Een kleine, blije vogel floot
Zoo’n zomerachtig wijsje.
Toen luisterden, met oogen groot,
Dat schaapje en dat meisje.
En toen het liedje was gedaan,
Ging zij weer verder. Zoetjes
Trok ze haar witte schaapje voort
Op zijn vier witte voetjes.
Cramer, Rie,"Koningskindje : versjes voor kinderen". G.B. van Goor Zonen's Uitgeversmaatschappij,[193-?]. Geraadpleegd op Delpher op 03-04-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB18A:015304000:00005