Ten slotte nog enkele bijzonderheden:
All blijft voor een bezittelijk of aanwijzend voornaamwoord bijna altijd onveranderd. All mein Hab und Gut. Al mijn have en goed. All diese Menschen. Al deze mensen.
Solch en welch blijven voor het onbepalend lidwoord steeds onveranderd.
Solch ein Pech! Zo n pech! Welch ein schönes Madchen1 Wat een mooi meisje!
Manch, solch en welch worden voor een adjectief dikwijls niet verbogen. Manch edler Mann. Menig edel man. Welch schönes Wetter! Wat een mooi weer! Solch traurige Zeiten! Zulke treurige tijden!
Om een opeenhoping van toonloze lettergrepen te voorkomen, laat men bij de verbuiging der bijvoeglijke naamwoorden op el, er en en gewoonlijk de e van die uitgangen weg. Dus:
dunkel, dunkle, dunker, dunklem.
golden, goldne, goldner, goldnem.
gröBer, gröBre, gröBres, gröBrem.
Volgt echter bij de adjectieven op el en er de buigingsuitgang en, dan valt gewoonlijk de e van die uitgang weg.
edel, edeln gröBer, gröBern.
De stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden, de bijvoeglijk gebruikte deelwoorden en de adjectieven link en recht worden precies als gewone adjectieven verbogen.
die rechte Hand. de rechterhand.
die linken Zehen. de linkertenen.
die gold(e)ne Uhr. het gouden horloge,
das erfrorene Wasser. het bevroren water,
die geliebten Eltern. de geliefde ouders.