Schoolflora voor Java

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Stijlen 5, aan den voet vergroeid. Top der twijgen al of

niet dicht beschubd. Bladeren meestal omgekeerd eirondlangwerpig, zelden lancetvormig, met doorgaans spits toegespitsten top, 80—340 mM lang, van onder kaal of bijna kaal. Bloemstelen 1 -3-bloemig of soms ten deele 5-bloemig, okselstandig of aan ontbladerde twijggedeelten. Kelk wit of rood. Kroonbladen vrij ver vergroeid, veranderlijk van grootte. Meeldraden 25—45. Kleine boom. 4.00—13.00. Jan.—Dec. Midden- en West-Java tusschen 700 en 1500 M zeehoogte.

Ki-lèho bodas, s S. péndula BI.

Stijlen 3—5, geheel vrij. Top der twijgen dicht beschubd. Overigens als de voorgaande en daarvan waarschijnlijk slechts een vorm. Kleine boom. 7.00. Mrt. Alleen bij Tjibodas gevonden. Ki-lèho tjantjing, s. . . S. squamulósa K. et V.

11. Bladeren van boven kaal, glad 12.

Bladeren beiderzijds met vele grove schubben, daardoor ruw.

Bloemen in 1—5-bIoemige, al of niet tot bundels vereenigde, korte bijschermen, welke in de oksels van reeds afgevallen of nog aanwezige bladeren gezeten zijn. Bladsteel 15—60 mM lang. Bladeren elliptisch, langwerpig of min of meer omgekeerd eirond, met spitsen top, 100—250 mM lang, 30—90 mM breed. Bloemen klein, ^ 10 mM middellijn. Kroonbladen aan den voet vrij ver vergroeid. Meeldraden ^ 20, nagenoeg vrij. Stijlen 3—5, vrij of aan den voet vergroeid. Boomheester of kleine boom. 10.00. Mrt.—Juni. Alleen in de Preanger (Gedeh, Kendeng) gevonden, in oerwouden tusschen 1400 en 2000 M zeehoogte. Ki-lèho beureum, s. . S. micrantha BI.

12. Bijschermen 300—1500 mM lang, stamstandig, vaak op den grond liggend,

sterk en wijd vertakt, uit meerdere honderdtallen bloemen bestaand. Kelk groen, van buiten min of meer beschubd. Kroonbladen wit, aan den voet zeer kort vergroeid, 12—13 mM lang. Meeldraden 25—40, stijlen 5, aan den voet kort tot 1 of 2 bundels vergroeid. Twijgen met dun beschubden top, bladsteel 10—25 mM lang, bladeren langwerpig-lancetvormig of eenigszins omgekeerd eirond, met spitsen voet en toegespitsten top, vliezig, grof en oppervlakkig gekarteld-gezaagd, van boven glanzend, kaal, van onder dofgroen, bijna kaal. Kleine boom. 4.00—8.00. Jan.—Dec.

Misschien op Java gevonden ') S. oligólepis Miq.

Bijschermen minder dan 100 mM lang. Top der twijgen dicht en grof beschubd ' 13.

') Een exemplaar in 's Lands Plantentuin, XI, B, xiv, 113, is volgens de registers door Dr. S. H. Koorders op Java gevonden. Waarschijnlijk is dit een vergissing, daar de plant overigens alleen in de Minahassa verzameld is.