Homeros' Odyssee

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TEN GELEIDE

'U'

- 1- o e vaker men.alsdiep-ingaanden overgegeven lezer, de gezangen van Homeros nabeleeft, des te duidelijker wordt het dat deze levendvoldragen gedachte- en gevoelsgangen den duurzamen adem winnen en voor altijd behouden bij de genade van den onsterfeli|ken rhythmos van den hexameter. Als het eeuwig terugkeerend dagelijksch eenerlei des levens geen oogenblik aan zichzelf gelijk blijft en voortdurend in afwisselende geheimzinnigheid zich vernieuwt, zoo ri]zen en dalen in hun opklinken en verruischen de eindeloos doorgaande verzen, altijd eender, altijd anders. Daar bestaat dus, naast machteloosheid, weinig aanleiding om Homeros gedichten los te vertalen van hun oorspronkehjken maatgang. Nog grooter verraad ondertusschen aan inhoud en hexameter tegelijk lijkt men mij te plegen door van den Hollandschen lezer te vergen dat hi] eerst het hem vreemde schema van den hexameter uit het hoofd zal leeren en, daarmee gewapend, pogen een metrisch loopje te nemen door wilkeurige Hollandsche klankenreeksen die met geen enkelen vasten dwang hem binden en steunen. Het eenige wat overblijft, is het scheppen van een Hollandschen hexameter, een vers dat den gevoeligen lezer om diep-in zijn eigen taaleigen wortelende noodzakelijkheden meeneemt naar en in den rhythmos van het oorspronkelijke. Vrijheid van beweging blijft den overzetter toch alleszins voldoende gewaarborgd. Het volledig voorbeeld van dergelijke vrije gebondenheid heeft reeds Homeros zelf ons gegeven. Er is geen wet, ook op metrisch gebied niet, die niet telkens weêr zich op schoonere wijze laat verbreken dan volgen, en wie zich uitsluitend zoo bezondigt, blijkt altijd weer m het eind de eenige te zijn geweest, die de wet in haar onschenbaarheid begrepen heeft.

Het neerschrijven, als ouder man, van deze bewerking der Odyssee heeft mij evenzeer oneindig verblijd als bedroefd. Ik heb dit werk gedaan in de volgave herinnering aan de doorloopende schoonheidsontroering die ik bij het lezen dezer gedichten met zoovele jongeren in jaren gedurende een lang leven heb mogen deelen. Het werd een plichtsbetrachting doordringend bitter en zoet als de smaak van het leven zelf!