Het gemoedelijk leven

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Er is helaas een probleem met het ophalen van de afbeelding.

Dit kan twee oorzaken hebben:

  • De publicatie is nog niet beschikbaar in Delpher, maar zal dat binnenkort wel zijn.

  • Er is een tijdelijke storing met het laden van de afbeelding.

  • Probeer het later opnieuw.

    Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

    „Mijnheer en Madame,

    „Wij laten uw weten asdat Duk is zoo gezont „as een dasken en vrindelijk met de kinderen. „Hij is nog vetter geworden en hoopen van uw „hetzelfde. Wij hebben anders tegenslag met de „varkens en mijn vrouw is ziek en de zes „maanden zijn voorbij.

    „Groetenissen van

    „Uwen onderdanigen, Jan Sels."

    — Wij zullen straks een mandaat zenden, zei Roothooft.

    Wanneer het tweede halfjaar ging verstrijken kregen zij weer een postkaart met gunstige berichten over Duk.

    — Een taai beest, meende Madame.

    — Duk is nu in zijn veertiende jaar, stelde Roothooft met een greintje fierheid vast.

    Dan werd de waakhond weer vergeten tot een volgende semester weer nieuws bracht. Zoo