Haarle (O.) in de oorlogsjaren 1940-1945

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Er is helaas een probleem met het ophalen van de afbeelding.

Dit kan twee oorzaken hebben:

  • De publicatie is nog niet beschikbaar in Delpher, maar zal dat binnenkort wel zijn.

  • Er is een tijdelijke storing met het laden van de afbeelding.

  • Probeer het later opnieuw.

    Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

    zoo langs de boerderij van H. Zeilen, waar om ongeveer vijf uur wederom acht Duitschers zich overgaven.

    Bij elk der boerderijen van A. M. Vree Egberts en J. J. Maatman hadden de Duitschers des Zondags een kanon geplaatst, nadat de vandalen eerst dein bloesem staande vruchtboomen omgekapt hadden. Met dit geschut werd gedurende den Zondag inde richting Holten een zevental schoten afgevuurd; Maandagochtend was dit geschut weer vertrokken.

    Vanaf de boerderij van H. Zeilen bereikten de Canadeezen de boerderij van W. Rensen.

    Om 1 uur 30 was het daar geraden inden kelder te gaan, waar zij tot vier uur moesten vertoeven. Om drie uur waren de oprukkende Canadeesche tanks op den straatweg Heeten—Haarle zichtbaar en meenende, dat alles veilig was, trok Anton Rensen met eenen der onderduikers, die bij hen in huiswas, er op uit, om eens polshoogte te nemen.

    Weldra werden zij door de Canadeezen heftig beschoten, daar zij voor Duitschers werden aangezien. Na eenen gevaarlijken tocht met den buik over den grond kwamen ze weer veilig terug.

    Eén der piloten, wien W. Rensen drie maanden lang onderdak had gegeven, (het was een Schot) was niet te houden en ging den Canadeezen tegemoet. Hij werd echter eveneens beschoten en eerst na eenigen tijd kon hij zich kenbaar maken. Dat was natuurlijk eene aardige ontmoeting om bij te wonen.

    De Canadeesche officier gaf hem den raad om weg te gaan, omdat hij niet zeker was, dat met den avond geen aanval der Duitschers vanuit het bosch zou plaats hebben. Maarde piloten zeiden, dat ze bij Rensen wel dertien weken met de moffen rondom zich hadden gezeten en dat ze het nu éénen nacht met de Canadeezen rondom zich ook wel aandurfden.

    Wij keeren nu terug tot de Canadeesche colonne, welke zich bevond bij dein vlammen opgaande boerderij van W. J. Keizer en de Wed. J. Kemper. Het stuk geschut, dat bij W. J. Keizerwas opgesteld geweest en geschoten had op de Canadeesche tanks bij Raamsman werd door de Duitschers inden steek gelaten; door de Canadeesche beschieting werd er een Duitscher op de deel gedood, naderhand bleek dit een Hollandsche S.S.-er te zijn geweest.

    Bij de Wed. J. Kemper had eveneens een kanon gestaan, waar-