bezat hij een hoog tenorgeluid met grooten omvang, welke stem merkwaardiger wijze hem tot op hoogen ouderdom is bijgebleven. Reeds op 9-jarigen leeftijd trad hij met succes als tenor op in groote Russische gemeenten, zoo ook in Gallicië en Pruisen.
Na op zulk een jeugdigen leeftijd in Gnesen (Pruisen) als voorzanger te hebben gefungeerd, kwam hij in 1856 naar Amsterdam, waar hij als Oppervoorzanger der Israëlitische gemeente werd aangesteld.
Hoewel reeds beschaafd op muzikaal gebied, bestudeerde hij bovendien gedurende de eerste vijf jaren zijner functie de hooge compositie-leer, legde aan het Conservatorium te Keulen bij F. Hiller een uitstekend examen af en verwierf aldaar een zeer eervol diploma als componist.
In den loop der jaren heeft Heymann door zijne compositiën op synagogaal gebied zich in binnen- en buitenland een grooten naam gemaakt.
Na den 2gen Mei 1906 zijn 50-jarige werkzaamheid als zoodanig te hebben herdacht, is hij kort daarop overleden.
Hij liet 6 -kinderen na, onder welke Carl, Louize, Sophie en Johanna de beroemdste zijn.
Heymann (Johanna), pianiste, dochter van I. H., geb. te Amsterdam 25 Nov. 1877, ontving haar eerste muziekonderwijs van Julius Röntgen, daarna van Gernsheim te Berlijn en voltooide hare studiën onder leiding van Max Pauer en Eugen d'Albert. Al zeer vroeg trad zij in het publiek op en liet zich na haar studietijd in verschillende steden van Duitschland hooren. In 1897 maakte zij met het Boheemsche kwartet een kunstreis naar Engeland. Ook in het Concertgebouw te Amsterdam en elders trad zij op.
Vóór enkele jaren vestigde deze geniale pianiste zich te Londen, doch is sinds September 1909 wegens het onaangename seisoen te Londen naar Amsterdam teruggekeerd, waar zij, buiten het geven van concerten, zich wijdt aan het geven van hooger onderwijs in pianospel.
Heymann iLouize), dochter van 1. Heymann, geb. 5 Mei 1869 te Amsterdam, en in een kunstenaarsomgeving opgewassen, waar zij van haar vroegste jeugd de meesterwerken op volkomen wijze hoorde wedergeven. In het bezit van buitengewone stemmiddelen, moest zij wel een uitstekende zangeres worden, bovenal onder de leiding van Gustav Engel, mad. Artot de Padilla en mad. Marchesi.
Na voleindiging harer studiën werd zij voor het seizoen [BB9/90 te Milaan en te
Rome geëngageerd, waar zij optrad als concert- en operazangeres en spoedig bekend stond als de „Hollandsche nachtegaal”. Zelfs Délibes, die persoonlijk met haar zijn opera „Lakrné” instudeerde, benevens Sgambetti en Machetti roemden haar talenten als om strijd. Ook haar optreden als Lucia, Rosino en Somnambule wekte algemeene bewondering.
Na haar huwelijk met den bankier Goettinger te Berlijn, treedt zij nog alleen in liefdadigheidsconcerten op. Haar echtgenoot wil niet, dat de eens zoo gevierde zangeres op gewone concerten zich laat hooren.
Heymann (Sophie), dochter van I. Heymann, geb. te Amsterdam 28 Juni 1874, eveneens een concert-zangeres, is oud-leerlinge van de beroemde Garcia-Viardo en Marchesi te Parijs en van Frau Joachim te Berlijn.
Met haar liederen-repertoire maakte zij een rondreis door Duitschland en Frankrijk. Vervolgens was zij te Gent voor een seizoen verbonden aan de Fransche opera en zong in 't volgend jaar gastrollen in de Nederl. opera (v. d. Linden).
Met hare zuster Johanna en Henri Such (violist) ondernam zij een tournée in ons land.
Maar ook buiten de grenzen van ons kleine land hebben deze jeugdige kunstenaressen zich laten hooren en een welverdienden naam verworven. Aardig is het woord van de Kölnische Zeitung: „Zooals de eene spelend zingt, zoo speelt de andere zingend”.
Sedert enkele jaren te Berlijn gehuwd, heeft zij evenwel haar loopbaan als zangeres voortgezet en zingt zij thans onder den naam van „Heymann-Engel”.
Heytze (Pierre Henri), geboren te ’s Gravenhage 30 Juli 1875, was vroeger werkzaam bij het Lager Onderwijs in zijn geboortestad, studeerde grootendeels autodidactisch viool, later onder leiding van J. v. d. Wissel en Prof. Wirth, genoot op advies van R. Hol, en S. de Lange, eenige jaren de Rijkssubsidie en werkte aan het Kon. Conservatorium onder L. Angenot.
In 1901 werd hij benoemd tot leeraar voor viool te Deventer, en in 1902 als opvolger van wijlen C. A. Coster tot directeur aan de stedelijke muziekschool te Arnhem. Sedert is hij voornamelijk als viool-paedagoog werkzaam en treedt tevens als solist op.
t Heytze ten Brummeler(Wilhelminal, geb. te ’s Gravenhage 12 Oct. 1873, ontving haar eerste zangonderwijs van S. de Lange en later van A. Seiffert, beiden te ’s Hage.