Gedenkschrift bij het 50-jarig bestaan van den Frieschen IJsbond 1886-1936, alsmede iets over hardrijders en hardrijdsters in vroeger en later jaren

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op 28 jarigen leeftijd won hij 10 maal achter elkaar een eersten prijs. Vele andere prijzen, hierboven niet genoemd werden gewonnen, doch waren in 't geheugen niet bewaard gebleven. Enkele medailles zijn nog in 't bezit van Jacob, o.a. een van de Vereeniging ter Bevordering van het Vreemdelingen Verkeer te Leeuwarden.

Verder een van de IJsvereeniging Nijeland; een zilveren medaille van H.M. de Koningin, gewonnen te Peize, 4 Febr. 1917; een Lauwertak van de ijsvereenging Leek, 25 Jan. 1914, een bronzen medaille van H.M. de Koningin, gewonnen te Haardstede, 2 Febr. 1917. Een zilveren schaats, met blauw lint, gewonnen te Joure 24 Jan. 1933, verschaft hem toegang tot de baan van de ijsvereeniging Vlecke Joure.

Van deelen wilde geen der gebroeders Poepjes weten. Hun stelling was: „Met rijden winnen". Tegen weersomstandigheden waren ze geweldig gehard. Nooit werden ze koud. Rooken en het drinken van sterke drank werd steeds nagelaten, terwijl ze in den zomer zich voor den komenden winter reeds trainden. Loopen en zwemmen waren hun geliefde sporten.

Jacob was zeer behendig, niet forsch gebouwd en met iedere rit werd zijn prestatie grooter.

Ook Jacob zou met Dikkerboom en Ten Hoeve naar Zwitserland geweest zijn, doch om de reden, bij Dikkerboom vermeld, is dit niet doorgegaan.

,,'t Zou anders de moeite wel waard geweest zijn", zegt Jacob, „misschien had ik er nog een stukje land mee kunnen verdienen." De vader van de hardrijders, Hans P. Poepjes, geboren 4 Juni 1845 te Oldemarkt was ook een snelle rijder, doch is nooit op een hardrijderij uitgekomen.

In 1926 redde Jacob twee kinderen uit Echten het leven, waarvoor hem een medaille door Burgemeester Falkena is uitgereikt, in de Pier Christiaansloot, bevond zich een overijzeld wak. Twee kinderen reden hierin, waarvan de eene, een jongen, reeds tof op den bodem van hef kanaal was gezonken. Jacob had in de verte, het wak was 1 a/2 K.M. van zijn woning verwijderd, om huip hooren roepen, was er heen gesneld en had zich bezweet te water begeven. Gelukkig mocht zijn edel pogen met succes worden bekroond: de kinderen, ofschoon beiden reeds bewusteloos, werden gered. De medaille, die aan dit heldhaftig feit herinnert, heeft de volgende inscriptie :

Carnegie Heldenfonds Aan J. Poepjes voor moedig gedrag in den winter van 1925/26.

Van een enkelen wedstrijd, gehouden fe Joure 15-2-'29 laten we het verslag uit de Leeuwarder Courant volgen, waaruit fevens