook niet van Bestuurswege worden opgenomen, geschiedt de opmeting naar de ondervolgende voorschriften.

    Art. 2. (1) De opmeting heeft bloksgewijze, zonder verband eioksgewijze tusschen de blokken onderling, plaats. meting.

    (2) Onder blok wordt verstaan elk complex van gronden, om het even of dit uit één dan wel uit meerdere perceelen bestaat, zoomede elke verzameling van dergelijke complexen, die uithoofde van hunne ligging ten opzichte van elkander en van het tusschenliggend terrein, zonder veel werk in onderling verband kunnen worden opgemeten.

    Art. 3. Voor den aanvang der opmeting van een terrein worden [„schetsen der de dessagrenzen naar de plaatselijk verkregen inlichtingen met dessa8rensen. roode stippellijnen ingeschetst. Voor streken, waarvan detailbladen van de topographische kaart bestaan, op de kopieën dier kaarten, terwijl daar, waar dergelijke bladen niet bestaan, op eene te ontwerpen kaart van het district op de schaal van 1/20000 of 1/50000.

    Art. 4. (1) De regel zal zijn, dat de meting van een dessa of Meting der een deel daarvan aan één mantri wordt opgedragen, wien, wanneer gronden Tan

    . elk dessa-

    üaarin blokken van groote uitgestrektheid voorkomen, een of meer gebied, mantri's kunnen worden toegevoegd.

    (2) Wanneer een complex valt binnen het gebied van meerdere dessa's, kan de meting geschieden of door den mantri, die in één dier dessa's een terrein ter opmeting heeft bekomen, of door een speciaal daartoe aangewezen mantri.

    (3) Van elk onderdeel van het complex, dat in het gebied van

    Gewijzigde voorschriften voor de landrente metingen.