Waarom moet ons volk zijn taal en nationale eigenaardigheden in ere houden?

  • Kopieer en plak deze bronvermelding in je document

Er is helaas een probleem met het ophalen van de afbeelding.

Dit kan twee oorzaken hebben:

  • De publicatie is nog niet beschikbaar in Delpher, maar zal dat binnenkort wel zijn.

  • Er is een tijdelijke storing met het laden van de afbeelding.

  • Probeer het later opnieuw.

    Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

    — 2 -

    Wat hier geldt van het gezin, geldt eveneens van het volk. Het nationale karakter wordt gevormd door de som der individuele karakters en tussen de volken bestaan dezelfde verschillen als tussen de individuen. Alleen zij, die tot zekere hoogte gelijke karaktereigenschappen bezitten, kunnen vreedzaam samenleven onder gelijke wetten, zich voegen naar gelijke zeden en gewoonten. Zijn de individuele verschillen te groot en staan er te weinig overeenstemmende individuele karaktertrekken tegenover, dan is er van een goede verstandhouding en van een echt nationaal samenleven geen sprake en komt het óf tot de onderlinge strijd, die een volk uiteen doet spatten, óf tot de onverschilligheid, die boven individuele belangen geen nationale belangen meer kent en dus geen samenleving onder gemeenschappelike wetten, zeden en gewoonten meer verlangt. Wij hebben derhalve eenvoudig de vraag te beantwoorden : begeren wij, die nu Nederlanders heten" als zodanig bij elkander te blijven, onder Nederlandse — dat is door ons zelf gemaakte — wetten te leven, ons te schikken naar Nederlandse zeden en gewoonten of voelen wij voor die samenleving in een Nederlands verband niemendal, achten wij biezondere Nederlandse wetten zeden en gebruiken voor ons overbodig en zou 't ons volkomen onverschillig zijn Duitsers, Fransen, of Engelsen te worden, misschien bij verschillende andere volken te worden ingelijfd?

    Het valt niet te ontkennen, dat er onder ons heel wat individuen zijn, die voor hun Nederlanderschap heel weinig voelen. Zij hebben min of meer behoorlik twee of drie vreemde talen leren spreken, voelen zich geen vreemden in Duitsland, Engeland of Frankrijk, nemen — misschien terecht —aan, dat zij ook in Rusland of Italië of Spanje heel gauw de landstaal zouden leren en zich in alle omstandigheden zouden schikken en geloven trots te mogen zijn op hun kosmopolietisme, dat hen in staat stelt een veel minder bekrompen leven te lijden dan hun landgenoten, die altijd in Nederland blijven en tegenover al wat vreemd is min of meer schuw zijn en verlegen.

    Hebben zij ongeüjk ?

    Ongetwijfeld niet geheel en al. Hoe minder een mens