IK SLA DE TROM.
Ik sla de trom en dreun de droomers wakker, Wie droomt verraadt zijn vrouw, zijn kind, zijn makker. Geen eerlijk man kan zich gelukkig voelen Als zijn gelijken, die het goed bedoelen En nooit hun stugge nek hebben gebogen, Door liederlijke landsknechten bespogen Getrapt, geslagen worden totcerdood. Wordt wakker, want de nood is groot!
Ik sla de trom, het is geen tijd voor zingen, Voor maanlicht, minnepijn en mooie dingen. Als de gerechten, onze zielsgenooten In donkre martelkampen weggesloten Verteeren zonder hoop op beter morgen, Als dronken loeders godenzonen worgen Moeten zij alle klaar staan voor den dood. Wordt wakker, want de nood is grootl
Ik sla de trom, het voordeel van deze aarde Verloor voor wie een hart heeft alle waarde. Wie denkt aan ketenen en ballingsoorden Veracht muziek en gruwt van groote woorden; Zoolang de besten in hun cellen zuchten, Dweept men niet met opalen avondluchten, Het leven is verbitterd door den dood. Wordt wakker, want de nood is groot I
Ik sla de trom, stroomt samen, wij zijn velen. Mijnwerkers komt met bijlen en houweelen, Gij boeren scherpt Uw zeisen en Uw grepen. Matrozen neemt de haken van Uw schepen, En jagers laadt met scherp Uw jachtgeweren, Wij zijn de laatsten en wij moeten 't kceren, Boven den knoet verkiezen wij den dood. Wordt wakker, want de nood is groot!