De Noord-Oostpolder

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Er is helaas een probleem met het ophalen van de afbeelding.

Dit kan twee oorzaken hebben:

  • De publicatie is nog niet beschikbaar in Delpher, maar zal dat binnenkort wel zijn.

  • Er is een tijdelijke storing met het laden van de afbeelding.

  • Probeer het later opnieuw.

    Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

    Soms, op zoon stillen, somberen najaarsavond, kun je in gedachten verzonken op den dijk staan en over het grauwe watervlak turen, waarboven de vlagerige herfstwind de wolkenslierten driftig voortjaagt. De baggermolen knarst z’n eentonige wijs, tot duisternis zich zachtjes hult om de bescheiden bedrijvigheid van de bootjes en de sleepbakken. De lijnen van het groote gemaal, ginds achter het opslagterrein, vervagen en verzinken in de zachte schemering.

    Dan kun je daar staan peinzen over het weten, dat dit nu nog slechts enkele maanden zoo zijn zal, dat de weken, die nog scheiden van den dood van deze stille romantiek, geteld zijn. Spoedig zal dit water terugloopen van de kust, waartegen het eeuwenlang deinde, waartegen het dikwijls in razernij beukte.

    De schemering wordt dichter. De baggermolen heeft er het zwijgen toe gedaan. Nu ruischen de golven de laatste accoorden van het lied, dat eeuwig scheen.

    Soms, als een weemoedig gevoel je doet huiveren in de warme jas, kan het zijn, alsof die accoorden versterven in een wonderlijke stilte. Het water klotst niet meer tegen de oude steenen, de wind klaagt niet meer door het duister. Het water wijkt geluidloos van de kust en de bloote grond ligt glad en strak hier uitgestrekt.

    En dan is het de lichte muziek van ruischend graan, dan wordt het de uitbundige melodie van het toekomstlied, die den weemoed een wijle overheerscht. Dan ligt het land van de toekomst daar wijd in zonlicht uitgestrekt, dan kruisen nieuwe wegen en nieuwe kanalen elkaar op rijpen grond, die vol mogelijkheden is !