Waar het bamboe ruischt

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Er is helaas een probleem met het ophalen van de afbeelding.

Dit kan twee oorzaken hebben:

  • De publicatie is nog niet beschikbaar in Delpher, maar zal dat binnenkort wel zijn.

  • Er is een tijdelijke storing met het laden van de afbeelding.

  • Probeer het later opnieuw.

    Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

    langend werd er uitgezien naar regen, desnoods naar een van die tropische gietbuien, die uit een loodkleurigen hemel neerploffen, lederen avond richtten hoopvolle blikken zich naar den hemel, waar wolken, komend van het gebergte, zich samenpakten. Helaas, dag aan dag dreven de zware grijze wolken af naar zee en brachten geen regen.

    Op een van die warme ochtenden, als reeds vroeg in den morgen de hitte van den dag begon, zat Ine te naaien op het galerijtje van haar paviljoen. Zij zag den inlandschen postbode het zonnige voorerf oversteken en naar haar huisje komen. Zij herkende de enveloppe: de wekelijksche brief van tante Truus, die altijd nog even welkom was als den eersten keer, en zelfs dubbel welkom, sedert er minstens een pagina was gewijd aan Fred.

    Met hetzelfde genoegen als gewoonlijk opende Ine den brief, onmiddellijk geheel verdiept in hetgeen mevrouw Beukema vertelde.

    *n Jaar was Fred nu al onder haar hoede en het bleef prachtig gaan met den jongen, verzekerde zij. Hij werkte met een ijver en een volharding, die voorbeeldig kon genoemd worden! —„Maar,"schreef tante Truus, „zet dit alles niet alleen op rekening van mijn opvoedkundige talenten! Het is voornamelijk Jan, die de leiding heeft of liever, dien Fred zich tot voorbeeld gekozen heeft. Jan is zijn held en Freds eenige wensch is om later, evenals hij, piloot te worden. Deze buitengewone bewondering voor Jan is nog toegenomen, nu hij waarschijnlijk binnenkort op de Indië-route zal gaan vliegen, voorloopig natuurlijk als tweede bestuurder. Dus, Ineke, wie weet, hoe gauw